Het Verbond
REFERAAT, gehouden op de Predikantencontio van de Gereformeerde Bond, op 8 September 1953 te Utrecht. Bijbels-Theologische Studie.
VII.
Zo omvat het de lijn der geslachten en gaat heel diep en heel ver in het natuurlijke leven in. Het omspant heel Abrahams natuurlijk zaad, althans in de lijn van Izaak. Dit zaad wordt daarmede bekend gemaakt, daartoe geroepen en is in bepaalde zin erfgenaam der beloften.
Ja, zo dragen Abrahams kinderen een bijzonder voorrecht en een bijzondere verantwoordelijkheid. Dat blijlét ook bij de komst van Christus in het vlees. De zonen en dochters van Abraham, de verloren schapen van het huis Israels zijn het bijzondere voorwerp van Zijn prediking en zorg.
Doch ook Zijn bestraffingen gaan bijzonder tot die zonen en dochters Abrahams uit! En, wanneer na Zijn komst het Verbond zich een bedding zoekt door de volkeren der aarde, in de gemeente van Christus, dan blijft daar eveneens datzelfde gelden. Het Verbond gaat heel diep en heel ver in het natuurlijke leven in. Het zaad, in de beloften omstrengeld, behoudt een natuurlijke zin. Ten opzichte van het Joodse volk als volk Gods blijft er een bijzondere betrekking bestaan, — en komt in het Nieuwe Testament de gemeente van Christus tot openbaring, dan worden ook daar de kinderen er terstond bij betrokken en in begrepen.
Hel zaad des Verbonds mogen wij dus allereerst in ruime zin nemen. Er zal tucht moeten zijn in het midden der gemeente, doch het ganse zaad der gemeente deelt dan in het bijzonder voorrecht van het zaad Abrahams. Gods beloften zijn waarachtig en worden zeker vervuld. Men kan daarvan op aan. Maar ze worden vervuld in die wegr welke de Schrift ook duidelijk openbaart.
En daarom brengt het bijzonder voorrecht voor het zaad der gemeente tevens weer een bijzondere verantwoordelijkheid voor haar mede. De zegen van het Verbond valt ons alleen toe in de weg van geloof en bekering. Zo mogen wij nooit een vals vertrouwen koesteren op de uiterlijke, natuurlijke band aan het volk Gods alleen. Naar zijn diepste zin is Christus het zaad Abrahams en het door de Heilige Geest verwekte zaad, het zaad dat wandelt in de weg van geloof en bekering. Nog geldt, dat het niet allen Israël zijn, die uit Israël zijn. Wie tot het zaad behoren, tot hetwelk de beloftenissen gesproken zijn en aan wie de beloften vervuld worden, wordt niet bepaald door natuurlijke geboorte, maar door de levenwekkende, wederbarende werking van de Heilige Geest, die zich openbaart in de gelovige omhelzing van Christus, en waarin ook de verkiezing Gods openbaar komt.
Zo stuiten wij hier in de openbaring van Gods Verbond en in de realisering daarvan, op het voor ons verstand ondoorzichtelijke verband tussen de menselijke verantwoordelijkheid en Gods beschikking. Dit goddelijk mysterie vermogen wij met ons verstand niet te doorgronden, wij mogen ze ook niet in een gesloten gedachtensysteem trachten te sluiten. Dat is geestelijk de dood in de pot. Het leven, het Verbondsleven, vinden wij in het geloof, — en het geloof belijdt beide, is overtuigd van de kracht van beide, dat wij verantwoordelijk zijn, — doch óók, als wij er kómen, dat wij er komen, is Gods verkiezende genade in Christus !
Zo is de verborgenheid des Heeren voor degenen, die Hem vrezen en Zijn Verbond om hen die bekend te maken. De rijkdom van het Verbond gaat open voor hen, die onder hun verantwoordelijkheid niet meer uit kunnend, het oordeel des doods moeten billijken, maar op het bloed des Verbonds pleiten tot verzoening hunner zonden, die, hun ongerechtigheid belijdend, begeren de levendmakende kracht van de Heilige Geest te mogen kennen. God wil hen te geloven geven, dat Christus als de Middelaar des Verbonds de verzoening met God en het recht op het eeuwige leven voor hen verwierf, dat Hij ook een Hoofd des Verbonds wil zijn in déze zin, dat zij als nieuwe mensheid onder Hem, als de tweede Adam begrepen liggen, en Hij door Zijn Geest, Die in Hem als het Hoofd en in hen als de leden van Zijn lichaam, woont, hen toe bereidt tot een volk, dat zich waarlijk des Heeren noemen mag.
Zo mag, wat God ons aangaande Zijn Verbond openbaart, een troost en sterkte zijn in het leven, een zekerheid voor de toekomst, — het garandeert de instandhouding van de Kerk, de volharding der heiligen, het geeft hoop voor het nageslacht, dat op Hem geworpen wordt, het garandeert de komst en de openbaring van de volle heerlijkheid van het Koninkrijk Gods, in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar de vrede, de salóm, over alles zal uitgespreid liggen tot eer van de Drieënige God!
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's