De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kwestie der afzetting van de IJzendoornse kerkeraadsleden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kwestie der afzetting van de IJzendoornse kerkeraadsleden

4 minuten leestijd

Men schrijft ons :

In een op 7 Mei j.l. gehouden vergadering van kerkeraadsleden uit de ring Ingen, zoals die regelmatig gehouden worden, waarbij een 5-tal predikanten uit die ring aanwezig was, werd de IJzendoornse kerkkwestie vanaf haar begin tot nu toe ingeleid.

Aanleiding hiertoe was een mededeling in de laatst gehouden classicale vergadering van Tiel, dat een bijzondere classicale vergadering zou worden gehouden om de aanhangige tuchtzaken tegen de IJzendoornse kerkeraadsleden te behandelen. De voorgenomen tuchtmaatregelen waren zó ernstig en ingrijpend, dat de commissie voor het opzicht der classis gaarne het fiat van de classicale vergadering zou hebben.

Deze aangekondigde bijzondere classicale vergadering is echter nimmer gehouden, terwijl toch wèl de 4 kerker raadsleden eerst provisioneel werden geschorst en kort daarop uit hun ambt werden afgezet met verlies van het recht naar een ambt te staan.

De ring verwachtte nu zeker, dat het onderwerp „IJzendoorn" op de agenda voor de classicale vergadering van 2 Juni a.s. zou voorkomen, maar ook dat is niet het geval.

Aan het. Breed Moderamen van de classis is nu verzocht IJzendoorn alsnog aan de agenda toe te voegen. Het is immers zó, dat het opzicht in naam der classis, door de commissie voor opzicht wordt uitgeoefend, zodat feitelijk de classicale vergadering verantwoordelijk is — althans die verantwoording mede moet dragen — voor de beslissingen der commissie.

Gezien de argumentering van de beslissingen der commissie tot provisionele schorsing en afzetting der 4 kerkeraadsleden, heeft de ring Ingen zich afgevraagd, of zij deze verantwoording inderdaad mede kan dragen. De cl. commissie is naar ons gevoelen alleen bevoegd tuchtmaatregelen te treffen op ingediende klachten. De betrokken kerkeraadsleden hebben volgens de kerkorde recht op toezending van volledige afschriften der tegen hen ingediende klachten. Hoewel daarom gevraagd, kregen zij slechts een passage uit de klacht, zonder vermelding van naam, enz. van degene(n) die geklaagd had (den).

Waarom kregen zij niet de volledige afschriften, zal men vragen? Dat wordt duidelijk, wanneer men weet, dat op de zitting van de Prov. commissie voor opzicht in Arnhem op 10 Mei j.l., op de vragen van beklaagden wie tegen hen klachten hadden ingediend, moest worden geantwoord, dat deze klachten bij de cl. commissie voor opzicht werden ingediend door de voorzitter en de secretaris van de visitatoren-provinciaal. Nu zijn er o.i. twee mogelijkheden: óf de klagers hebben de cl. commissie gevraagd hun namen niet bekend te maken, óf de cl. commissie heeft zelf gevoeld, dat het toch wel bijzonder vreemd zou zijn, als beklaagden vernamen, dat zij op deze klachten werden geschorst en afgezet.

Kerkordelijk is dit alles wel bijzonder vreemd. Men is geneigd zich af te vragen : Is het tolerabel dat provinciale kerkvisitatoren, die door de commissie voor opzicht in de provincie vertrouwelijk om advies worden gevraagd naar aanleiding van door de betrokken kerkeraadsleden tegen hun predikant, ds. Schokking, ingediende klachten, uit deze klachten een tegenklacht tegen de klagers formeren en deze ter behandeling doorgeven aan de cl. commissie voor opzicht?

En is het toelaatbaar, dat de cl. commissie op deze klachten ingaat? Is het te verwonderen, dat het vertrouwen in de prov. visitatie op deze wijze zeer ernstig wordt geschokt? Wordt hierdoor niet alle objectiviteit uit het oog verloren?

Al te maal vragen, waarop wij gaarne onze, lezers het antwoord laten geven. Naar ons gevoelen zal de cl. commissie voor opzicht te Tiel op 2 Juni a.s. aan de cl. vergadering opening van zaken dienen te geven.

De cl. vergadering heeft o.i. het recht volledig te worden ingelicht, waarna zij haar conclusies kan geven. Toen de IJzendoornse kerkkwestie op 7 Mei j.l. op de in de aanhef genoemde vergadering werd ingeleid, was nog niet bekend welke beslissing de prov. commissie voor opzicht óp het beroep van de 4 kerkeraadsleden zoti nemen. Thans is deze beslising wèl bekend. De prov. commissie heeft het besluit van Tiel vernietigd en uitgesproken, dat er geen aanleiding is tegen de betrokken kerkeraadsleden enige kerkelijke tucht uit te spreken. De gronden voor afzetting, n.l. ordeverstoring der kerk en het teweegbrengen van onordelijke toestanden in de gemeente, zijn derhalve verworpen. De cl. commissie was er klaarblijkelijk niet in geslaagd haar beschuldigingen te bewijzen.

Het is op zijn minst discutabel of deze commissie met het ter tekening voorleggen van een vragenlijst aan de betreffende kerkeraadsleden om de gemeente te vergaderen rond Woord en Sacrament, haar bevoegdheid niet te buiten ging. Zeer zeker ten opzichte van de diakenen ging deze, vraag te ver.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De kwestie der afzetting van de IJzendoornse kerkeraadsleden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's