Van onze Studie-Commissie
De Leer aangaande de Heilige Schrift
Paragraaf 3.
3. Het nieuwe verbond.
De schiiften van het nieuwe testament getuigen er van hoe God zijn verbond vernieuwt. Hij schenkt zijn heil aan de gemeente uit Israël en de volkeren door de verschijning van Jezus Christus (Mare. 14 vs. 24). Hij is de hoogste profeet, de enige hogepriester en de eeuwige koning, van wie Israels profeten spraken. (Hand. 3 vs. 22; Luc. 1 vs. 32 vlg.; Hebr. 5).
Door zijn kruis breekt Jezus Christus de tussenmuur tussen Israël en de volkeren weg; Hij verzoent de gemeente uit Israël en de volkeren met God en schept vrede (Ef. 2 vs. 11—22). Door zijn opstanding en verhoogd worden aan de rechterhand van God, aanvaardt Hij de heerschappij over alle macht in de hemel en op de aarde, en wordt Hij de koninklijke Herder van het volk van het nieuwe verbond. (Ef. 1 VS. 20 vlg.).
Door de uitstorting van zijn Geest legt de verborgen Herder en Koning zijn woorden in mond en hart van de apostelen en Hij draagt hun op de pre diking van zijn koninkrijk en de bediening van de verzoening (Hand. 1 vs. 8 ; 2 Cor. 5 vs. 18 vlg.).
Jezus zei: Onderzoekt de Schriften, die getuigen van Mij (Joh. 5 vs. 39). Door de Heilige Geest geleerd, betuigen de apostelen uit de schriften van Mozes en de profeten, dat Jezus is de Christus, de gezalfde profeet, priester en koning (Joh. 14 vs. 26 - , Hand. 17 VS. 2, 3 ; 1 Petr. 1 vs. 10—12).
Al wat de profeten schreven wordt dienstbaar aan het onderricht en de vertroosting van de gemeente van het nieuwe verbond (Rom. 15 vs. 3—13). De prediking van de apostelen is de toepassing van de beloften van het oude verbond op de gemeente van het nieuwe verbond (1 Petr. 2 vs. 9).
De prediking van de apostelen, die de bevestiging is van de prediking der profeten, is van kracht, totdat de verborgen Herder en Koning komt en de hemel en de aarde voorbijgaan (Matth. 5 VS. 17 vlg.).
Mij is gevraagd, een beoordeling te geven van par. 3 en 4 van het geschrift „De Leer aangaande de Heilige Schrift".
Par. 3 draagt als opschrift: „Het Nieuwe Verbond" en staat in nauw verband met de voorafgaande paragrafen : „Het Verbond der genade" en „Het Oude Verbond".
Daarom moge ik eerst nog enkele meer algemene opmerkingen maken. Het is reeds door het lid onzer commissie, die de Inleiding en Paragraaf 1 en 2 van het geschrift besproken heeft, opgemerkt, dat dit geschrift dus blijkbaar bewust als de inhoud van de Heilige Schrift het Verbond naar voren brengt en dat dan nader gespecialiseerd als het Verbond der genade.
Gezien de naam die de Heilige Schrift zelf draagt, n.l. de Boeken van het Oude en Nieuwe Testament of Verbond, is het mogelijk dit te doen. Alleen moeten wij er dan wel van doordrongen zijn, dat inderdaad het Verbond der genade een zeer belangrijk gegeven is in de Heilige Schrift, doch dat er altijd een gevaar dreigt aan deze methode om één hepaald belangrijk gegeven uit de Sdhrift uit te lichten en zo sterk apart te 'beklemtonen. Men loopt dan altijd het risico andere belangrijke elementen uit de Schrift te verwaarlozen, waardoor ook de uiteenzetting van dat gegeven, dat men er uit lichtte, dreigt te verschralen.
Opmerkelijk is, dat indertijd de opstellers van het geschrift: Fundamenten en Perspectieven, het stuk van het Koninkrijk Gods als uitgangspunt gekozen hebben en dat als het centrale uit de Schrift naar voren wilden schuiven en daartoe ook een goed recht meenden te hebben. Hieruit zien wij toch ook, , dat men blijkbaar niet zo zonder meer kan zeggen : , , in dit of in dat is de "inhoud der Schrift het beste samen te vatten", deze toch is rijk en veelzijdig.
Doordat dit geschrift over de Heilige Schrift het Verbond der genade als dé inhoud van deze ziet en als uitgangspunt neemt voor de leer over die Schrift is er een merkwaardig onderscheid tussen dit geschrift en de Ned. Geloofsbelijdenis, waar zij belijdt aangaande het Woord Gods. Dit onderscheid is opvallend en moet zeker gesignaleerd worden. De Ned. Geloofsbelijdenis spreekt van God Zelf, Die Zich in de Schrift heeft te kennen gegeven. Calvijn sprak van de ware Godskennis en in verband daarmee, in het licht daarvan, van de redhte zelfkennis, en van de ere Gods, als datgene, waar het in de ware religie om gaat. Dit vinden wij als een doorgaande lijn telkens weer in zijn geschriften en wij zien die lijn ook doorgetrokken in de aanhef van de Ned. Geloofsbelijdenis.
Wij zouden kunnen zeggen, dat de Ned. Geloofsbelijdenis meer theologisch is (God Zelf staat in het middelpunt én de kennis van Hem), en dat dit geschrift over de Heilige Schrift meer soteriologisch is (de verlossing van de mens staat meer in het middelpunt). Wij mogen natuurlijk niet ontkennen, dat de Schrift een sterk soteriologisch karakter draagt; — toch neemt dit niet weg, dat wij déze aanpak in dit geschrift aanvoelen als een verschuiving, een verarming ook wel, vergeleken met wat de Ned. Geloofsbelijdenis belijdt.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's