De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jonker's Metamorfose

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jonker's Metamorfose

7 minuten leestijd

Aan een proefschrift voegt men nog al eens een aantal stellingen toe. Een herinnering aan een oude, universitaire traditie. Er is een tijd geweest dat men aan de hogescholen graag en hartstochtelijk debatteerde en disputeerde over stellingen, die voor dat doel vooraf geformuleerd waren. Dit ontaardde vaak in wetenschappelijke tournooien. Toch heeft de reformatorisdhe christenheid een zwak voor stellingen. Daarmee lag de Reformatie 31 October 1517 in de Juren. Luthers thesen zijn onmiddellijk uitgelekt onder het volk, omdat het .aangelegen belang de grenzen van de .academie verre overschreed.

Aan zijn dissertatie Over Jaspers Metamorfose der Bijbelse Religie voegde dr. Jonker ook een aantal stellingen toe. Een van deze stellingen, die voorzover ik het bezien kan, niet onmiddellijk verband hield met het onderwerp van het proefschrift, luidt aldus : „Het wijkgemeentestelsel in de Hervormde gemeenten der grote steden blijkt in de practijk voordelen te bezitten. Nadelen kunnen worden voorkomen, indien men overeenkwam, dat iemand om principiële redenen zich zou kunnen voegen bij de wijkgemeente zijner keuze".

Ik voel me wel een beetje beschuldigd, wanneer ik aan deze stelling een kattebelletje wijd. Het zou de schijn wekken, dat ik schichtig om het monumentale gebouw van de dissertatie heensloop, om achter in de tuin in een prieeltje dr. Jonker te willen ontmoeten. Maar het is nu eenmaal niet mijn opdracht om het proefschrift te bespreken, terwijl ik me wel geïnspireerd voel om het gesprek rondom deze stelling op gang te brengen.

Zoals de stelling er ligt, is ze opgediend als een correctie op het wijkgemeentestelsel uit onze kerkorde. Maar wat is de tendenz ? Het zou m.i. kunnen leiden tot een niet onbelangrijke metamorfose van dit stelsel. Weliswaar zijn er in de stellingen enkele beperkingen. Alleen van de grote steden is sprake, terwijl men zich slechts om principiële redenen kan laten incorporeren in een andere wijkgemeente.

Als we er van uitgaan dat het aanbeveling verdient, ook al vanwe^ge de genoemde practische voordelen, om het conglomeraat van een grotestads-gemeente te splitsen in een aantal kleinere parochies, dan staan we meteen voor de keus of de deling afhankelijk is louter van geografische factoren of dat hier ook modaliteitsoverwegingen een stem in het kapittel moeten hebben. Dit is een dilemma. Zelfs voor hen, die de hele modaliteiten-affaire zien als een voorbijgaande phase. Overigens is hier niet een absoluut verschil in geding althans niet als men modaliteit ziet als een kwestie van regionale herkomst. Voor een predikant van een , , minderheids-modaliteit", als ik me eens zo mag uitdrukken, is het zojuist geschetste dilenuna zeker moeilijk. Wat zal hij kiezen ? „Die kiest verliest." Als de wijkkerkeraad een zo zuiver mogelijke representatie is van de wijkgemeente — en dat is afgezien van alles ideaal — dan is de predikant zelf een deel van de minderheid. Gelukkig is die situatie allerminst. Zijn positie is niet te benijden. Wanneer hij liever voorganger is van een , , modaliteits-gemeenschap" dan moet hij er wel rekening mee houden, dat hij zijn armslag behoorlijk inperkt. De Gereformeerde Bondsprediking heeft breder gehoor dan de kring van Gereformeerde Bondsleden, mits de predikant dan ook gewoon predikant is bij de gemeente. Maar wordt hij predikant met een bizondere opdracht voor geestverwanten dan geldt hij voor de gemeente als een buitenissige figuur. Zijn invloedssfeer is daarmee ook een veel kleinere geworden. Er is geen zo homogene gemeente in het vaderland te vinden, wil ik geloven, die, met deze beperkte werkkring uitsluitend onder , , geestverwanten" overeenkomt. Geen wonder dat de keuze hier uiterst moeilijk wordt.

Zou dit de oplossing zijn, dat we de meelevende bovenlaag, zoals dat heet, , , opsplitsen" in lijfwachten rondom prediking en predikant hunner keus om dan het territoir te verdelen voor het apostolaat van elke gemeente ? Zo ongeveer zou het kiumen worden, wanneer de stelling van dr. Jonker ook eens promoveerde en wel tot artikel van de kerkorde. Dit zou zeer zeker een metamorfose zijn van het wijkgemeente-ideaal zoals dit in de kerkorde is ontworpen. Nu is niet elke metamorfose, zoals de Jasperse een nivellering. Als een vlinder in zijn veelvervig rokje zijn harnasje van een cocon en nog dieper in het verleden zijn weke rupsenverschijning achterliet en sierlijke parabolen aflegt in zonneschijn en zomerlucht, dan spreken we vrijmoedig van een gelukkige metamorfose, al blijft waar dat God alles op Zijn tijd heerlijk gemaakt heeft.

Het wijkgemeente-ideaal van de kerkorde zal in menig opzicht een illusie blijven. De stad is geen dorp. Al doet de jeugd in een bepaalde wijkgemeente belijdenis bij de wijkpredikant, daarmee heeft hij toch niet zijn jonge wijkgemeente gevormd. Want de jongelui stuiven op een enkele uitzondering na allen naar elders. Een groot deel zal nog wel in de buurt nog wel in hetzelfde stadsdeel blijven, maar niet in de wijkgemeente. De mutatie is in de stad altijd sterk, ondanks de woningnood. Vaak ook door de woningnood. Waarom moeten contacten, die moeizaam tot stand gekomen zijn telkens overgedragen worden soms vanwege een enkele tussenliggende straat ? Ook als het gezin kleiner wordt zoekt men vaak een andere woning. Er zijn stadsdelen met een oudere en andere met een jeugdiger bevolking. Dat drukt op de wijkgemeente een stempel.

Ook al streeft de kerkeraad er naar, dat de modaliteiten behoorlijk in de colleges vertegenwoordigd zijn, daarmee doet men nog niet voldoende aan de minderheden recht. Er zijn markante leidende figuren, die, nu juist niet opgenomen worden in de vergaderingen. De historie leert dat juist deze mannen hun sporen nalaten.

Al deze, factoren maken dat het bezwaarlijk is om een echte wijkgemeente op te bouwen. Uiteraard zullen predi­kanten, die van modaliteitswege de meerderheid achter zich hebben de minste last ondervinden, maar de bezwaren zijn er.

De grote vraag bij dit amandement- Jonker is echter of deze suggestie bedoeld is als correctie en uitzondering of als regel. Er moet een midden-evenredige te vinden zijn tussen modaliteitsgemeente en uitsluitend een geografische, die domweg al wat binnen de perken woont omvat.

Dr. Jonker stelde twee reserves. Allereerst sprak hij van grote steden. Is het billijk hieraan vast te houden nu Nederland binnen afzienbare tijd het uiterlijk zal hebben van één groot tuindorp? Zijn er op tal van plaatsen niet modaliteitsevangelisaties. Wellicht kon ook in de lijn van genoemde stelling in heel veel gevallen een oplossing gezocht worden in dezelfde, zin als voor de grote steden. Waarom zou het platteland verboden worden wat de steden vrijstaat ?

In de tweede plaats was er sprake van principiële bezwaren. Daar moet natuurlijk een omschrijving voor komen. Dit mogen geen wissewasjes zijn. Wellicht is het aanbevelenswaardig dat er een klein procent boven de gewone bijdrage gevraagd wordt voor administratieve onkosten. Tegelijk bereikt men met deze financiële verplichting, die heus niet zo groot hoeft te zijn, dat men van het privelegie om in een andere dan eigen wijkgemeente onderdak te komen geen spelletje maakt.

In ieder geval is uit deze uitvoerige beschouwing wel gebleken, dat het nodig is dat aan deze dingen aandacht geschonken wordt.

Komen we klaar in Nederland, ook al behoren we tot de kleinste kerkelijke gemeenschap, met het schema ware en valse kerk ? Moet verschil van inzicht noodzakelijkerwijs betekenen dat we meteen maar een nieuwe kerk stichten kant en klaar met naam en al, opleiding incluis ? Vergadert Christus uitsluitend Zijn gemeente door de Hervormd-Gereformeerde prediking ? Maar moet het anderzijds mij maar volmaakt onverschillig laten wie er preekt, als er maar een op de preekstoel staat en preken ze allemaal voor mij precies Gods Woord? Ik voor mij geloof dat er tussen kerken en groepen binnen de kerk wel wat meer eenheid mogelijk was, mits er ook gelegenheid bestond tot een zekere zelfstandigheid van de delen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Jonker's Metamorfose

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's