De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van onze Studie-Commissie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van onze Studie-Commissie

5 minuten leestijd

II.

Nu iets uit de inleiding. Daar staat , , dat onze Kerk geen poging mag ondernemen om haar belijdenis van de Heilige Schrift als het onfeilbare Woord van God te gronden op een bewijsvoering, die formeel aan dit belijden voorafgaat".

Is dat tegen Artikel III van de Ned. Geloofsbelijdenis gericht? Deugt dit artikel niet?

Daar staat dat wij de boeken van de Bijbel heilige en goddelijke boeken noemen, omdat heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, dat Woord hebben gesproken en omdat God Zijn knechten heeft geboden dat geopenbaarde Woord bij geschrift te stellen. Dus in de Bijbel hebben wij niet een getuigenis omtrent iets dat geopenbaard is, doch het geopenbaarde Woord zelf.

Kwam Barth hier even bij de Synode over de schouder kijken en dreigend de vinger opheffen en zeggen: Denk er om, in jullie nieuwe geschrift geen geopenbaardheid ? En als deze uitspraak niet tegen artikel III is gericht, waartegen dan wel ?

Ik stoot mij aan dat zwelgen in het woord onfeilbaar, terwijl het de eerste belijdenis is, waarin de onjuistheid der Heilige Schrift beleden wordt, naar ik meende. En verder is het mij ook niet duidelijk, waarom de Kerk haar belijdenis van de Heilige Schrift niet mag gronden op een bewijsvoering, mits deze aan de Heilige Schrift ontleend is, De leden van de classicale vergadering zullen er goed aan doen dat eigenwillig zinnetje eens goed onder de loupe te nemen. Ik belijd dat de Heilige Schrift Gods Woord is, want eerst hebben de heilige mensen Gods gesproken, onder drijving des Geestes en toen heeft God dat geopenbaarde Woord op schrift laten stellen. Hij heeft een gedeelte zelf geschreven. Dat is de Bijbel: Gods geopenbaarde Woord. En wie zou God voor een leugenaar willen maken, vraagt Calvijn. Het moet mij nu van het hart. Dat wil de Synode in dit stuk. De Bijbel is door God ingegeven. Dat is het zelfgetuigenis der Schrift. En toch is het heel verkeerd om te menen, dat de Bijbel betrouwbaar is in de dingen, waarmee de menselijke wetenschap zich vooral bezig houdt. Wat een oneindige afstand is er tussen de leer der Heilige Schrift, die altijd is geleerd en deze leer der Schrift. Of zie ik hier verkeerd ? In elk geval lijkt het mij de moeite waard deze dingen aan de orde te stellen.

En laten dan onze predikanten en ouderlingen nog eens goed nagaan hoe b.v. Calvijn over de Schrift heeft gedacht. De grote Hervormer van Geneve heeft kostelijk goed geweten, dat wij alleen maar zalig kunnen worden door Christus en niet door de inneming van Jericho b.v. Hij heeft ook goed geweten, dat er een werk des Heiligen Geestes nodig was om ons verstand te verlichten en ons hart over te buigen, opdat Gods Woord in ons gezag zou krijgen.

Maar hij heeft niet geweten, dat het maar een gewoon mensenwoord was, behept met vele dwalingen. Dat laatste heeft hij zeer krachtig ontkend.

Alles, tot in de woorden toe is te danken aan de Heilige Geest. Om dit laatste gaat het in deze leer der Heilige Schrift. Is de Bijbel alleen zonder leugen en zonder dwaling in zoverre God hem gebruikt om ons te leren aangaande de wil van God en aangaande hetgeen nodig is voor de dienst van God en voor ons heil, of is de Bijbel in al zijn delen zonder leugen en zonder dwaling ? Calvijn in zijn uitleg van 2 Tim. 3 : 16 zegt dat de Bijbelschrijvers alleen hebben geschreven, wat zij van boven hadden ontvangen, dat Wet en Profeten zijn gedicteerd door de Heilige Geest. Calvijn leert werkelijk geen mechanische inspiratie. Hij weet dat de mens geheel in dienst van God is gesteld met zijn taal en schrijfwijze en alles, doch altijd zo, dat de uitkomst is, dat God voor ieder woord, dat door de Bijbelschrijvers is geschreven instaat en dat het de kracht heeft van Gods Woord.

Nog iets anders vraagt onze aandacht. De Heilige Schrift wordt genoemd de dienstknechtsgestalte van de Heilige Geest. Dit is ten eerste geen bijbelse uitdrukking. Wij lezen wel in Gods Woord, dat het Woord of God de Zoon vlees geworden is. Wij lezen nergens dat Gods Geest boek is geworden. Maar als men die vergelijking wil maken zal men het toch recht en eerlijk moeten doen. Christus in de gestaltenis van een dienstknecht was zonder zonde. Hij was ons in alles gelijk uitgenomen de zonde. Zo is de Bijbel in een taal en in een uitdrukkingswijze en in een gedachtegang, in beelden, in voorstellingen geschreven, die het joodse vlees of liever het joodse denken in alles gelijk zijn, uitgenomen de zonde d.i. leugen of dwaling. Aan Christus kleefde niet de minste zonde. Augustinus zou zeggen : zo kleeft aan de Bijbel niet de minste vergissing. Wil men dat uitdrukken met het woord „dienstknechtsgestalte" ? Men vrage er maar eens naar.

En dan nog èèn zin uit de voorrede, waarover wij graag licht willen hebben. Daar staat aan 't slot, dat de normativiteit van de Schriftinhoud aan de dag treedt en zich doorzet alleen door middel van de prediking.

Is Barth hier ook weer de , , enige regel der belijdenis" ? Kan de Schrift niet de regel des geloofs zijn als zij gelezen wordt ? Misschien is dit niet voor iedereen even duidelijk.

Ziehier onze eerste bijdrage in de bespreking van de „Leer der Heilige Schrift". Misschien zet zij meerderen aan het denken en onderzoeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Van onze Studie-Commissie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's