Kroniek
Eigenlijk moesten we boven deze kroniek als opschrift zetten : boekbespreking, want we willen ditmaal uw aandacht vragen voor een bundel theologische ibijdragen, die onder de titel „De Apostolische Kerk" bij Kok te Kampen verschenen zijn ter gelegenheid van het lÖO-jarig bestaan der Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken in Nederland en aangeboden zijn door de hoogleraren. Alleen de bijdrage van prof. dr. G. M. den Hartogh moest achterwege blijven wegens ziekte van deze hoogleraar.
Als Hervormden, nader als Herv.- Gereformeerden, kunnen wij de Kamper hoogleraren dankbaar zijn voor deze wetenschappelijke bijdragen, die veel waardevolle opmerkingen bevatten inzake , , apostoliciteit" en , , apostolaat", onderwerpen, die, voor ons wel zeer actueel zijn en waarover in de Ned. Hervormde Kerk nu niet bepaald eenstemmig gedacht en gesproken wordt. Met deze bundel nemen de Kamper professoren deel aan het , , gesprek" en het is goed, naar hen te luisteren. Vooral de opstellen van dr. H. N. Ridderbos over , , De Apostoliciteit van de Kerk volgens het Nieuwe Testament", van dr. G. Brillenburg Wurth over , , Het Apostolaat van de Kerk in deze tijd", van dr. A. D. R. Polman over , , De bewaring van de Apostoliciteit" en van dr. J. H. Bavinck over , , Apostoliciteit en Katholiciteit" verdienen onze volle aandacht.
Volledigheidshalve memoreren we nog de beide andere bijdragen : dr. J. Ridderbos schrijft over , , Oud en Nieuw Verbond" en dr. K. Dijk over „De Apostolische Kerk en haar , , interne dienst" ". Allen blijken terdege kennis genomen te hebben van hetgeen van Hervormde zijde gepubliceerd is door Kreemer, Van Ruler en Hoekendijk ; meermalen trof ons hoe hun critiek op wat dezerzijds over het , , apostolaat" naar inhoud en functie geschreven is, onze volledige instemming kan hebben. Ook in ons blad is meermalen opgemerkt, dat de visie van genoemde leidende figuren in onze Ned. Hervormde Kerk ons bedenkelijk voorkomt. En nu gaat 't niet zozeer over de term , , apostolaat" (dr. Dijk b.v. acht deze bedenkelijk ; dr. Brillenburg Wurth wil deze wel gebruiken), als wel wat men daaronder verstaat. Dr. H. N. Ridderbos wijst aan, dat de apostel de met bijzondere volmacht beklede ooggetuige van Christus' opstanding is. Als zodanig heeft de apostel een bijzonder am'bt. dat niet overdraagbaar is van , , apostolische successie" in de , , katholiserende" zin (ten onzent het z.g. Hilversumse Convent) kan dus geen sprake zijn. In hun twaalftal representeren de apostelen het volk Gods in zijn predestinatiaans karakter, gelijk dat (volk) mede en in de eerste plaats door hun dienst uit alle geslachten en talen, als de universele gemeente der toekomst vergaderd moet worden en door hun getuigenis van de opstanding, vormen zij het fundament van de Kerk en hebben zij daartoe inzonderheid de leiding van de H. Geest ontvangen. De gemeente, gebouwd op het fundament van apostelen en profeten, . is dus apostolisch, wanneer zij bij dit fundament blijft en daaruit leeft. Zij wordt uit de wereld geroepen : dit is haar heiligheid.
Op pag. 73 lezen we dan ook de waardevolle opmerking (die een fundamentele critiek betekent op de opvattingen van de Utrechtse hoogleraar Hoekendijk) : , .Daarom is het volstrekt onwaar, dat het apostolisch karakter der gemeente haar vóór alles zou stempelen tot een gemeenschap die , , uit zichzelf" moet uitgaan, zich van haar , , eigenheid" moet ontdoen om zo haar dienst aan de wereld te kunnen vervullen. Het is veeleer zo — en het wordt op allerlei wijze in het Nieuwe Testament bevestigd —, dat de gemeente dan alleen haar katholiek en oecumenisch karakter kan handhaven en haar dienst, ook in de intensieve zin van het woord, in de wereld kan vervullen, als zij zich haar verkiezing uit de wereld, het gesteld zijn op haar eigen fundament en haar bestemming tot het toekomstige rijk Gods bewust is en ook in die zin haar apostolisch karakter niet verloochent". Volgt dan een uitvoerige beschouwing van en critiek op Van Ruler's , , apostolaats-theologie". Ook dr. Brillenburg Wurth levert critiek op Krcemer, Van Ruler en Hoekendijk. Bij alle waardering en goede bedoeling kan hij (evenmin als wij) het apostolaat niet zien als het wezen van de Kerk (Van Ruler) en noch minder de, Kerk als functie van het apostolaat (alsof wie thans het Evangelie aan de wereld wil gaan brengen, zich moet verwijderen van de , , kerkelijke sfeer" en consequent moet durven te leven in , , kerkelijk Niemandsland" !) Toch wil hij de term „apostolaat" gebruiken en dat niet maar 'om een kerkelijke activiteit aan te duiden, doch veel meer als de aanduiding van de gerichtheid van heel de existentie der Kerk (pag. 125). De roeping der Kerk blijft : de verkondiging van het Evangelie des Koninkrijks. Wachten wij ons voor het gevaar der verwereldlijking, doch óok voor dat van het willen vooruitgrijpen (theocratie). De verkondiging van het Woord Gods blijft dus de centrale roeping der Kerk. , , Woord en daad zijn weliswaar in het leven der Kerk nooit geheel te scheiden. Maar de daadwerkelijke kerstening van het leven der maatschappij en der cultuur, zal de Kerk toch niet zelf ter hand nemen, maar die aan de verschillende organisaties, die in onze samenleving opkomen, dienen over te laten", (pag.. 129).
Het is goed, dit te overwegen, nu van bepaalde zijde in onze Hervormde Kerk er een streven naar , , verkerkelijking" van geheel het leven zich wil laten gelden, dat voor de z.g. christelijke organisaties geen goed woord meer over heeft.
De bijdrage over , , de bewaring der apostoliciteit" demonstreert aan de bestrijding van de Gnostiek door de grote kerkvader Irenaeus alle aandacht : van het begin af heeft de Christelijke Kerk een , , leer", een belijdenis gehad en willen handhaven tegenover velerlei afwijken. Interessant is ook de behandeling van de vraag, of in het Nieuwe Testament sporen van zulk een geformuleerde belijdenis te vinden zijn.
Dr. Bavinck schrijft ten slotte op boeiende wijze over de problemen — deels voor ons begrip onoplosbaar ! — rond de apostoliciteit en de katholiciteit" der Kerk. Laat ons volstaan met het citeren van zijn conclusie : „Omdat de Kerk katholiek is, dat is : een wereldbestemming heeft, moet zij ook apostolisch zijn, moet zij zich keren naar de wereld en die wereld in aanraking brengen met het levende werk van de verhoogde Christus. En terwijl ze bezig is, op die manier apostolisch te zijn, wordt ze zich dieper bewust van haar katholiciteit in de zin van de fundamentele eenheid aller gelovigen in Christus Jezus. Toch kan ze op dezewijze nooit de waarheidsvraag ontlopen. In haar bezinning over haar eenheid en over haar roeping ten opzichte van de wereld, wordt ze keer op keer teruggeworpen op het apostolisch getuigenis als op de grondslag, waarop ze, staat. Telkens dringt zich die waarheidsvraag opnieuw aan haar op. Alleen wanneer ze die vraag nederig en moedig onder ogen durft te zien en langs die weg waar maakt wat in haar apostoliciteit als een noodzakelijk element begrepen is, alleen dan kan ze heilzaam verder arbeiden en gaandeweg zichzelf bevestigen in het geloof. Of liever, dan is het de Geest, die éne Geest van Jezus Christus, die in haar die fundering in het geloof hoe langer hoe meer bewerkstelligt en haar daardoor tot een hoe langer hoe geschikter instrument maakt in de hand van die éne Heer, die ontfermende Zijn handen uitbreidt naar de nood van de wereld waarin wij nu bevende staan en worstelen" (pag. 242).
Wij zijn de Kamper hooglerarendankbaar voor deze bundel, die onze predikanten en ontwikkelde gemeenteleden van harte aanbevolen wordt. Moge hun arbeid vrucht dragen ook in onze Ned. Hervormde Kerk en het haar leidinggevende figuren terugroepen naar Schrift en Belijdenis !
De nieuwste heilige. — De lezers moeten er ons niet op aanzien, dat wij het woord , , heilig" wat onvoorzichtig zouden willen hanteren. Het wordt hier alleen maar gebruikt in verband met het feit, dat op 29 Mei j.l. paus Pius X, overleden in 1914, heilig werd verklaard.
Men denke over zo een heiligmaking; : niet gering. Iemand die is afgestorven wordt zó maar geen heilige. Volgens de tegenwoordig (sinds de 18e eeuw) in de R.K. kerk geldende regels, worden daarvoor vier wonderen vereist — door de afgestorvene, in kwestie te verrichten, wel te verstaan. Na de eerste twee wordt hij of zij zalig verklaard en mag hij/zij „de zalige " worden genoemd en als zodanig worden vereerd. Na nog twee wonderen kan de heiligverklaring volgen, indien namelijk bovendien een onderzoek naar het leven van de heilige-in-spé uitwijst, dat daarbij de christelijke deugden in bijzondere mate zijn betracht. Dit wordt door speciale rechtbanken uitgebreid onderzocht, zodat bijvoorbeeld de hele procedure voor Pius X maar even zes en twintig jaar in beslag heeft genomen. De R.K. heiligen zijn dus wel louter , , erstklassige Leute".
Twintigduizend! — In De Gereformeerde Kerk schrijft ds. Groot over heiligenverering naar aanleiding van Pius X en ontleende aan dagbladen, dat de R.K. kerk nu 4560 heiligen telt. Het Amerikaanse weekblad Life, dat blijkbaar uit andere bron putte, vermeldt als aantal van de officiële lijst: 4394, maar er zijn ook veel heiligen buiten die lijst, zodat het totaal waarschijnlijk bijna twintigduizend bedraagt
Daar kunnen wij, protestanten, niet tegenop. Onze heiligen zijn maar zo heel gewoon lidmaat van de gemeente en verder niet. Zij worden niet heilig door 't cultiveren van een aantal deugden, gevolgd door een ingewikkelde kerkelijke procedure, maar door Hem, in Wien en met Wien zij één zijn. (Hebr. 2 vs. 11), door het geloof in Zijn Woord (2 Thess. 1 vs. 10). Zij zijn niet zozeer voorbeelden van deugd, als wel voorbeelden van de lankmoedigheid Gods. (1 Tim. 1 vs. 15 en 16). Het meest kenmerkende van het toebrengen van zo een heilige is niet een indrukwekkende pompeuze plechtigheid voor de St. Pieter te Rome, maar de stille binnenkamer aan het begin.
De Bijbel. — In een artikel in Kerk en Wereld van prof. Beek, bekend door zijn voordrachten voor de V. P. R. O., over het Oude Testament, lezen we, dat sinds de oprichting van het Brits- en Buitenlands Bijbelgenootschap, nu 150 jaar geleden, 586 millioen bijbels zijn verspreid in 818 talen. Naar aanleiding van de feestelijkheden, die het Nedejlands Bijbelgenootschap aan dit jubileum gaat verbinden, betwijfelt de Amsterdamse hoogleraar of de Bijbel nu ook tot een levend bezit is geworden, en meent daarom, dat onverdeelde vreugde niet op zijn plaats is.
Bij het geheel eigen karakter, daarop komt zijn betoog neer, is het zeer belangrijk niet alleen dat, maar ook hóé er in de Bijbel wordt gelezen ; reden waarom hij aan catechisatie en eventueel bijbelcursussen grote betekenis toekent. Het doorgeven van de zo verworven bijbelkennis, die hij gelijkstelt aan kennis Gods, zal niet gaan, zo zegt hij, , , zonder het Woord, waarin de levende God zich meedeelde tot onze troost en onze vermaning, sinds- geslachten en vor een onafzienbare tijd".
Het is te wensen, dat zulk een bezadigd oordeel in vrijzinnige kringen weerklank vindt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's