De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Aphorismen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aphorismen

3 minuten leestijd

Wat een weertje, hè ? "

I.

Is dat nu een aphorisme? zal iemand zeggen, zo'n lijzig, flauw, afgezaagd gezegde over het weer?

Een aphorisme is toch een korte, pittige spreuk. Daar zit dus wat in. Maar wat zit hierin?

Nu, daar zit in elk geval het weer in en het wordt meteen getaxeerd ook, al ligt de taxatie dan meer in de uitroep. Maar het genoemde woord wijst toch op iets, wat in het leven opgemerkt en uit het leven gegrepen is. En daaraan voldoet de uitdrukking over het weer zeer zeker. Want men komt dat nogal eens tegen in stad en dorp.

In de stad ook wel, maar niet zo dikwijls. Men leeft daar over het algemeen minder mee, met de weersgesteldheid. De stedeling heeft andere dingen om aan te denken. Als de zon maar •schijnt, is het hem goed. Hij geniet er meer onbewust van en praat er weinig of niet over.

Maar wee als het waait. En de regen en de rukwinden uit het Zuid-Westen aanstormen en de fietsrijder haast stil staat op de weg. Dan komen de betuigingen over het weer wel los en die zijn allesbehalve, mals. Dan hoor je wel benamingen, die een mens beter deed, niet uit te spreken.

In de gedachtenwereld van de stedeling kan de regen geen plaats verwerven. Wat deert het hem, of in de hete zomer de landen verdorren onder zengende zonnebrand? Als hij maar zon heeft, ook aan het strand der zee, om daar te kunnen „zonnen". Dan geniet hij en wil hij nog wel eens zeggen : , , Wat een weertje, hè? "

In een dorp is dat anders. Daar leeft de mens veel meer met de natuur mee. Hij is afhankelijk van het weer, dat God de Heere belieft te geven.

De stedeling is dat tenslotte evenzeer, maar hij beseft het niet of denkt er niet aan.

De dorpeling weet: daar vóór en rondom mij liggen de weiden en de bouwlanden, waar het gras voor het vee en het koren en de aardappelen moeten groeien. Zo is hij gaan houden van de natuur en ook van het weer, al heeft hij er nogal eens wat van te zeggen, want het is een mens niet gauw goed. Wij op de dorpen kunnen genieten van de wisseling der jaargetijden, zoals haast geen stedeling dat kent.

Zeker, de winters kunnen koud zijn, vooral in het Oosten des lands, waar wij een beetje dichter bij Siberië zitten te huiveren, wanneer de wind uit het Noord-Oosten waait.

Maar o, hoe schoon toch, wanneer de wind zich neerlegt en God de Heere de rijm strooit als as of de sneeuw doet nederdalen als witte wol en het hele bos verandert in toverlandschap. Of als eindelijk de eerste lenteadem over de landouwen strijkt en de weilanden in liefelijk stralende zon heel schuchter met teer groen kleed zich tooien als een bruid, die zich voor haar man versiert.

Of als in midzomer de donderkoppen aan de hemel staan en langzaam maar zeker opkomen en met gesloten fronten opdringen en voortschuiven, totdat zij de ganse hemel bedekken.

Of als het koren daar zo zachtkens staat te ruisen, als hoorden wij iets van het ruisen der zee !

Ziet, dan fluistert het wel in de ziel en zegt zij in zichzelf: , , Wat een weertje, dat God ons schenkt!"

(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Aphorismen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's