Aphorismen
„Als gij een eigen bril bezit, Leent gij er geen van een ander".
III
Met de hoog- en laag-kerkelijke brillen in verschillende nummers zou men werkelijk verlegen raken. Ik heb dus besloten, zolang als het tenminste kan, in mijn kerkelijk nummer maar te blijven. Niet, omdat ik meen, door die bril de meest zuivere openbaring van het Lichaam van Christus te. zien (ik word namelijk hoe langer hoe banger voor de uitdrukking : „het meest zuivere" en meen, dat kerken van Christus zich voor dergelijke wedstrijd wachten moeten), maar wel, omdat ik vind, dat alle verandering nog geen verbetering is en vooral, omdat de Heere mij in de Ned. Hervormde Kerk gezegend heeft door Woord en Geest. De Heere heeft mij daar tot heden nog altijd kunnen bereiken en zolang daar da Christus hog verkondigd wordt, zöu ik mij diep schamen, er nog een nummer bij te maken.
Want o die nummers, die nummers ! En dat in de Kerk van Christus !
Moet ik hier ook nog iets zeggen van „de confessionele brillen, aan slijtage onderhevig? " De goede verstaander heeft hier niet eens een half woord nodig, maar voor anderen mag hier geen aanleiding tot misverstand worden gevonden. De tijd is voorbij, waarin , , Gereformeerde bonders"' ook met genoegen kerkten bij confessionele predikanten.
Het is thans een vraag geworden zonder antwoord : Wat is nu eigenlijk confessioneel ? Zouden de confessionelen het zelf nog weten ?
Een jaar of elf geleden was ik aanwezig bij de intree van een zogenaamd confessioneel predikant. Bij de toespraken aan het einde zei Z.Eerw. het volgende :
, , Men heeft mij gevraagd of ik confessioneel was ? Mijn antwoord is : Ik acht mij gebonden aan de Confessie, maar wil niets te maken hebben met alle confessionele kunstemakers 1"
Nu wisten wij het ineens. Men kan ook zeggen : Nu wisten wij het weer eens niet. Want wat is toch „confessionele kunstemakerij ? "
Of had die man misschien een profetische geest, toen hij dat zei ?
Ik heb aan dat gezegde nog wel eens gedacht, de laatste tijd. Er zijn namelijk in sommige gereformeerde Bondsgemeenten, Evangelisaties en er komen er nog meer bij. Wanneer men dan vraagt: Wat zijn dat voor Evangelisaties ? Dan antwoordt men dikwijls: "Confessionele".
Nu geloof ik toch, dat men met de Confessie, of liever : met die benaming aan het kunstemaken is.
Iets verheugends ligt hier toch nog in : Men wil dan evenwel nog , , confessioneel" heten. Daarom is mien het nog wel niet, maar als het er op aan komt, wil men zich toch nog op , , de naam" beroepen. Of wij „Bonders" ook legitieme zonen der kerk zijn, wanneer wij dus aan onze Belijdenisschriften vasthouden.
Intussen blijven hier drie vragen over : Waarvoor zijn de confessionelen uu zo bang ? Voor de Bonders ? Of voor de Confessie ? Of voor allebei ?
Over de andere brillen kan ik nu wel zwijgen. Alleen, om misverstand te voorkomen, wil ik van „de gereformeerde brillen" nog dit zeggen : dat ik van harte instem met een objectief subjectieve prediking, onder dit voorbehoud dan, dat ik mij de subjectieve bril van een ander, al was het nog zo'n geëerde „Oudvader", niet kan laten opzetten. Ik wil gaarne van hen leren, maar hun persoonlijke bevindingen of ondervindingen zijn niet altijd de mijne. Intussen mag ik de hunne wel doorgeven, voor zover zij uit het Woord geput zijn, als ik ze maar niet voor de mijne uitgeef.
Het komt ook hier aan op „de eigen bril", dat wil dan zeggen : Op de eigen overtuiging, die vlees en bloed mij niet hebben geopenbaard, maar de Vader in de hemelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's