De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Concessie aan de geest des tijds

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Concessie aan de geest des tijds

6 minuten leestijd

Volgens de dagbladen heeft de Synode de vrouw toegelaten tot het ambt en wel van predikant, ouderling en diaken. Zij melden daarbij, dat dit ge- . schiedde met 32 tegen 18 stemmen. Iemand, die de synode enigermate kent, ia van oordeel, dat dit aantal tegenstemmers wellicht overeenkomt met de niet-doorbraak mensen.

Als dit juist is, vormen de doorbraak mensen in de Synode ruim 60 %. Het zou ons echter ten zeerste verbazen, als het getal van medelevende leden der Hervormde Kerk, niet op papier, maar de waarlijk medelevende leden, voor 60 % doorbraak-mensen bedroeg. Maar daarom kan dat in de Synode wel zo zijn. Men lette maar eens op de classes in haar verscheidenheid. Het is zeer wel mogelijk en zelfs waarschijnlijk, dat de classes met betrekkelijk veel verworden gemeenten, in de Synode het grootste aandeel leveren van de doorbraak-mensen.

In geen geval nemen wij aan, dat de Synode een zuivere d.w.z. evenredige weerspiegeling geeft te aanschouwen van de belangstellende kerkbevolking en wel inzonderheid wat betreft de confessionelen en gereformeerden.

Meen niet, dat dit niet van belang is, want op die wijze beschouwd heeft de regerende partij een veel grotere macht dan haar billijkerwijze zou toekomen.

Dat betekent een grote onbillijkheid, welke vooral in geloofszaken doortrekt tot de persoonlijkheid. Geloofszaken zijn nu eenmaal geestelijk en persoonlijk. 

Zo'n besluit als de „vrouw tot alle ambten toegelaten" is een krenking van het persoonlijk geloof van alle Schriftgelovigen. En welk procent die nu waarlijk uitmaken van de trouwe kerkgangers, kunnen wij zo maar niet uitmaken, doch dat dit groter is dan uit de bovengegeven stemcijfers zou blijken, mag wel als vaststaande worden aangenomen.

De meerderheid en klaarblijkelijk ook de leiding houdt daarmede eenvoudig geen rekening. Zij bewijzen daardoor niet zodanig gezag aan de Heilige Schrift toe te kennen als de kerk dat doet in haar belijdenis en nochtans willen zij voorgeven, dat de kerk spreekt!

De, kerk spreekt hier echter niet de taal van de Heilige Schrift. Zij schijnt eerder het oor te lenen aan de valse profeten, die het ambt van het gezag zijner instelling door Christus als het Hoofd Zijner kerk beroven, door het uit de gemeente te laten opkomen, welk pogen gedekt wordt met een beroep op het ambt der gelovigen. Daarmede is het "officiële karakter van het ambt aangetast. , , Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook ulieden". Het ambt heeft dan geen andere autoriteit dan de gemeente en het kan zich bovendien allerlei aanmatigen, wat geacht wordt met de gemeente overeen te komen.

Dat zou voor de practijk dergenen, die van zodanige opvatting zijn, de consequentie meebrengen, dat het hoogste gezag bij de kerkorde ligt. Dat schijnt dan ook wel de opvatting te zijn, maar de voorbeelden zijn er, die aantonen, dat men de strekking van de artikelen der kerkorde, die men voor zijn doel gebruiken kan, eenvoudig ombuigt naar zijn wensen.

Dit verschijnsel hangt dan weer samen met een teken des tijds, dat men aan wet, regel en gebod geen objectieve betekenis toekent in de zin van algemeen geldend normatief gezag, zelfs niet aan de Wet Gods. Dat gezag zou immers alleen in de concrete situatie van het ogenblik gelden. Met andere woorden : wij worden bedreigd door willekeur.

Hoe geheel anders is dat in een samenleving, waarin ambt en wet als met goddelijk gezag bekleed worden erkend ? Anders gezegd in een samenleving, waarin de Heilige Schrift als Gods Woord erkenning en eerbiediging vindt zoals het in de belijdenis der kerk wordt beleden.

Doch nu heeft men in de weg van het ambt charismatisch te maken en overigens uit de gemeente af te leiden, het Schriftgezag verlaten, hetwelk men in de kerk vóór alles behoorde te eren. Is dat geen krenking van het geloof, welke doordringt tot alle Schriftgelovigen ?

Men zal misschien zeggen, dat de gemeenten, die zulks niet wensen, geen vrouwen behoeven te beroepen of te benoemen.

Daarmede is men echter niet klaar. Ten eerste, omdat in vele gemeenten de Schriftgelovigen buiten de regering zijn of worden gehouden.

Nu moet niemand zeggen, dat er in gemeenten, waar de gereformeerden voor de regering verantwoordelijk zijn, ook groepen kunnen zijn, die van andere geest zijn en dat de gereformeerde kerkeraad hun wensen niet meent te kunnen inwilligen. Want dat staat niet gelijk. Alleen zij, die zich niet door Schrift en belijdenis gebonden achten, kunnen die twee gevallen gelijk achten.

Maar uit een oogpunt van recht staat het niet gelijk.

Ten tweede. De erkenning van de vrouw in het ambt is ook in het geding voor de gemeente, die geen vrouw beroept.

Wat moet zulk een gemeente doen, als een ringbeurt zal worden waargenomen door een vrouwelijke predikant, zoals in vacature dan zal voorkomen?

De kerkeraad kan vragen aan de dame, om maar niet te komen. Maar als zij dat tóch doet?

De gemeente, uitgenomen voorstanders van de vrouw in het ambt en nieuwsgierigen, blijft thuis.

En wat moet de kerkeraad doen?

Minstens één ouderling sturen, zoals dat ook wel gebeurt als een orthodox predikant in een vrijzinnige gemeente, moet voorgaan?

Zal men terwille van de Schriftgelovigen de kerkeraad vrijheid laten om bij vacature geen vrouw op de kansel toe te laten, of zal men de kerkeraad, die zulk een vrijheid neemt, moeilijkheden in de weg leggen?

In verband met de geestelijke vrijheid is er nog veel meer. Denk aan meerdere vergaderingen, aan kerkvisitatie, censuur eet., waarbij de vrouw een ambtelijke plaats zal gaan innemen.

Moet men tegen zijn geloofsovertuiging in dat alles aanvaarden?

Zijn wij dan langzamerhand niet aan de onderdrukking toe?

Nóg eens, deze verhoudingen laten zich niet omkeren. Want die de vrouw in het ambt wil hebben kan zich alleen maar beroepen op zijn eigen gezag en daarom kan hij niet zeggen, dat het een gewetenszaak voor hem is.

Deze zaak toont weer zo klaar als de dag, dat de nieuwe koers de gereformeerde belijdenis loslaat. Wij hoorden wel eens iemand beweren, dat de kerk, dat is dan de top, de synode, gereformeerd is, maar dat is dan een gereformeerdheid naar eigen smaak. Men kan dat verschillend vatten.

Historisch en kerkrechterlijk geoordeeld, is gereformeerd wat met de gereformeerde Confessie der reformatoren overeenkomt. Maar men kan ook heel willekeurig zeggen, dat al wat aan de kerk, zoals die reilt en zeilt, veranderd wordt volgens de nieuwe koers reformerend werk is en dan is men ook gereformeerd.

In die weg zal het nog ultragereformeerd zijn, als men van de Heilige Schrift zoveel neemt, als in zijn kraam past, om zich verder even weinig aan de Schrift als aan de belijdenis te storen.

Dit ultragereformeerde streven vertoont zich overigens vijandig genoeg tegen de gereformeerden in de zin der belijdenis, om te doen begrijpen, dat de gemeenschap met het geloof der vaderen alleen maar in de verbeelding bestaat.

Men zoekt klaarblijkelijk een soort van Christelijk humanisme, waarbij de karakteristieke Christelijke geloofsstükken worden opgeofferd aan de geestelijke gesteldheid van de moderne mens.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Concessie aan de geest des tijds

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's