De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een man van stavast

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een man van stavast

9 minuten leestijd

„Doch Mijn knecht Kaleb, omdat hij een andere geest met hem" „geweest is, en hij volhard heeft, Mij na te volgen, zo zal Ik" „hem brengen tot het land, in hetwelk hij gekomen was, en" „zijn zaad zal het erfelijk bezitten" Numeri 14 vs. 24.

Het onderwerp, dat wij u voorleggen in onze Waarheidsvriend, is de volharding der Heiligen en haar loon.

Gij vindt de volharding zowel op het terrein der wereld als dat der Kerk. Welk een onverzettelijke doorzettingskracht, welk een zondige, koppige wil openbaart het kind der wereld in het uitleven van zijn zondig begeren. Van een buigen onder Gods wil kan geen sprake zijn.

Het werk van satan kenmerkt zich in de mens der zonden als een gestadig verzet tegen des Heeren wetten.

De Geest des Heeren geeft in het werk der genade ook een volharden te zien. Dit volharden is anders in haar aard. Het is gericht op het zoeken van de Eer des Heeren en de zielezaligheid.

Er zit een geheime kracht in het bidden om genade. Het is een hijgen, een zwoegen, een onverzettelijk jagen naar de prijs als de wedloper in de loopbaan.

Bij de tijdgelovige is het begin veel verwachting gevende, maar de doorzettingskracht wordt gemist. De vrouw van Lot ging wel op pad, maar zij gaf de strijd spoedig op. Een Demas kreeg de wereld weer lief. Een Orpa keerde weder bij de grenspaal.

Als het erop aankomt om zijn leven te geven, dan lijden zij schipbreuk in hun geloof.

Ook het kind des Heeren heeft een geestelijke strijd te voeren met de oude mens, die afvoert van de wegen des Heeren, Ook hun geloof dreigt schipbreuk te lijden, maar de Heere vernieuwt telkens de kracht door Zijn onwederstandelijke Geest. Dan kunnen zij Paulus nazeggen : , , Ja, gewis, ik acht" „ook alle dingen schade te zijn om de" „uitnemendheid van de kennis van Jezus Christus". Een Naomi en Ruth gaan Moab verlaten met vaste tred.

Die volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.

Een wederspannig volk. Ons teksthoofdstuk brengt ons bij Israël aan de grenzen van het beloofde land. Bijna was het leed van de woestijnreis voorbij. Een juichtoon werd gehoord. De twaalf verspieders, uitgezonden om het land te bezien, waren wedergekeerd.

Met klimmende verbazing luisterden zij naar de beschrijving van dit wondere land Kanaan. Het land van belofte scheen hun een paradijs. Opgetogen wezen zij elkander op de meegebrachte zware trossen druiven en granaatappelen en vijgen.

Als het volk echter ziet, dat de aangezichten der verspieders als met een floers van sombere neerslachtigheid zijn overtogen, dan breekt de tegestand los. Als zij de woorden horen : , , Dit , , land is wel goed en schoon, het is inderdaad van melk en honig overvloeiende, maar wij zijn niet opgewassen tegen de machtige volkeren", die daar wonen. Hun steden zijn onneembaar. De mannen zijn reuzen, bij"  ons vergeleken. Wij zijn dan slechts" , , sprinkhanen". Woedend spreekt het volk : , , Och, of wij in Egypteland of in de woestijn gestorven waren. Waarom brengt gij, Mozes, ons naar dat" , , land, waar wij door het zwaard vallen en onze vrouwen en onze kinderen tot een roof worden? "

Het is de stem der revolutie, die gij ook thans nog hoort  bij hen, die wel horen willen van een hemels Kanaan, maar niet de strijd willen.

Al spoedig laten zij dan de moed zakken en vol bitterheid keren zij zich af van dat smalle pad, van het nauwelijks zalig worden, om zich te wenden naar de brede weg der Egyptische slavendienst.

Een man van Stavast. Temidden van het ontevreden gemor van een wederspannig volk, staat een man op, die een ander geluid laat horen. Het is Kaleb, een der verspieders. Hij verheft zijn stem en zegt : Mannen, laat ons met blijde moed optrekken, en dat land in bezit nemen, want wij zullen de reuzen zekerlijk overweldigen. De Heere is met ons en wie zou iets vermogen tegen onze God !

Kaleb heeft een medestander in de persoon van Jozua. Het zijn mannen met een geloofsovertuiging. Al dringt het volk op hen aan in een eenparig verzet, al schreeuwt men : Stenigt hen. Stenigt hen !, vol heldenmoed, in heftige, bewogenheid over het ongeloof, werpen zij zich temidden van de woeste menigte. In heilige verontwaardiging over de smaad, de Heere aangedaan, scheuren zij de klederen.

In vast geloof zeggen zij : der vijanden ondergang is zeker. Zij zijn ons als ibrood, wij zullen hen als brood verslinden.

Een volk, dat zulke mannen kent, is rijk gezegend. Zij zijn de wachters op Sions muren, zij dragen de Naam des Heeren de wereld in. Het is een eervol getuigenis, dat Kaleb genoemd wordt: Mijn knecht Kaleb. Een knecht, een goede knecht, ziet op de hand zijns Heeren, In steile afhankelijkheid volgde hij de Heere na. Hij heeft het woord des Heeren geloofd, de belofte des Heeren aanvaard en daarop vertrouwd. Hij mocht zich overgeven aan de leiding des Heeren, zich op hope, tegen hope aan zijn God vasthoudende.

Een eervol getuigenis wordt van Kaleb gegeven in de woorden : Dat hij volhard heeft de Heere na te volgen. Als Kaleb oud is geworden, een leeftijd van 85 jaar bereikt heeft, dan mag hij getuigen : Ik ben heden nog zo sterk gelijk als ik was, toen Mozes mij uitzond.

Die op de Heere bouwt, heeft niet als fundament een zandbodem. De Psalmist zegt: Ja allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden.

Volharding is in het tijdelijke leven een zegen. Een vaste wil te hebben, weten van doorzettingsvermogen is een voorrecht, niet genoeg te waarderen. De zegen wordt een vloek, als de zonde verwoestend werkt in het volharden in het kwade. In geestelijk opzicht is volharding gelijk te stellen met getrouw te zijn aan de Heere, in de strijd, in het getuigen van Zijn Naam. Het ongeloof ziet de vijanden groot en de God van Israël klein. Het geloof ziet de vijanden klein, omdat zij niets doen kunnen zonder de Wil des Hemelsen Vaders. Het geloof ziet de Heere groot, omdat Hij groot is in al Zijn werken.

De Kerk van alle eeuwen kent haar helden als Kaleb. Ik noem u de namen van Daniël, Sadrach, Mesach en Abednego. In het Nieuwe Testament zijn het Stefanus, Paulus en Silas en vele anderen. Denkt aan mannen als Luther en Calvijn.

Ook in onze tijd zijn er, die niet aflaten te getuigen van de Naam en de kracht des Heeren.

Zeker, de afval is groot. Veel trouw werd ontrouw. Duizenden worden meegesleept, omdat zij de kracht der volharding missen. De satan zal trachten zelfs de kinderen des Heeren te verleiden ; zelfs de uitverkorenen Gods zijn niet veilig voor de aanvallen van deze brute tegenstander. De satan zal trachten de vrijgekochten des Heeren te ziften als de tarwe.

Weet echter, dat de Heere voor u gebeden heeft, dat uw geloof niet ophoude.

Blijft staande, als velen het Woord des Heeren loslaten. Blijft bij de belijdenfs der vaderen. Gaat niet te rade met vlees en bloed, met de overleggingen van een arglistig hart.

Wie de Heere navolgt, ziet niet op mensen en op omstandigheden, maar alleen op de getrouwe God, die het ook doen zal.

Zulk een volharden is een vrucht van een diepgewortelde geloofsovertuiging van een geheiligd Gode gewijd leven.

Een andere Geest. Wie stelde Kaleb 'tot zulk een grote volharding in staat? Zelfs Elia is naar de Jacobusbrief een mens, van gelijke beweging als wij. Ook Kaleb heeft een natuurlijk hart. In zichzelf is hij een zwakkeling, een opstandeling met een wederstrevend hart en een man, die Gods weg nimmer zal goedkeuren.

Weet, dat de Heere zich zijner heeft ontfermd. Hij heeft een wonder der genade aan hem verricht.

Dat geloof was niet een vrucht van eigen akker, maar de vrucht van het werk des Geestes. De oorzaak van zijn volharden ligt in het feit, dat hij van een andere geest was. Er is verschil tussen mens en mens.

De natuurlijke mens verstaat niet de dingen, die des Geestes Gods zijn, zij zijn hem een dwaasheid. Zijn gedachtenleven richt zich op het vergankelijke. De wedergeborene leert vluchten met zijn zonden tot de Rechter, die hem oordelen zal. Tegenover de ontrouw van een mens der zonde, gaat hem het licht op, dat het des Heeren trouw is dat hij nog is, die hij is.

Paulus is wel een bijzondere gestalte onder de heldenfiguren der kerk. Juichend spreekt hij : Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Niets kan hem daarvan afhouden, geen verdrukking of benauwdheid, honger of naaktheid, gevaar of zwaard, enz.

Met blijde geloofsmoed zegt hij de woorden : , , Ik ben verzekerd, dat noch" „dood, noch leven, noch engelen, noch" , , overheden; noch machten, nog tegenwoordige, noch toekomende dingen" , ons zal kunnen scheiden van de liefde" „Gods, welke is in Christus Jezus onze Heere".

Deze volharding is een machtig werk van de inwonende Geest, die overtuigt van zonden, van de gerechtigheid in Christus' Middelaarswerk te vinden, van vrijspraak in het oordeel.

Aan de grenzen van het beloofde land komende, zal nieuwe moed hun deel zijn. Het zijn gelukkige mensen, die geloven mogen niets in zichzelf te hebben en nochtans alles te mogen bezitten in de Heere.

Hoort, mijn lezers : „Hebt goede moed, want Ik heb de wereld overwonnen".

Een eeuwig loon. Hoe heerlijk is het slot van onze tekst ! Dit geloof wordt beloond. Duizenden stierven in de woestijn. Zij mochten het beloofde land niet beërven, Bij het klimmen der jaren stond Kaleb fors en krachtig als een levende bevestiging van Gods belofte. Kaleb kwam Kanaan binnen en woonde later te Hebron, de woonplaats, waar David tot koning werd gezalfd. Hebron was zijn erfdeel. De Heere is een waarmaker van Zijn Woord. Zelfs zijn nageslacht zou delen in de geestelijke erfenis van een vrome vader.

En zijn Godgeheiligd zaad, zal 't gezegend aardrijk erven.

De strijd kan wel bang zijn, de vijanden Enakskinderen, de dood een koning der verschrikking, maar ingaan zullen zij. Die volharden zal tot het einde toe, zal zalig worden. O, Kerk, wees sterk ! Een Stefanus, een held des geloofs, zag de hemel geopend en hij ging het eeuwig Kanaan binnen, terwijl het ontzielde lichaam onder de stenen bedolven was.

Eenmaal komt de laatste tocht door de Doods-Jordaan, maar op de grafzerk der vrome Kaleb's, die in Nederland in vaak bange strijd geleefd hebtoen, zal staan een woord, door de Heere geschreven met de pen des Geestes in hun harten : Hij vermocht alle dingen, door Christus, die hem kracht gaf.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een man van stavast

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's