Vergankelijkheid
Wat hoge bomen staan er nog, zacht ruisend in de avondwind. Maar van het oude „Hoge Huis" men nauw'lijks spoor meer vindt.
Als kind heb ik het nog gekend in ongeschonden pracht. Nu is 't verdwenen.... De avondwind ruist in het lover zacht.
Langs de oprijweg reden voorheen de gasten af en aan. Het trotse ijz'ren hek verdween, en van de brede laan geen enk'le stam meer bleef gespaard. Alleen twee grote stenen aan weerszij van de oude weg, verloren, pracht bewenen.
Waar éénmaal 't schone landhuis stond„. golven de korenvelden. En, wie er woonde in vroeger eeuw — niet één, die 't nog kan melden.
Alleen ginds, in d' aloude kerk, wier spits de hemel zoekt, staat, half versleten, in een zerk een enk'le naam geboekt
„Voorbij, voorbij", ruist de avondwind.- Allengskens daalt de nacht Hoog boven fonkelt er een ster in onverloren pracht !
Nauw hoorbaar in de grootse stilt', versterft het windgesuis
„Bid, kind des mensen, bid en werk en zoek uw eeuwig Thuis !
Meppel, Maart '54.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's