Onderwijs
Huisbezoek (III)
Et zijn scholen, waar bij instructie "het huisbezoek aan het personeel is voorgeschreven. Zelfs zijn hier en daar bepalingen gemaakt die het aantal gezinnen aangeven, dat per maand bezocht moet worden. Dit lijkt me, in 't algemeen, te ver gegaan. Enige vrijheid van handelen mag toch in deze wel aan 't personeel zelf worden overgelaten. Men moet bovendien niet vergeten, dat de schoölarbeid van heden veel van de leerkrachten vergt. De grote klassen, de klasse-combinaties, de ziektegevallen onder het personeel, die al weer tot nieuwe com'binaties leiden en aldus tot zwaardere arbeid, spreken een ernstig woordje mee. Waarbij nog komt dat de jeugd — vooral de stadsjeugd — er niet gemakkelijker op geworden is. Of is dit op de dorpen óok zo?
Een en ander maakt me een beetje huiverig voor al te dwingende bepalingen.
Hoe het echter ook zij, de onderwijzers en onderwijzeressen houden contact met de gezinnen. Ook en vooral als er nog geen conflicten zijn. Zijn die er, dan is samenspreking dringend nodig. Maar de betrokken leerkracht moet dan niet gaan ^met de idee, om 't nu eens goed te zeggen en eens een boekje, over z'n leerlingen open te doen. Laat hij vooral kalm en rustig zijn, beheerst, hij behoeft de feiten niet te verhelen, maar soberheid in z'n bewoordingen zij, hem toch aanbevolen, 't Behoeft heus niet zo te gaan, dat de vader na de mededeling van de onderwijzer zich zó kwaad maakt, dat hij z'n zoontje uit bed sleept en hem voor 't oog van de meester een pak slaag geeft. Nu zal hij 't wel laten !, Ik hoop, dat de meester, wien dit overkwam, er toch geen voldoening in vond. In elk geval kweekte zulk een handelwijze wrok bij het kind. Wrok tegen z'n vader, die hem zó aanpakte, wrok tegenover de onderwijzer, die alles was komen vertellen. Als gevolg vermoedelijk een onherstelbaar bedorven verhouding.
Maar evenzeer is te veroordelen, dat de vader (of de moeder) In de gedane mededelingen een oorzaak vindt om de meester eens duchtig de mantel uit te vegen. Soms nog wel in tegenwoordigheid van de leerling. Veel wordt daar- 'bij gebracht op rekening van de drukke, gejaagde tijd waarin we leven en waarin nerveusiteit aan de orde van de dag is. Zó kan men echter beter niet gaan, of men wachte tot 't een beetje , , gezakt" Is.
Meestal zal het zo'n vaart wel niet lopen ; er zijn gelukkig in dit opzicht nog wel heel, wat verstandige mensen, zowel onder de leerkrachten als onder de ouders. Wederzijds begrip voor de omstandigheden en voor de moeilijkheden ko'mt gelukkig toch ook nog veel voor en rustige samenspreking kan dit begrip ook nog wel aanbrengen. Het moet toch mogelijk zijn — en mij zijn gevallen genoeg toekend, dat 't ook mogelijk was — om als Christenen te overleggen en speciaal wanneer het betreft zulk een belangrijke zaak, als de opvoeding van onze kinderen.
Het gewone huisbezoek, zonder dat er conflicten zijn, kan toch in elk geval een rustig, een vriendschappelijk verloop zelfs hebben. Er is zoveel, waarover gesproken kan worden met betrekking tot het kind. Zijn houding, zijn werk op school, zijn gedrag thuis, z'n omgeving, zijn vriendjes, oudere , , mede-opvoeders", welke bedoeling de oüiders met hem of haar hebben na de lagere school. Z'n geschiktheid om verder te leren, z'n. liefhebberijen. Eventuele bezwaren kunnen van weerskanten zakelijk worden uiteengezet, waarbij nooit uit het oog mag worden verloren dat het gaat om het belang van de toekomst van het kind, waarvoor de ouders en de onderwijzer(es) verantwoordelijk zijn, niet alleen aan de mensen, maar in de eerste plaats aan Hem, die aan de ouders hun kinderen gaf en aan de meester of juffrouw de taak om ze bij alle intellectuele ontwikkeling, toch in de eerste plaats op te voeden en te onderwijzen in de vreze des Heeren. Als we ons die verantwoordelijkheid bewust zijn, dan kan het huisbezoek tot grote zegen zijn.
Allicht komen hij zulk een hezoek ook andere zaken ter sprake dan die van de school. Men moest wel geen Nederlander zijn, om niet al heel gauw terecht te komen bij kerkelijke zaken en soms ook op het terrein van de politiek. Dit levert niet veel moeilijkheden op, als partijen eensgeestes zijn. Echter is onze schoolbevolking dikwijls zeer gemengd. Er zijn er van verschillende kerken en van verschillende politieke overtuiging. Daarom is van be^de kanten uiterste voorzichtigheid geboden. Het gaat om het kind en om de school. En aangezien kerkelijke tenen dikwijls zeer lang zijn en politieke eksterogen buitengewoon gevoelig, vooral in verkiezingsdagen zou er in sommige gezinnen meer kwaad dan goed uit voortkomen, indien men zich in één of andere richting liet gaan.
Mede om dezelfde redenen meen ik ook tot voorzichtigheid te moeten manen, als de meester het verkeerde, dat hij in een gezin ontmoet, nu maar meteen zou willen rechtzetten. Hij moet 'begrijpen, dat dit z'n terrein niet is. Ik kan me begrijpen dat ouder personeel wel eens een wenk kan geven, maar vooral jongere mensen moeten hier toch wel zeer oppassen.
Ik hoorde eens op een contactvergadering van bestuur en personeel ener school een inleiding van de voorzitter, die het ook als een belangrijke taak van het onderwijzend personeel beschouwde, dat ze bij hun huisbezoek rechtstreeks het massa-jeugdwerk zouden worden betrokken. Er is geen bezwaar bij, als — wat me nog wel eens overkwam — de ouders om raad komen vragen met het oog op hun oudere kinderen. Maar overigens zou ik adviseren : Blijf op uw eigen terrein. Vooral betreft dit de jongeren. Als het oudere leerkrachten aangaat, en er zijn oud-leerlingen in een gezin, dan zal het geen hezwaar zijn over deze, dingen te spreken. Maar men doe niet alsof men ouderling is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's