RAPPORT
PROF. DR. J. SEVERIJN
van de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden in Nederland
Ook de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden heeft een Commissie ingesteld ter bestudering van de Synodale publicatie: , , De Leer aangaande de Heilige Schrift". Haar rapport werd ons toegezonden ter kennisneming en beoordeling. Wij willen daaraan gaarne onze aandacht wijden en enige opmerkingen maken.
De Commissie begint met haar waardering uit te spreken b.v. over het feit, dat de Generale Synode er toe is overgegaan , , richtlijnen bij de bezinning op de betekenis van de Bijbel aan de kerk aan te bieden".
Uit deze uitdrukkingswijze kan duidelijk worden, dat de Commissie zich plaatst op het standpunt van de , , gesprekskerk", in welke zelfs de Heilige Schrift en haar gezag een onderwerp van gesprek kan zijn, m.a.w. discutabel is.
Denk u eens in, dat de apostelen onderling gediscussieerd hadden over de Heilige Schrift en haar gezag. Denk u in, dat zij in discussie waren getreden met Petrus over zijn uitlegging van de profetie van Joël in zijn Pinksterrede.
Zoiets laat zich gewoonweg niet indenken vanwege de enigheid des geloofs.
Een tweede punt van waardering of liever , , voldoening", spreekt de Commissie uit, omdat , , de Synode blijkens de publicatie, die voor ons ligt, de eigen aard van het gezag dei Schritt heeft weten te onderkennen".
Inderdaad kunnen ook wij de eigen aard van het gezag der Schrift erkennen, maar dan toch zó, , dat die eigen aard voor ons besef uitsluit, dat de ware Schriftgelovigen over het gezag der Heilige Schrift discussiëren en dat het in de vrijheid der kerken en haar leden zou staan over dat gezag te denken zo zij willen.
Het is zeer wel mogelijk, dat de vrijzinnigheid ons hier gaat verdenken van een standpunt van dwang, misschien zelfs gaat spreken van consciëntiedwang, hoewel daarvoor niet de minste grond aanwezig is, aangezien wij op geen andere dwang het oog hebben, dan op die van de eigen aard van het Schriftgezag zelf.
Daarom gewaagden wij van het waarachtig Schriftgeloof en de vraag moet in dit verband worden gesteld, of wij hier niet bij het hart van de zaak worden geplaatst, n.l. bij het punt, waar waarachtig geloof en vrijzinnigheid uit elkander gaan, zodra de Heilige Schrift beslag over een mensenkind neemt.
En dan verstaan wij vrijzinnigheid niet slechts in de opzettelijke en gecultiveerde zin van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden, maar in de spontane zin van het zondaarshart.
Wat de Commissie ze'gt van de Seyla van een mechanisch geïnspireerd goddelijk boek en de Charybdis van een alleen maar menselijk waardevol geschrift, waartussen de Synode bewust doorvaart, kan ons weinig aanleiding geven tot opmerkingen, in zoverre de nadruk schijnt te vallen op de uitdrukking : mechanisch geïnspireerd, die ons te intellectualistisch voorkomt.
Het gaat echter om de tegenstelling : goddelijk boek of menselijk geschrift. Daartussen is geen vaart. Als het een goddelijk boek is, is het vrucht van bijzondere zorg Gods. Wil men dat inspiratie noemen, goed, maar, hoe die inspiratie in zijn werk gaat, kan geen menselijk verstand bevroeden en het woord organische inspiratie geeft al weinig meer verklaring dan het woord mechanische inspiratie.
Even weinig aanleiding kan er zijn om lang stil te staan bij de opmerking der Commissie over de zinsnede uit artikel 9 : „De schrijvers der Bijbelboeken-geven geen schools-wetenschappelijke kennis aangaande de geschiedenis van Israël en de volkeren en aangaande de wording en de bouw van de wereld".
En dan de volgende zinsnede : , , De Synode Is zich bewust, dat in deze historische en kosmologische voorstellingen, naar onze wetenschappelijke maatstaf beoordeeld, onvolledigheden, onnauwkeurigheden en ook wel onjuistheden schuilen".
, , Naar onze wetenschappelijke maatstaf beoordeeld" bevatten de historische en kosmologische voorstellingen der schrijvers van de Bijbelboeken onvolledigheden, enz.
Men zal zich herinneren, dat dr. De Wilde onlangs deze dingen ook nog heeft overgenomen in zijn discussie met ds. Vroegindeweij.
„Naar onze wetenschappelijke maatstaf beoordeeld !" Wie haalt zulk een argument in zijn hoofd?
Naar onze maatstaf, wetenschappelijk of niet wetenschappelijk, beoordeeld, deugt er van de hele Bijbel niets, omdat wij naar Gods maatstaf niet beoordeeld wensen te worden.
Onze wetenschappelijke maatstaf over de historie van Israël is evenals onze wetenschappelijke maatstaf op ieder ander stuk historie afhankelijk van onderstellingen omtrent 't onbekende, welke worden gebouwd op het gegevene. Die, onderstellingen hebben dan gewoonlijk betrekking op aangelegenheden, die voor de historicus van groot belang kunnen zijn, maar waaraan de Bijbel voorbijgaat.
Wat zulk een menselijke en bovendien onstandvastige menselijke maatstaf nu met de kennis der betekenis van Israël in de weg der Godsopenbaring te maken heeft, is toch waarlijk niet duidelijk.
En wat de Synode er toe drijven kan de kerk voor te willen houden, dat er naar menselijke , , wetenschappelijke onnauwkeurigheden en ook wel onjuistheden (in de Schrift) schuilen", is uit een oogpunt van Synodale leiding of van , , kerk-zijn" — wij menen wel eens op te merken dat de top der kerk zich voor gereformeerd houdt — bovendien ook niet wel te motiveren, tenzij zij dat doet voor degenen, die de Bijbel naar eigen wetenschappelijke maatstaf beoordelen.
Het ware dan echter meer in overeenstemming met een gereformeerde orde geweest, als de Synode deze en dergelijke uitingen van de samenstellers gecorrigeerd had en de kerk had voorgehouden, dat dergelijke beoordelingen naar onze wetenschappelijke maatstaven ten slotte subjectief en onstandvastig zijn, en aan de betekenis van de Heilige Schrift voorbijgaan.
Niet onze wetenschappelijke maatstaf oordeelt over de Schrift, maar de Schrift oordeelt over óns en over onze wetenschappelijke houding, welke onder haar zedelijk en geestelijk criterium valt.
Wat de geschiedenis van Israël aangaat, mogen er voor de historicus vele vragen over blijven, ook als historicus mist hij zijn doel, als hij die vragen niet stelt in het licht, dat de Heilige Schrift over Israël doet opgaan.
Verder wordt er ook gesproken over de wording en de bouw van de wereld. Altijd nog de negentiende-eeuwse geest. Alsof de , , wetenschap", ondanks de buitengewone vorderingen van de laatste eeuw omtrent wording en bouw van de wereld, waarlijk een dergelijke kennis heeft veroverd, dat het geloof in God de Schepper als een primitieve vergissing is achterhaald, en dat een man, die in deze wetenschap werkt — en zo iemand weet er toch eigenlijk alleen iets van — geen Schriftgelovig man kan zijn en zijn kennis de heerlijkheid van de Schepper niet zou openbaren.
S.
{Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's