Onderwijs
Huisbezoek (I)
Kort geleden had ik een gesprek met een Zondagsschoolonderwijzeres. Haar dagelijks werk was op een kantoor, maar 's Zondags gaf ze zich voor de Zondagsschoolarbeid. En ze deed dat met ijver en toewijding. Haar klacht echter was, dat de kinderen soms zo druk waren en dat 't hun dikwijls zo bitter weinig interesseerde, wat er verteld werd. Dit kon ze moeilijk hebben en vooral een rommelige sfeer kan ze niet uitstaan. Daarom wilde ze haar klas in orde hebben. Nu zijn er op een Zondagsschool weinig tuchtmaatregelen toe te passen. In dat opzicht staat 't er heel anders mee, dan op de gewone lagere school. Toen heeft ze de toevlucht genomen tot een bijzondere maatregel. Waren er kinderen druk of onoplettend geweest, dan moeten die 's middags bij de juffrouw aan huis komen. Ze moesten thuis vertellen, wat er aan de hand was en 's middags werden ze door de juffrouw verwacht. Het eerste tweetal, dat dit te beurt viel, zal wel met niet al te veel opgewektheid de reis hebben aanvaard. Maar ze kwamen. De juffrouw sprak met hen, zette zich vervolgens voor het orgel en samen zongen ze een paar versjes. Daar kwam nog een snoepje bij en een plaatje en zo togen ze weer huiswaarts. Men begrijpt, dat weldra helemaal het karakter van strafmaatregel weg was. Ze kwamen ten slotte graag ! De juffrouw zelf genoot en zelfs een toenemende populariteit door. En na afloop van elke , , Zondagsschooldienst" verdrongen de kinderen zich om haar heen, om te vragen of zij nu vanmiddag eens mochten komen. Ik ben niet te weten gekomen, of ze soms opzettelijk stout waren om voor de extra-visite te worden uitgekoen. Voor de toekomst kon één en ander zeker vruchten afwerpen, de goede verstandhouding werd er door bevorderd, de band tussen de juffrouw en de „stoute, "' kinderen werd verbeterd en verstevigd.
Nog een andere maatregel werd ingevoerd : Huisbezoek.
De juffrouw ging eens praten met de ouders van de kinderen ; in de eerste plaats van diegenen, die moeilijkheden opleverden. Zodoende werd er wederzijds kennis gemaakt. De onderwijzeres — en dat was een zeer voornaam punt — leerde de omstandigheden bij het kind thuis kennen. Dit kan soms al veel over het gedrag van het kind verklaren. Maar ook kwam ze er, voorzichtig peilend, achter hoe de houding van de kleine thuis was. Met dit alles kon ie haar winst doen en kwam soms achter de oorzaak of de aanleiding van voor haar tot dusver onverklaarbare dingen. Iets wat de onderlinge verhouding en het wederzijds begrip niet anders dan ten goede kan komen en het onderwijs meer vruchtdragend kan maken.
Zó moet het ook bij het gewone onderwijs op school.
Toen jaren geleden bij de openbare scholen het stelsel der oudercommissies werd ingevoerd, werd dit door velen als een belangrijke stap vooruit aangemerkt. Anderen echter waren verklaarde tegenstanders en zagen weinig heil in deze verandering. Ook de mening der leerkrachten was verdeeld. Leek 't misschien al te, veel op de leuze: , , De school aan de ouders ? " Zó ver was en is 't echter bij 't openbaar onderwijs nog lang niet. , , De school aan de Staat" dat is veler zinspreuk en dan — géén plaats voor invloed der ouders. Laten die er zich niet mee bemoeien. De school is een grootheid op zich zelf en de onderwijzer is weer de autoriteit in die grootheid !
't Feit is echter niet te ontkennen, dat op school geen kinderen van de Staat worden opgevoed en onderwezen, maar kinderen van ouders, van vaders en moeders, dit in de eerste plaats als natuurlijke en verantwoordelijke verzorgers gelden en ook de eerst-belanghëbbenden zijn met betrekking tot de opvoeding en het onderwijs hunner kinderen.
Daarom, hetzij de school van de overheid uitgaat, of van de kerk, of van een schoolvereniging, altijd moet er plaats zijn voor invloed der ouders, of minstens voor samenspreking en samenwerking van huis en school van ouders en onderwijzers.
Dit bevordert het elkander verstaan, leert verborgen mede-opvoeders kennen, vooral die gelegen zijn in het milieu, waaruit de leerlingen komen, leert de moeilijkheden kennen zowel van huis als van school, verklaart soms veel, wat tot verheldering van de atmosfeer kan strekken, kweekt waardering, voorkomt conflicten enz. En het kind vaart er wel bij.
Hier voor is huisbezoek nodig, huisbezoek door de meesters en juffrouwen bij de ouders hunner leerlingen.
Zeker er zijn ook andere middelen, die men toepast om een band te leggen tussen school en huis. U denkt reeds aan de ouderavonden, waarheen de ouders in de regel in grote getale optrekken. Dit kunnen werkelijk hoogtepunten zijn, die èn bij de ouders èn bij de leerkrachten lang in 't geheugen blijven. Die tijd, die er echter na afloop overblijft, om nog even de klassen rond te gaan en het personeel te spreken, is als regel te kort en leent zich niet al te best tot een ernstig gesprek óver de kinderen.
Tegenwoordig houdt men ook bezoekavonden. Dat gaat er wat de samenspreking betreft, al beter op lijken. Al is dan het gesprek vooral gericht op het schoolwerk, waarmee de vader of moeder dan wel kennis maakt en iets kan horen over het schoolleven van zoontje of dochtertje, maar dat de leerkracht niet het gezin, het milieu, het huiselijk leven doet kennen, zoals dat normaal reilt en zeilt. En dat is juist van groot belang.
Daarom nog ééns : Huisbezoek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's