De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Verbond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Verbond

8 minuten leestijd

REFERAAT, gehouden op de Predikantencontio van de Gereformeerde Bond, op 8 September 1953 te Utrecht. Bijbels-Theologische Studie.

VI.

Paulus legt er dus de nadruk op, dat, wat door heel de heilshistorie heen het zaad Abrahams is, waaraan de beloften Gods vervuld worden, bij God bepaald wordt door de verkiezing, waarvan wij echter nooit een wiskundige zekerheid kunnen ontvangen, èn door 't waarachtig geloof in Christus, waarin men alleen van de verkiezing zeker kan zijn. Van belang is hierbij verder, wat Paulus nog schrijft over de wijze waarop de waarachtige gelovigen, dit zaad Abrahams, worden toegebracht. Wij vinden daarover eveneens in de Romeinen- en in de Galatenbrief.

Paulus wijst op Izaak, het kind van het wonder, dat niet als Ismaël in de natuurlijke weg geboren is, maar door de Heere op een wonderbaarlijke wijze aan Abraham geschonken werd. En dit past de apostel dan in geestelijke zin toe op heel de verdere heilshistorie. Hij ziet daarin een symbool, hoe dat zaad Abrahams, dat waarlijk deel krijgt aan de vervulling der beloften, nog steeds wordt toegebracht: door het wonder dat het onmogelijke bij de mensen mogelijk maakt, dat het leven wekt uit en in de dood. Daarom ook had het Verbond, zoals het in het licht trad bij de Sinaï, iets machteloos in zich, het kon niet tot zijn doel komen. Immers, daar viel grote, nadruk op de eis, aan Israël gesteld, daar was de Wet in stenen tafelen, die gehoorzaamheid eiste, doch zo zonder meer niet gaf en niet geven kon, die zo Israël ook niet vrij kon maken van zonde en dood, integendeel, daaronder besloten hield. Doch daarom ook was er die rijkere openbaring van het Verbond, éénmaal met Abraham opgericht, nodig. En die ziet Paulus in Christus' komst en in de gave van de Pinkster-Geest, Die het alles uit Christus neemt. Zoals éénmaal het Woord Gods zijn kracht ook betoonde, toen Izaak in Sara's schoot werd toebereid, en het leven te voorschijn werd geroepen uit de dood, zo betoont nog altijd het Woord Gods zijn kracht bij allen, die 'oprecht geloven leren, en als Abrahams ware zaad worden toegebracht, door het wonder van de Heilige Geest, Die het leven roept uit de dood.

Daarom worden er ook uit de heidenen toegebracht. En daarom is hier niet alleen beperking, dat slechts een overblijfsel uit Abrahams natuurlijk zaad wordt toegebracht, maar ook verruiming. Nu zoekt het Verbond zich een bedding ook door de andere geslachten en volkeren heen. Dat dit komen moest, lag immers ook reeds in Genesis 3 vers 15 en in het Verbond met Noach en in de beloften, aan Abraham gegeven, besloten ?

Overzien wij nu nog eens, wat de Schrift ons aangaande het Verbond der genade openbaart, dan kunnen wij het herhalen : het is in het algemeen gesproken de wijze, waarop God Zich weer wendt tot de gevallen mens, de verbroken gemeenschap herstelt, met alle rijkdom daaruit voortvloeiend. Het is de vorm, waarin het heil des Heeren zich realiseert in deze wereld.

Doch daarbij, en dit is het bijzondere in de openbaring van het Verbond, valt telkens weer de volle nadruk op het feit, dat de Heere het éénmaal beloofde zeker tot uitvoering brengt. Dit is bij de, openbaring van het Verbond aan Abraham b.v. een zeer wezenlijk element, en in de loop der openbaringsgeschiedenis krijgt dat steeds weer het volle accent. Wat zich ook blijkt te verzetten tegen de uitvoering van Gods heilsbeloften, deze komen toch langs wonderbaarlijke wegen tot vervulling. De grond hiervan ligt in het feit, dat het Verbond der genade zijn oorsprong heeft in het voornemen van Gods eeuwige liefde en zijn wortelen heeft in het Verbond des vredes. Dat zo heel het werk des heils is het werk van de Drieënige God. In de eeuwige heilswil des Vaders, in de bereidheid des Zoons, in de kracht des Heiligen Geestes rust dit Verbond, en daardoor komt het zeker tot zijn volvoering en voltooiing.

Daarom openbaart God ons Zijn heilswerk ook in de vorm van een Verbond, waarvoor in het Nieuwe Testament nog het woord diathèkè, testament, beschikking, gebruikt wordt. Dit wijst op het vaste, het duurzame van dit werk.

En daarom ligt in deze openbaring van het Verbond zulk een troost voor ieder, die gelooft, met het oog op zichzelf, op zijn kinderen, op de zaak van dé Kerk en van het Koninkrijk Gods. Daarom wil deze openbaring hem ook brengen tot de belijdenis en tot de jubel : Soli Deo Gloria.

Echter, nu wordt ons in de Schrift dit heilswerk Gods ook hierom in de vorm van een Verbond geopenbaard, om er ons bij te bepalen, — alle verbonden scheppen een verhouding en handhaven de persoonlijkheid van de Verbondspartners, — dat de Heere bij de volvoering van Zijn heilswerk de mens neemt, zoals Hij hem Zelf éénmaal geschapen heeft, als verantwoordelijk schepsel. Vandaar steeds weer die eisen. Die er al liggen krachtens de schepping, doch die er zeker zijn, als de Heere Zich nog op een bijzondere wijze met de mens wil inlaten en aan deze Zijn beloften geeft. Wat kan Hij dan eisen gehoorzaamheid, geloof, vertrouwen. Zo zegt het Verbond niet, dat God voorwaarden stelt, en de vervulling van Zijn beloften ook maar enigszins van 's mensen doen afhankelijk maakt of die enige verdiensten geeft, maar het Verbond zegt wel, dat God eisen stelt en dit recht gelden laat, dat alleen als die ook ten volle gehoorzaamd en gehandhaafd worden, er vervulling van Gods beloften en ware gemeenschap met Hem, ware religie, mogelijk is.

De openbaring van het Verbond in de Schrift in de geschiedenis des heils, werpt zijn licht ook hierover, hoe. eveneens dit tweede deel van het Verbond tot zijn recht komt. Wij zagen, hoe de eis des Verbonds steeds weer doorklinkt en vooral bij de Sinaï een bijzonder gewicht krijgt. Wij zagen tevens, hoe de mens m het Verbond staat als een verbreker, ontrouwe, met alle gevolgen van dien. Doch dat nu ook het Nieuwe Verbond, reeds in het Oude besloten, al duidelijker geopenbaard wordt, en in Christus en in de Pinksterbedeling zijn vervulling vindt, met de heerlijke gevolgen van dien. Zo zorgt de Heere Zelf voor de vervulling van beide delen van het Verbond en zo handhaaft Hij toch ten volle de verantwoordelijkheid van de mens. Want zo bereidt Hij Zichzelf een volk, dat zichzelf als verbondsbreker, als onder het oordeel des doods liggend, moet aanklagen, doch dat in Christus met Hem verzoend door het geloof, toch in Zijn gemeenschap leven mag en van harte door de Geest gewillig gemaakt wordt om Hem te vrezen en te betrouwen in Zijn inzettingen te wandelen. Zijn Verbond te houden.

Dit houdt dus in, dat ook in het Nieuwe Verbond de eisen niet vervallen. Ze klinken dan ook duidelijk door. Wij denken aan verschillende gedeelten uit Jezus' prediking, uit Paulus' brieven en uit de Hebreeënbrief. Ja, hier kunnen ze nog des te sterker opklinken, omdat het Nieuwe Verbond duidelijk openbaart de rijkdommen van de Pinksterbedeling, — God eist niets of Hij wil het ook alles geven ! En zo vinden wij juist hier sterke vermaningen en waarschuwingen. Juist het grotere voorrecht, geschonken in de rijke openbaring van het Verbond en hoe de Heere dat wil vervullen, roept tot geloof en bekering, welke de Heere eveneens wil werken door Zijn Heilige Geest. Maar dan is er ook geen ontkomen voor wie op zulke grote zaligheid geen acht geeft!

Dan is er juist zo ook Verbondswraak. Dat komt eveneens sterk naar voren in die gedeelten, die de uitnemendheid van het Nieuwe Verbond voor ogen stellen ; zo b.v. in Hebr. 12 : , , Veelmeer zullen wij niet ontvlieden, zo wij ons van Dien afkeren, Die van de hemelen is".

Éénmaal zullen de vermaningen hun tijd gehad hebben. Wanneer de grote scheiding heeft plaats gevonden, alle ongehoorzamen zijn buiten gesloten voor eeuwig, opdat God ook in dat rechtvaardig oordeel verheerlijkt zal worden. Maar wanneer dan ook het heilswerk Gods zijn voltooiing heeft gevonden en de volle heerlijkheid van het Verbond in de nieuwe hemel en aarde genoten zal worden ! Daar zullen Gods Verbondsbeloften volkomen vervuld zijn ; ook de eisen volkomen worden nagekomen. Want daar zal weer de volmaakte gemeenschap met God wezen voor al het ware zaad Abrahams en daar zal ook niemand meer behoeven te zeggen : „Ken de Heere, " omdat wij Hem allen kennen zullen !

De Schrift openbaart ons het heilswerk Gods in de vorm van een Verbond, om er ons dus verder nog bij te bepalen, — want dat behoort eveneens tot het karakter van een Verbond, — dat God de mens dus neemt, in de concrete situatie, waarin hij staat, als gevallen schepsel, maar toch verantwoordelijk, én tevens in de levensverbonden, waarin Hij hem Zelf gesteld heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Het Verbond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's