De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

4 minuten leestijd

Processieverbod. — Zoals de lezers bekend zal zijn, dreigt door de tegenwoordige binnenlandse politieke situatie de mogelijkheid tot het houden van processies te worden verruimd. In het Gereformeerd Weekblad van 29 Mei beschrijft ds. A. Vroegindewey, hoe de Synode onzer Kerk hierover verontrust is ; in het licht van art. 36 N. G. B. en vraag en antwoord 80 van de catechismus terecht.

In In de Waagschaal schrijft ook prof. Miskotte hierover een belangwekkend artikel, waarin hij enkele aspecten van de processie belicht. Hij wijst er op, hoe de eredienst naar protestantse opvatting wel openbaar is in die zin, dat ieder er bij wordt genodigd, maar uiteindelijk is het toch een vrije geloofsbeslissing van de mens, wanneer hij zich daaronder voegt; hij kan er ook aan voorbijgaan. De processie is echter een op straat, dus in de openbaarheid, brengen van de eredienst, waaraan voorbijgangers zich niet kunnen onttrekken, zelf al zouden ze dit willen. Prof. Miskotte typeert het verschil duidelijk met de uitdrukkingen : , , openbare eredienst" en , , eredienst in het openbaar", waartussen de grens door de processie wordt overschreden.

Van het machtsstreven van de Roomse kerk, dat daarin uitkomt, noemt hij enkele tekenen uit de laatste jaren, te weten de Mirakelfeesten te Amsterdam in 1946 en het Mariacongres te Maastricht in 1947. Hij beklaagt zich er over, , , dat wij nog zo vaak en zo allerakeligst-gemoedelijk aan de toch duidelijk genoeg opgerichte tekenen voorbijzien", en suggereert de noodzaak, dat de Hervormde Kerk zich dieper bewust wordt van de geloofsbeslissing waaruit zij werd geboren.

Een Pinksterlied. — In De Open Deur van 28 Mei wordt door een meneer Wilman een — hopelijk denkbeeldige — ouderling ten tonele gevoerd, in een plaatsje waar het de gewoonte is, dat op de tweede Pinksterdag op het kerkplein markt wordt gehouden inclusief passende vermakelijkheden. De drukte van deze kermis-markt maakt het houden van een kerkdienst op deze dag onmogelijk.

De ouderling bovengenoemd, luisterend naar de naam van Jelle, die aan het marktplein tegenover de, kerk woont, vindt dit vanzelfsprekend erg onprettig, vooral waar de kermlssfeer voor hem culmineert in de muziek van een draaiorgel, dat voor zijn raam aanhoudend het lied afdraait: van je hela, hola, houd er moed maar in. Hij vergelijkt de mensen-massa's en de drukte van nu met de schamele kerkgang van de vorige, eerste Pinksterdag en doet zijn beklag daarover bij zijn vrouw Cathrijne.

, , Dan zegt ineens Cathrijne: Maar Jelle toch, heb jij nu Pinksteren gevierd? Moet jij voor de kerk zorgen of zal de Heilige Geest dat doen ? Jelle, roept ze ineens, God laat je door dat draaiorgel het Pinksterevangelie verkondigen, 't Roept je toe om de moed er in te houden, want de Heer zond ons de Heilige Geest !" Slottoneel : een dansje om de tafel van Jelle en Cathrijne op de maat van het draaiorgel. Nog nooit, aldus de moraal, had de ouderling op zó'n vreemde wijze Pinksteren gevierd en met zijn vrouw zo'n vreemd Pinksterlied gezongen.

Nog nooit, kunnen wij er aan toevoegen, zagen wij in een kerkelijk blad zó'n gruwelijke verkrachting en profanatie van de Pinksterboodschap.

Men vroeg van de zijde van De Open Deur, toen De Echo voor het eerst uitkwam, het orgaan van de Ned. Herv. Bond voor Inwendige Zending op Gereformeerde Grondslag, waarom men zich van deze Bond nu niet bij de Open Deur had aangesloten.

Met dit soort nonsensverhalen geeft men zelf een overduidelijk antwoord.

De hedendaagse Christenheid mag wel dankbaar zijn en zich gelukkig prijzen, dat de apostelen en ouderlingen uit de Oude Kerk meer onder beslag zijn geweest van Jezus' laatste onderwijzing : gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, die over u kommen zal, en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem als in geheel Judea en Samaria en tot aan het uiterste der aarde. (Hand. 1 vs. 8).

Met ouderlingen in de apostolische tijd als deze Open Deur-creatie zouden we nu in West-Europa nog volop heidens zijn geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's