De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BELANGRIJKE VONDSTEN *)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BELANGRIJKE VONDSTEN *)

10 minuten leestijd

Zoals men uit de dagbladen kan vernomen hebben, worden in de laatste jaren belangrijke ontdekkingen gemeld van oude geschriften. Wie las niet van de Dode Zee-rollen. Ook in ons blad werd daarop trouwens de aandacht gevestigd. Prof. Edelkoort heeft er een boek over geschreven.

Voarts de geschriften over Origenes te Toura en dan de verzameling gnostische geschriten in Nag Hammadi.

Prof. H. Ch. Puech schrijft daarover als volgt: „Hier volgt in grote trekken de nog zeer onzekere geschiedenis. Bij de graven op het zuidelijke gedeelte van het kerkhof dolven boeren uit Debba en uit het naburige gehucht Hamra-Doum bij toeval een grote kruik op. Toen zij die stuk sloegen, kwam er een stroom van handschriften uit te voorschijn. De fellah's .(boeren) hechtten niet zoveel waarde aan hun vondst: sommige van de voor de dag gekomen bladen werden verscheurd of verbrand; de rest werd verkocht voor drie Egyptische ponden en naar Cairo overgebracht, waar de overgebleven geschriften in drie porties werden verdeeld. Een der gevonden codices, die toen al niet meer volledig was, werd in 1946 aangekocht door een thans overleden antiquair". (Vgl. blz. 6).

Door Togo Mina werd een tweede codex aangekocht voor rekening van het Koptisch Museum te Caïro, waarvan hij directeur was.

In 1949 bleek, dat de overige codices is bezit gekomen waren van een verzamelaar. Het rapport daaromtrent meldt elf nieuwe codices. Deze, elf zijn bij het zoeven genoemde terecht gekomen in het Koptisch Museum. Zij blijven momenteel ontoegankelijk. De dertien condices omvatten tezamen 48 werken, geschreven in het Koptisch, een taal, die ontstaan is in de tweede eeuw na Christus en het laatste stadium van de taal van het oude Egypte vertegenwoordigt. Een groot gedeelte van deze een duizendtal bladzijden tezamen tellende handschriften is gaaf, n.l. 794 bladzijden.

Thans vraagt het eerste handschrift, dat in 1946 in handen van een antiquair kwam, de aandacht der geleerde heren. Het werd op de 10de Mei 1952 aangekocht door het Jung-instituut te Zurich en wordt sedert genoemd: Codex-Jung.

De geschiedenis van de ontdekking en aankoop van deze codex is nog al ingewikkeld. De ijverige nasporingen van prof. dr. G. Quispel, hoogleraar aan onze Universiteit te Utrecht, hebben in hoge mate bijgedragen tot de zoeven gemelde aankoop, terwijl ook de uitgave aan bovengenoemde prof. Puech en prof. Quispel werd toevertrouwd.

De Codex-Jung bevat vier werken :

1. een Brief van Jacobus ;

2. het Evangelie der Waarheid ;

3. de Brief aan Rheginos ;

4. een Verhandeling over de Drie Naturen ;

5. twee zeer geschonden bladzijden van het Gebed van de apostel.

Het onder 2. genoemde Evangelie der Waarheid, was bij name bekend.

Irenaus, de bisschop van Lyon ( ± 180), spreekt daarover in een van zijn werken (Adversus Haereses).

Prof. Quispel geeft het volgende citaat uit III, II 9.

, , De aanhangers van Valentinus echter, met het hun eigen gebrek aan eerbied, brengen, hun eigen geschriften naar voren en gaan er prat op, dat zij .meer hebben dan de Evangeliën zelf. Immers zij zijn tot zo'n mate van onbeschaamdheid gekomen, dat zij (het geschrift), dat door hen niet lang geleden is geschreven, het Evangelie der Waarheid noemen, hoewel het in niets overeenstemt met de Evangeliën der aposten, zodat zelfs het Evangelie bij hen niet zonder laster is. Want, als dat. wat door hen wordt naar voren gebracht, het Evangelie der Waarheid is, dat echter ongelijk is aan die, welke door de apostelen aan ons zijn overgeleverd, dan kunnen, wie willen (daaruit) leren, dat dat, wat door de apostelen is overgeleverd, dan niet het Evangelie der Waarheid is". (Vgl. in noot genoemd werk, blz. 33).

, , Het Evangelie der Waarheid" brengt ons dus met de leer van Valentinus en zijn aanhang in aanraking.

Zoals men weten kan, heeft reeds het oude Christendom een strijd gevoerd tegen de ketterse leringen. Wij kunnen daarvan ook in het Nieuwe Testament aanwijzingen vinden. (Vgl. o.a. Openb. 2 VS. 6).

Dit wordt voorts ook duidelijk uit een geschrift als het bovengenoemde van Irenaeus, dat bepaaldelijk tegen ketterse leringen is gericht. Begrijpelijk is óok, dat de bestrijders de ketterijen noemen en bespreken en zodoende leren wij daarvan een en ander kennen. De aanhaling van Irenaeus aangaande Valentinus kan dat reeds aantonen, maar bewijst tevens, dat zulk een kennis slechts zeer onvolledig is. Zóveel is duidelijk, dat Irenaeus de door hem genoemde Valentinus een ketter heet en de eenvoudige vermelding van Valentinus en zijn aanhangers zegt ook, dat Valentinus algemeen bekend was.

Een tweede punt is, dat wij dus weten dat Irenaeus een Evangelie der Waarheid heeft gekend, hetwelk in de kring der Valentinianen is ontstaan en dat dit Evangelie der Waarheld naar het oordeel van Irenaeus In niets overeenkomt met de Evangeliën der apostelen.

Nu zal ieder kunen begrijpen, welk een verrassing er in gelegen is, dat de Codex-Jung blijkt een Evangelie der Waarheid te bevatten, hetwelk wel niet helemaal volledig, toch een duidelijk beeld geeft van de leer, welke daarin is begrepen. Duidelijker althans dan de enkele verspreide gegevens, waarover men beschikte.

Uit de aard der zaak is dat een zeer gewenste uitbreiding van onze kennis omtrent de leer van Valentinus. Dat is opzichzelf reeds van betekenis, maar dat is zelfs niet het voornaamste. Daarover nog enige toelichting.

Wellicht heeft men wel eens vernomen van de gnostieken, mensen met een stevige mystieke inslag, die boven het geloof uitgingen, naar zij meenden, door een hogere weg der zaligheid, bestaande in een verheven kennis of gnosis. Alle gnostieken waren wederom niet gelijk. Men onderscheidt verschillende scholen en ook de Valentinianen, hoewel zij op Valentinus terug wijzen, gaan in verschillende richtingen uiteen. Wij kunnen dus zeggen, dat Valentinus de vader van een gnostieke beweging is geweest. Hij leefde tussen ± 90—160 na Christus.

Prof. Quispel deelt ons mede, dat niet alleen het Evangelie der Waarheid uit de school van Valentinus komt, maar zelfs, dat het stamt uit de tijd, die aan de splitsing van de Valentinianen in verschillende scholen voorafging.

Hij onderstelt, dat het Evangelie der Waarheid omstreeks 150 na Christus geschreven moet zijn, misschien door Valentinus zelf. (Vgl. a.w. blz. 34 v.).

Deze veronderstelling nu raakt aan uiterst belangrijke kwesties, waarop wij de aandacht willen vestigen.

In , , Mededelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen", afd. Letterkunde, nieuwe reeks, deel 17, no. 3, Amsterdam 1954, is een studie van prof. W. C. van Unnik gepubliceerd over dit onderwerp, onder de titel : Het kortgeleden ontdekte „Evangelie der Waarheid" en het Nieuwe Testament.

Prof. Van Unnik houdt Valentinus voor de schrijver van het Evangelie der Waarheid (blz. 13) en komt tot de conclusie, dat het te Rome omstreeks 140 —145 na Christus is geschreven vóór de ontwikkeling der typisch gnostieke leerstellingen, (blz. 16).

De vergelijking van het Evangelie der Waarheid met het Nieuwe Testament, brengt aan de dag, dat de schrijver gebruik heeft gemaakt van de Evangeliën van Mattheüs, Johannes, van 1 Cor., Hebr. en de Openb. Doch daarenboven komen nog meerdere plaatsen in aanmerking, die op kennis van het Nieuwe Testament wijzen. Prof. Van Unnik geeft daarvan een overzicht, (blz. 23 v.v.) en besluit (blz. 27) : Duidelijk blijkt het, dat de schrijver van het Evangelie der Waarheid, de Evangeliën, de paulinische brieven, Hebr. en Openb. gekend heeft, terwijl er sporen van Hand., 1 Joh. en 1 Petr. zijn".

, , Het 'blijkt, dat hij practisch dezelfde boeken gebruikt, die, thans in ons N.T. als canon bijeengebracht zijn ". (Vgl. blz. 27).

Wat hiervan nu zo belangrijk en merkwaardig is ?

Wel, dat uit deze staat van zaken blijkt, dat het Nieuwe Testament reeds onder de generaties, die a.h.w. getuigen zijn geweest van zijn ontstaan, erkend is geweest en gezag heeft gehad, en dat wel in de omvang, die wij kennen.

De Christelijke gemeente en het Nieuwe Testament zijn van meetaf aan elkander veïbonden geweest, hetgeen trouwens uit het Nieuwe Testament zelfs reeds kan blijken. Dit wordt dan ook door deze ontdekking bevestigd en dit is van bijzondere betekenis juist, omdat zovele onderzoekers bij de schaarste aan gegevens uit de geschiedenis buiten de Schrift daaromtrent vaak geheel andere voorstellingen hebben gelanceerd.

Christus spreekt van het Woord des Vaders, dat Hij aan Zijn discipelen heeft medegedeeld, en waarmede Hij Zijn discipelen in de wereld heeft gezonden, biddende voor degenen, die door hun woord zouden geloven. (Joh. 17 VS. 14 en 20). Door hun woord! Dat is dus het Woord, dat zij hadden ontvangen en aangenomen van de Christus." Zo werd het Woord des Vaders, Christus woord, der discipelen woord. Nieuwe Testament. De stempel der echtheid is de apostolische afkomst. Hoe kan het anders, want het apostolische woord was het ontvangen Woord des Heren. Dat Woord had een goddelijke bestemming en werd gedragen door het gebed van de Middelaar Gods en der mensen.

Daarom ligt er een innerlijk verband tussen het Nieuwe Testament en het leven der gemeente van Christus, terwijl het Nieuwe Testament er niet is zonder het Oude Testament. Dat verband gaat door, immers ook Oude en Nieuwe Testament kunnen niet gescheiden worden.

Dit levende verband nu wordt door het zo genaamde wetenschappelijk Schriftonderzoek wel eens vergeten of totaal genegeerd.

De gemeente van Christus leeft uit de opstanding van Christus, d.w.z. zij leeft uit het wonder. En gelijk het wonder buiten de controle der wetenschap valt, zo valt oök het ontstaan der gemeente buiten de controle der wetenschap, die zich slechts kan bezig houden me.t de dingen, die voor ogen zijn.

Immers hier hebben wij van doen met dingen, die alleen door openbaring gegeven en door het geloof gekend zijn. Wat dit alles in dit verband te maken heeft met het Evangelie der Waarheid ?

Dit! Dé kerk, of ruimer het Christendom is een verschijnsel in de wereld, dat aan verschillende takken van wetenschap een probleem stelt. Zo ontbreekt het niet aan pogingen om. het Christendom uit de wereld, waarin het ontstond, te verklaren. Bleef men dan nog maar bij het volk Israël, dan ware men althans dichter bij huis, maar de geest van het humanisme zoekt zijn eigen oorsprongen gaarne in Griekenland en zo zijn er ook nog in onze tijd, die het Christendom uit de klassieke wereld zoeken te verklaren.

Dat komt er o.a. in de practijk op neer, dat men de geschriften van het Nieuwe Testament uit de geest van het Hellenisme zoekt te verklaren. Het ligt voor de hand, dat de gnostieken en hun geschriften een zeer gewenst speurgebied konden zijn voor dit bedrijf.

En ziet, dit onchristelijk pogen wordt nu verstoord door de ontdekking van het Evangelie der Waarheid. Indien dit door Valentinus is geschreven, en dat schijnt aan geen twijfel onderhevig, dan is het duidelijk uit hetgeen prof. Van Unnik heeft aangetoond, dat de Evangeliën reeds gezag hadden alvorens Valentinus schreef.

Uit dit onderzoek blijkt immers, dat het Evangelie der Waarheid aan de Evangeliën ontleent en niet omgekeerd als ware het Nieuwe Testament afhankelijk van het Evangelie der Waarheid. Het , , wetenschappelijk onderzoek" zal met deze feiten moeten rekenen. En al geloven wij niet, dat het humanisme zichzelf zal verloochenen en het pogen prijsgeven om het Christendom uit de mens te verklaren, bovengenoemde onderstelling wordt door deze feiten van haar voornaamste argumenten beroofd en 'men zal moeten bekennen, dat zij zelfs tegen haar getuigen. Het kan duidelijk zijn, dat de ontdekking van prof. Quispel van grote betekenis is.


*) Wij ontlenen de gegevens voor deze korte vertiandeling aan het onlangs verschenen boekje : Op zoek naar het evangelie der waarheid, door prof. H. Ch. Puech en prof. dr. G. Quispel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BELANGRIJKE VONDSTEN *)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's