De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ontmoeting in Dordt?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ontmoeting in Dordt?

9 minuten leestijd

Bij de uitgeverij J. H. Kok N.V. verscheen onlangs een boekje onder bovenstaande vragende titel van dr. H. J. Waterink, dat uit verschillend oogpunt de aandacht verdient.

De schrijver wijst er op, dat de verhouding tussen de twee grote Protestantse formaties n.l. de Hervormden •en de Gereformeerden vroeger kort na de scheiding en nu onder een ander aspect verschijnt. Hij doelt daarmede op de wederzijdse bejegening en stelt het heftig verleden, de tijd van de doleantie tegenover de tegenwoordige tijd, welke vooral vele jongeren met hartstocht naar een begeerde eenheid vervuld ziet. (Blz. 5).

Op de achtergrond der felheid ziet dr. W. een niet geweten verdriet van de gebroken innerlijke verbondenheid, maar , , tijd slijt. Zo sleet in de tijd het verdriet, de teleurstelling en de felheid". De grens ligt er en niemand dacht, dat die ooit weer kon worden opgeruimd. (Blz. 6).

Daarin lag misschien de grote verandering, dat niemand meer verlangde, dat die grens nog zou worden opgeruimd.

De tweede wereldoorlog maakte dit echter anders. Hervormden en Gereformeerden vonden elkander toch niet zo onmogelijk. De leden van twee gescheiden kerken kwamen dichter tot elkander.

Als tweede factor noemt hij de reorganisatie in de Hervormde Kerk.

Hij gelooft niet, , , dat er èèn Hervormde is, die al , , hoera !" wil roepen over wat er al bereikt is en die niet als tegen een berg opziet, tegen wat er nog gebeuren moet". (Blz. 8). *

Dat zal wel zo zijn, hoewel wij de indruk dikwijls niet van ons kunnen zetten, dat er toch nog al zijn die tamelijk overdreven , , hoera" roepen en zich er weinig om bekommeren, wat er nog gebeuren moet, althans niet om de Her­ vormde Kerk als een Gereformeerde Kerk tot openbaring te brengen.

Indien zij zich bekommeren dan is het over de vraag, hoe zij de gereformeerden tot een meegaande modaliteit zullen reorganiseren, maar dat kan een buitenstaander niet zo duidelijk zien als wij, die dagelijks met de nieuwe koers te maken hebben.

Terecht echter is dr. W. van oordeel, dat de nieuwe kerkorde wat heel ver van de oude Dordtse kerkenorde is verwijderd, die in 1816 van de tafel is gegaan. (Blz. 8).

Een derde factor, die aanleiding gaf tot de veranderde relatie, ziet de auteur in het conflict in de Gereformeerde Kerken. De schrijver vindt wel, dat het in het conflict (Art. 31) duidelijker had kunnen uitkomen, maar verheugt zich er toch over, dat in de Gereformeerde Kerken een halt is toegeroepen aan het absolutisme.

Daarover kunnen wij ons verheugen, en wij kregen ook altijd de indruk van een grote mate van zelfgenoegzaamheid. Wellicht zal ook dat een beetje veranderen.

Over de jongeren drukt dr. W. zich naar wij menen juist uit, zij het ook zeer voorzichtig.

Wij hebben over de jeugd al een en ander maal gesproken naar aanleiding van Thijs Booy c.s. Dat deze overloopt van kerkelijk besef hebben wij evenmin van de Gereformeerde als van de Hervormde , , Jonge Kerk-mensen" geloofd.

En dat zij elkander niet veel ontlopen in wat zij zeggen en nastreven, zal voor velen ook wel duidelijk zijn geworden. Overigens denken wij niet zo pessimistisch over de jeugd. Er zijn nog tal van jonge mensen, die van zulk een opgeblazen standje niets moeten hebben.

Of wij overigens niet van methode veranderen moeten, zoals dr. W. vraagt, lijkt in verschillend oogpunt wel gewenst. Doch allereerst zou het gewenst zijn, dat de jonge mensen van nu, als zij zo straks in de kerkeraden en kerkelijke vergaderingen zitting hebben en leiding geven, van methode veranderen öm de hereniging van de gereformeerde gezindheid niet slechts te bevorderen, maar ook, zo de Heere wil, tot stand te brengen.

Dat is trouwens ook de bedoeling van dr. W. (Vgl. blz 12).

In korte paragrafen loopt de schrijver het verleden door en schenkt een blik in de historie van het gereformeerd kerkelijk leven in binnen- en buitenland. Tussen twee haakjes een aardig overzicht, dat de moeite waard is, omdat het tamelijk volledig is. De organisatie van 1816, afscheiding, réveil, doleantie, en de voornaamste personen en gebeurtenissen, alles komt daarbij even aan de orde.

Dat wat het verleden aangaat.

Dan kom.t het heden, n.l. de Gereformeerde gezindte in het heden, de Hervormde Kerk, enz. Hoedemaker en zijn vrienden, de Confessionele Vereniging, de Groninger School, de moderne en jong-vrij zinnige richting, etc. Kerkherstel en Kerkopbouw krijgen ook een plaats en dr. H. Berkhof's : , , De crisis der midden-orthodoxie" ontbreekt niet, evenmin als ds. J. J. Buskes, die een bijzondere autoriteit schijnt te zijn voor dr. W.

Bij het werk van prof. Kraemer wordt terecht wat langer stil gestaan, terwijl enkele waardevolle en critische opmerkingen daarbij worden gemaakt, wier juistheid niet kan worden weersproken. Zeker de activering van prof. Kraemer scheen wel een grote plaats te schenken aan de plaatselijke gemeente en dat is ook juist, maar de belijdenis en haar functionering ! ? Daarmede werd inderdaad ook door Kraemer weinig gerekend. En als dr. W. ook nog wijst op een verkeerde interpretatie van de antithese, heeft hij weer gelijk. Dat alles vindt ten slotte zijn aanleiding in de persoonlijke geloofsbeschouwing van Kraemer. Het is ook juist, dat de Waarheidsvraag onbeantwoord blijft en het is de vraag, of men dat in de grond der zaak ook niet bedoelde.

Zo oefent dr. W. verder critiek op art. X van de kerkorde, waarin hij de binding aan de belijdenis der vaderen mist. Wij hebben dat reeds vele malen ook in eigen kring opgemerkt en aan de leiding verzocht de redactie zodanig te wijzigen, dat zulks buiten twijfel staat.

In een discussie tussen ds. Buskes en ds. Delleman over de leertucht wordt dan de conclusie getrokken, dat de Hervormde Kerk geen leertucht wil, zoals de Gereformeerde Kerken.

Dat is trouwens zo.

En ook is het waar, dat de Gereformeerde Kerken en de Hervormde Kerk door de kerkorde niet dichter bij elkander gekomen zijn.

Dr. W. meent dat zulks wel het geval is, omdat de Hervormde Kerk weer kerk is geworden. (Blz. 81).

Wij kunnen ons daarover verblijden, want als vele gereformeerden er zo over denken, is er mogelijk meer grond voor de verwachting, dat de eenheid met meer moed wordt gezocht.

Dan komen de Gereformeerde Kerken in het heden (op blz. 81).

Dr. W. opent deze paragraaf met de opmerking, dat bij het begin van het , , Heden" in 1892 , , twee kerken groepen naar elkaar toegroeien moesten".

Voorts de leergeschillen tussen de mannen van 1834 en 1886, waaraan de verklaring van 1905 een einde maakte.

Dan komt de kwestie Netelenbos in het jaar 1920 (blz. 83), die volgens het onderzoek der Synode , , alle vastigheid van het objectief gezag der Heilige Schrift prijs gaf en het zwaartepunt naar het subjectief gevoel verlegde".

Daarna de kwestie Geelkerken in 1926/27. Dit was inderdaad een kwestie van Schriftbeschouwing en het is ook juist, wat ds. Buskes schrijft, dat de Schriftbeschouwing tussen de Gereformeerde Kerken en de Hervormde Kerk ligt, en, als hij daarbij beweert, dat de Schriftbeschouwing de hereniging in de weg staat, heeft hij gelijk. Want, zoals uit de laatste publicatie van de Generale Synode blijkt, kan haar leer aangaande de Heilige Schrift niet op èèn lijn gesteld worden met de betreffende artikelen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Daarom heeft ds. Buskes het niet zover mis, als hij zegt : , , Wanneer de Gereformeerde Kerken in kerkelijk opzicht hun Schriftbeschouwing prijs geven...., geven zij wezenlijk zich zelf prijs". (Blz. 87).

Wij zouden ook kunnen zeggen — en dan wordt het nog wat meer algemeen —: wanneer een kerk de Schriftbeschouwing van de Ned. Geloofsbelijdenis prijs geeft, kan zij geen Gereformeerde kerk meer zijn.

Dan nog de kwestie Schilder in 1944. Dr. W. ziet het centrale stuk in deze kwestie in de waardering van de kerk. Zijn de Gereformeerde Kerken de ware kerk, zodat de andere kerken valse kerken of secten zijn ? Hij merkt echter op, dat de Generale Synode de klemtoon geheel anders heeft gelegd. Immers genadeverbond en doop werden de inzet van de verdeeldheid (vgl. blz. 88).

Anderzijds is het toch wel duidelijk geworden, dat het absolutisme bij de mannen van art. 31 de grondtoon heeft. Zij zijn de ware kerk !

Intussen komt dr. W. tot de conclusie, dat de Gereformeerde Kerken in de genoemde conflicten de handhaving van de belijdenis van Dordt hebben' voorgestaan.

Wij slaan thans een blik op hetgeen door dr. W. over de toekomst wordt gezegd.

Van medewerking tot hereniging van de zijde van de mannen van art. 31 heeft dr. W. geen verwachting. Wij kunnen hem dat slechts toegeven.

Voorts meent hij, dat wat de Chr. Gereformeerde Kerk betreft, de verwijdering van de Gereformeerde Kerken in levensopvatting eerder groter dan kleiner wordt.

Dat geloven wij met hem.

Dan de vereniging van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken ! (Zie blz. 94). Wederom komt ds. Buskes aan het woord, die meent, dat er , , aanwijsbare factoren zijn, die, het èèn wor­ den onmogelijk maken". Hij schrijft:

, , De Gereformeerde Kerken zullen nooit bereid zijn, met de Hervormde Kerk èèn te worden, tenzij deze de Schriftbeschouwing van de Vrije Universiteit en van Kampen, de Neo-Calvinistische accepteert en allen van de kansel weert, die een andere Schriftbeschouwing hebben." (Zie blz. 95).

Juist is, dat de Schriftbeschouwing in het geding is.

Juist is ook, dat ds. Buskes spreekt over een Hervormde Kerk, zoals hij deze graag heeft. Een Hervormde Kerk, die over de Schriftbeschouwing geen kwestie maakt, maar hij spreekt niet over de Hervormde Kerk, zoals die volgens haar belijdenis moet zijn.

En ds. Buskes stelt zich, wat de Schriftbeschouwing aangaat, niet op het standpunt van de Nederl. Geloofsbelijdenis. Dat deed hij klaarblijkelijk ook al niet, toen hij nog tot de Gereformeerde Kerken behoorde.

Maar, waarom zegt hij dat niet ronduit ? Zonder twijfel, indien de Hervormde Kerk zich bindt aan de geloofsbelijdenis, zal er een machtige tegenstand der hereniging weggevallen zijn.

Ds. Buskes schijnt er ook geen behoefte aan te hebben, uiteen te zetten, in welk opzicht de Vrije Universiteit en Kampen, wat de Schriftbeschouwing aangaat, van de Nederlandse Geloofsbelijdenis afwijken.

Het komt ons ten slotte ook niet onwaarschijnlijk voor, dat de vrees voor Assen bij ds. Buskes een centrale plaats inneemt, zoals dr. W. opmerkt. (Blz. 96).

In zijn slotconclusie merkt dr. W. verder op, dat de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken gescheiden zijn door Dordt, en dat zij elkander moeten vinden in Dordt.

Dit laatste verklaart het vraagteken achter de titel : Ontmoeting in Dordt ?

Het ziet er nog niet naar uit, dat die ontmoeting door de mannen van de nieuwe koers gewenst wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Ontmoeting in Dordt?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's