Aphorismen
„Wat een weertje, hé? "
II.
Helaas is dit woord nu heel vaak een niets zeggende algemeenheid geworden. In de mond van slager, melkboer en kruidenier, die bij u aan de deur komen, is 't geworden een groet van de dag, een stopwoord zonder betekenis.
Of een kerkganger zegt het, wanneer hij uit de kerk weer naar buiten komt en de buitenlucht flink ophaalt. In dat geval zou je er haast wat van gaan denken, want het klinkt ongeveer als een zucht van verlichting.
, , Wat een weertje he ? " Het is een soort vriendelijkheidsbetuiging tegen een voorbijganger. Men wil niet met een gewone groet volstaan, maar er wat bij zeggen.
Het is een stopwoord, om zijn verlegenheid te verbergen of ook wel, om te dienen als een soort afleiding, om op die wijze naar een ander onderwerp te kunnen overgaan.
Dan begint er enige kleur en tekening in de uitdrukking te komen. Men gaat er wat mee bedoelen.
Intussen bewijst dit alles, dat de mens sterk geneigd is, het weer in het oog te houden en er zijn opmerkingen over te geven.
„Is dat nu verkeerd ? " kan iemand vragen. Op zich zelf is dat niet verkeerd. Het ligt er maar aan, hoe een mens dat bedoelt, want critiek op het weer is ons niet geoorloofd. Maar onmiddellijk voegen wij er aan toe : Een mens moest op meer dingen acht leren geven dan op het weer.
Wat het weer betreft, willen wij precies op de hoogte blijven en luisteren wij naar de weerberichten, opdat wij van te voren zoveel mogelijk maatregelen kunnen nemen.
Maar daar zijn meer dingen, waarop wij letten moeten, dan op het weer in Gods natuur.
Denk maar aan het woord, dat Christus tot de Farizeërs en Sadduceërs sprak, die van Hem een teken van de hemel verlangden, dat Hij de ware Messias was :
Matth. 16 : 2 en 3 : „Als het avond geworden is, zegt zij : schoon weder, want del hemel is rood ; en des morgens : Heden onweder, want de hemel is droevig rood. Gij geveinsden, het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden en kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden? "
Dat wisten zij zo goed : avondrood voorspelt een mooie dag, maar morgenrood een onweersdag. Daar gaven zij acht op en daarom wisten zij het. Maar op de duidelijke tekenen, dat de Messias gekomen was, letten zij niet.
Is dat toch ook voor ons niet om van te schrikken? Wij, bewoners van het platteland, hebben ook aardig wat verstand van het weer, maar hebben wij ook enig besef van de geestelijke atmosfeer ? Zijn we ons bewust van het onweer van Gods toorn, wanneer wij zo voortleven? Geven wij ons rekenschap van de tekenen der tijden? Dat Christus komende is met Zijn gerichten?
Daar moeten wij ook verstand van krijgen, eer het te laat is, namelijk van Gods schone weer, maar ook van Zijn onweer.
Want Christus heeft bij Zijn komst op aarde wel het schoonste weer meegebracht voor degenen die in Hem geloven en op Zijn Woorden letten, maar nu moet het ons ook treffen, hoe Zijn zon bloedrood onderging in het onweer van Gods toorn.
Eerst dan kan er genoten worden, wanneer wij door Gods Geest opmerkten dat het onweer Gods, recht boven ons was, maar op de Zoon des mensen in onze plaats is uitgewoed. Dan wordt er iets genoten van de stilte na de storm. Van het suizen van een zachte stilte en wij voelen het, al zeggen wij het altijd niet: Wat een weertje van Gods erbarming ! Van Gods vrije genade in Christus !
En onwillekeurig halen wij die zuivere hemellucht dan diep, heel diep op.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's