De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Richtingevangelisaties

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Richtingevangelisaties

8 minuten leestijd

Het is een bekend feit, dat de Hervormde Kerk snel leegbloedt. Volgens de statistiek behoorde in 1849 tot haar 54.57% van de Nederlandse bevolking. In 1930 was dit cijfer gedaald tot 34.43%. We moeten vrezen dat de 30% in 1954 niet ver overschreden zullen worden.

In datzelfde tijdperk bleef de R. K. Kerk op dezelfde hoogte, zij het niet zonder schonunelingen, n.l. op 38 %.

Hoe komt het, dat de Hervormde Kerk zo jammerlijk leegbloedt ? Zou daaraan haar dubbelzinnigheid in de prediking niet een grote schuld hebben? En hiermee komen we tot de vraag of in de Kerk van Jezus Christus elke prediking zonder enige beperking naar het believen van de prediker of van de hoorders mag worden gebracht?

Wij zullen bij deze vraag niet lang stilstaan. De Nederlands Hervormde Kerk heeft een belijdenis en ten overvloede spreekt haar Kerkorde uit, dat elke prediking en verdere ambtelijke handeling — evenzeer als elke persoonlijke handeling, moet geschieden in gehoorzaamheid aan de H. Schrift en in gemeenschap met de belijdenis der vaderen en in het besef van hare verantwoordelijkheid voor het heden.

Die verantwoordelijkheid voor het heden is ook wel geweldig groot. De H.-bom ligt voor de deur. Zij kan elke dag ontploffen, zodat het kan gebeuren dat op één dag honderdduizenden Nederlanders sterven en hun ogen opslaan in de eeuwigheid. Wee de Kerk en wee de voorganger, die hen niet gewaarschuwd heeft voor de rechtvaardige straf Gods en die hen niet met de allergrootste nadruk voorgehouden heeft, dat de zaligheid alleen verkregen wordt doordat men als zondaar en goddeloze met de Borg en Zaligmaker, Jezus Christus, verenigd is door een waarachtig geloof en leeft in de inzettingen en rechten Gods.

Elke prediker in de Hervormde Kerk is dus op 3 wijzen zeer strikt gebonden aan Schrift en Belijdenis. Helaas vertoont in de practijk onze Kerk dit beeld, dat velen zich niet of weinig aan de Belijdenis en dus ook niet aan de Heilige Schrift gebonden willen voelen. Men volstaat met een slap aftreksel van het evangelie of men laat hele stukken van de inhoud der Schrift en van de inhoud der Belijdenis weg. Ook gebeurt het, dat men predikt, wat met deze normen in strijd is. De een vraagt, wat de Bijbelcritiek zegt, en de ander vraagt wat Barth zegt en een derde vraagt, wat zijn gemeente zegt en een vierde vraagt, welke eisen de cultuur en de menselijke wijsheid stelt.

Naar mijn mening doet deze praktijk de Kerk leegbloeden. Maar het merkwaardige is, dat zij, die in de praktijk Schrift en Belijdenis slechts in zover volgen als het met de cultuur of met Barth of zo verenigbaar lijkt. Met een zekere kleinachting neerzien op de voorgangers, die het volle geluid van het evangelie dus het volle geluid van Schrift en Belijdenis willen doen horen. De laatste zijn ook in hun prediking heel, niet volmaakt. Maar als men de anderen als een richting, een partij in de Kerk moet beschouwen, dan zal men van de laatsten moeten zeggen, dat zij de Kerk vertegenwoordigen. Wie zou dat anders doen, als zij het niet doen ?

Maar nu is het eigenaardige, nog eens gezegd, dat zij die van Schrift en Belijdenis afwijken, zich de mannen achten, die het evangelie van Jezus Christus het beste verkondigen. Vraag maar eens aan een vrijzinnige, hoe hij over zichzelf denkt. Hij vindt, dat hij het gezuiverdste evangelie heeft. Over de Barthianen hoef ik niet te spreken, dat heeft Eduard Buess al gedaan. Volgens hem is , , de hoogmoed der , , Barthianen" zo zeer spreekwoordelijk geworden, dat het onmogelijk is die hoogmoed als een boosaardige uitvinding der tegenstanders te beschouwen. Buess spreekt over de hoogmoed der Barthianen. Hij zondert er dus niet één uit. Maar nu even een voorbeeld om de menselijke zwakheid te demonstreren. Daar was enige tijd geleden een goed vriend van prof. Karl Barth, die het boekje van Buess , , Die Kirchlichen Richtungen" gelezen had. Hij was met de menselijke onvolkomenheid genoeg op de hoogte om Buess toe te stemmen. En toch pleegde hij de schrijffout die ik ditmaal even onderstreep : , , Buess spreekt ook over de hoogmoed van sommige Barthianen". Een vergissing, waar misschien Freud iets over op te merken zou hebben. Bestaat deze hoogmoed nu in werkelijkheid ? Ik meen van wel n.l. niet in subjectieve zin*; tenminste niet zoveel meer als bij anderen, doch wel in objectieve zin. Zij verheffen er zich op, dat zij de Reformatoren zo getrouw weergeven en het wezenlijke van Luther en Calvijn wordt bij Barth en zijn volgelingen m.i. gemist.

En nu de kwestie van de evangelisatie. Als we van het gebruikte woord mogen uitgaan, zijn dit instellingen, die bedoelen het evangelie te verkondigen, waar het in de Kerk niet is. Mag er zo'n evangelisatie in een gemeente zijn, opgericht door lieden van de Hervormde Kerk, terwijl daar ter plaatse een kerkeraad is, die de zorg heeft, voor de rechte evangelieverkondiging.

Neen, zij mag er niet zijn. De kerkeraad kan dat niet dulden. Maar als nu de kerkeraad wel geroepen is voor de rechte prediking des Woords zorg te dragen, maar hij doet het niet ? Dan moet er een evangelisatie komen. Een gemeente mag niet verstoken blijven van de rechte prediking.

Dus wie mag evangeliseren ? Die; leden der Kerk, die niets anders op het oog hebben, dan de verkondiging van het evangelie in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en in gemeenschap met de Belijdenis. Natuurlijk moet deze evangelisatie zo spoedig mogelijk verdwijnen. Want richtingen en evangelisaties kunnen in de Kerk. niet geduld worden. De apostel Paulus schrijft in 1 Cor. 1 : 10 : , , Maar ik bid u broeders, door de naam van onze Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een-zelfde zin en in eenzelfde gevoelen". Daar mag in een kerk geen dubbelzinnigheid in de prediking zijn en daar mag geen tweeërlei prediking zijn. Geen enkele ambtsdrager mag ze dulden. En als hem de middelen ontbreken om de afwijkende prediking te weren, dan mag en moet hij er zijn stem tegen verheffen. Maar wat is het geval ? De allermeeste voorgangers in de Hervormde Kerk nemen de afwijkingen in de prediking niet ernstig. Zij schijnen vaak niet eens onderscheid te horen tussen dwaling en waarheid. En dan komt men zover, dat men niet alleen aan de trouwe zonen der Kerk het noodrecht der evangelisatie toekent, maar evenzeer aan de vrijzinnige Arianen of de middenorthodoxe Arminianen. Het recht van evangelisatie kent men dan toe aan de mensen, niet aan het evangelie. Meent de Protestantenbond, dat er in de middenorthodoxe gemeente geëvangeliseerd moet worden, dan wordt dat tegenwoordig goed gevonden of tenminste even goed of even slecht als wanneer een groep gereformeerde mannen een evangelisatie opricht in een vrijzinnige gemeente. Dat komt, doordat men in onze Kerk altijd nog aan de mensen rechten toekent, doch niet vraagt naar het recht van de Koning der Kerk en Zijn Woord.

Ieder moet toch voelen, dat alles anders wordt. Als de Kerk gezien wordt, zoals de Kerk ook waarlijk is, als een ruimte, waarbinnen alleen maar de rechte prediking, die zeer nauwkeurig begrensd is in de Belijdenis der Kerk, haar plaats heeft.

Zou het dan niet mogelijk zijn, dat er evangelisaties worden opgericht uit misverstand ? Dat is zeker mogelijk. Dan moeten ook de ambtsdragers der Kerk, die in waarheid aan Schrift en Belijdenis ondubbelzinnig graag gebonden willen wezen, uit grote achting voor Gods Woord en uit innerlijke verlichting door de Heilige Geest, dat misverstand aan de dag weten te brengen.

Dat kan door middel van het gesprek. Doch dan zal dat gesprek anders gevoerd moeten worden dan tot nu toe. Dan zal het eerlijker gevoerd moeten worden. Laat de uitverkiezingbestrijder eerlijk zeggen : ik wil dat hart der Kerk niet mee belijden, ik belijd de vrije wil.

Laat de Arminiaan eerijk zeggen, waarom hij de gereformeerde prediking niet wil. Men spreekt altijd maar over andere accenten of over een blij der evangelie, maar men verbergt zijn afkeer van het evangelie van Jezus Christus, zoals het in waarheid is, en waarin de mens tot op niets teruggebracht wordt, achter voorwendsels. Of men stemt alles toe, zoals de vrijzinnigen soms schijnen te doen en gaat rustig voort met z'n dwalingen te verkondigen.

Conclusie : Een richtingevangelisatie mag onder geen enkele voorwaarde ergens verschijnen. Een evangelisatie die noodgedwongen er komen moet, omdat de aanwezige ambtsdragers de zorg voor de rechte verkondiging verwaarlozen kan niet anders dan verschijnen, maar moet zo spoedig mogelijk verdwijnen, doordat de Kerk in haar geheel voor de waarheid Gods daar ter plaatse zich inzet.

Zo is het ook oudtijds in de Hervormde Kerk wel gebeurd en daar gaan we een volgende keer een voorbeeld van geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Richtingevangelisaties

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's