Onderwijs
Uit de practijk.
Tot omstreeks 1800 was het onderwijs in de school hoofdelijk onderwijs. Dat wil in dit verband zeggen, dat in een schoollokaal — of in een ruimte die als zodanig dienst deed — een aantal leerlingen zaten, die ieder op z'n beurt bij de meester moesten komen om op te zeggen, wat ze geleerd hadden, om een stukje te lezen (of te spellen), om hun werk te laten corrigeren, om nieuw werk op te krijgen, e.d.
Dit was een zeer tijdrovende bezigheid en het aantal leerlingen, dat in een schooltijd geholpen kon worden, was daardoor zeer beperkt. Te sterker klemde dit, toen het aantal leerlingen, dat onderwijs begeerde, steeds groter werd en het aantal onderwijzers niet in diezelfde mate toenam. Er zou trouwens ook niet voldoende geld beschikbaar geweest zijn, om het vereiste personeel te betalen.
Nee, de zaak moest anders aangepakt worden. Comenius (± 1650) ontwierp een methode om „alles aan allen" te leren. Hij meende — en ziedaar een ander uiterste — dat één onderwijzer best 100 leerlingen tegelijk kon hebben. Zo'n aantal leerlingen vormde dan een klas, die tegelijk onderwijs kreeg, en wel hetzelfde onderwijs. Dat werd het klassikaal onderwijs. Sinds ± 1800 werd dit het systeem van onderwijs, dat langzamerhand nog in betekenis toenam ; de schoolgebouwen en lokalen werden beter en practischer ingericht, de opleiding der onderwijzers werd verbeterd en de methodiek werd steeds meer beoefend.
Nu zijn er ongetwijfeld verschillende leervakken in school, die zich zeer in 't bijzonder lenen tot klassikale behandeling. Ik denk b.v. aan Bijbelse Geschiedenis, Vaderlandse Geschiedenis, zingen, aardrijkskunde en in 't algemeen 't bespreken van nieuwe leerstof bij elk vak. Maar dan komen de moeilijkheden. Dan komt het belang van het kind. En als we daarop gaan letten, dan blijkt dat elke methode tekort schiet om alle kinderen tegelijk in hetzelfde tempo te ontwikkelen. De aanleg der kinderen is zó verschillend, dat een streng doorvoeren van dit systeem niet mogelijk is. Wat moet men dan met de zwakkeren, wat met de vluggeren? Zelf heb ik het jarenlang zó gedaan : onze school was er een met 13 klasselokalen en het was nog in 4e tijd dat de gemeente Rotterdam het aantal wettelijk verplichte leerkrachten aanvulde tot een zodanig getal, dat het klassegemiddelde ongeveer 30 werd.
Eén keer per jaar werden leerlingen aangenomen en na korte tijd werden de kinderen naar begaafdheid in twee groepen gesplitst. Ib. waren de vluggen ; la. de anderen. Het leerplan was voor beide gelijk, maar het tempo was voor a. langzamer dan voor b. Dit is het z.g. Delftse stelsel, dat enige tijd volledig op de Delftse Openbare Scholen is toegepast. Toen de bezuiniging kwam en de boventallige leerkrachten werden afgeschaft, moest de toepassing van dit stelsel vervallen. Helaas, want het had grote voordelen en maakte de bezwaren tegen het klassikaal onderwijs aanzienlijk kleiner.
Toch blijft men naar verbetering streven. Het Mannheimer stelsel splitst de leerlingen naar intelligentie en werkkracht in 4 groepen. Ook anderen streven, met behoud van het klassikale stelsel, naar meer individuele ontwikkeling der leerlingen. Ze willen scholen met losser klasseverband.
De ideeën van Montessori, de vrouwelijke arts in Italië, hervormden het kleuteronderwijs. Het klassikale stelsel wordt hierbij zoveel mogelijk verlaten. De laatste jaren zijn ook voor het gewoon lager onderwijs Montessori-scholen gesticht.
Het Dalton-systeem, aldus genoemd naar Dalton, de woonplaats van miss Pankhurst, een leerlinge van dr. Montessori, is de toepassing der principes van Montessori. De leerlingen werken hier naar taken, die ze na elkander in eigen tempo moeten uitwerken. Vertellen en zingen blijven klassikaal, maar verder is er weinig klassikaals meer over. Vooral in Engeland heeft het Daltonisme ingang gevonden, al is het ook enigszins gewijzigd. Een commissie, die een studiereis naar Engeland gemaakt heeft om het Daltonstelstel te bestuderen, heeft ook voor ons land de grondgedachte er van aanvaard, maar wil een andere uitwerking. Ook in ons land zijn al , , Dalton-scholen".
Voor de lagere klassen is dit stelsel echter minder geschikt. Bovendien zullen onze klassen toch eerst wel eens wat kleiner mogen worden. Ook wordt m.i. van de man of de vrouw voor de klas, veel gevergd. Vooral bij onze grote klassen vrees ik, dat heel wat leerkrachten het er erg moeilijk mee zouden hebben. En dan druk ik me nog héél voorzichtig uit.
Al zal dan ook het klassikaal onderwijs in z'n huidige vorm voorlopig nog wel niet uitgediend zijn, toch zal het zaak wezen om ernstig met de nieuwere gedachten over het onderwijs rekening te houden.
Speciaal om te zorgen, dat het individu niet in de massa verloren gaat en dat het klassikaal onderwijs niet wordt , , een premie op de middelmatigheid". Individuele hulp aan de leerlingen kan niet gemist worden en met de bijzondere aanleg der vluggere leerlingen moet rekening gehouden worden. Wij deden dit altijd door de leerlingen naast hun gewone boekjes, nog een apart reken- en taalboek te geven, waaruit ze moesten werken, als ze met hun gewone klassikale taak klaar waren. Dat werkte uitstekend, 't Spreekt vanzelf, dat dit werk apart werd gecorrigeerd en zo nodig werden de moeilijkheden besproken. Zwakkere leerlingen moeten worden geholpen. En nu komt de moeilijkheid. Dikwijls is daar onder schooltijd geen gelegenheid voor, in 't bijzonder niet, als de onderwijzer meer dan één leerjaar voor z'n rekening heeft. En dat is nogal eens het geval. Dan moet het na schooltijd gebeuren. Dit vergt opoffering van de meester of juffrouw en van het kind. En door de ouders wordt het niet altijd begrepen. Zo gauw wordt alle werk na schooltijd gekwalificeerd als , , schoolblijven" en schoolblijven is straf en straf veronderstelt één of ander kwaad dat gedaan is. Daarom moet het aan de ouders duidelijk zijn of worden, dat hiervan in dit geval helemaal geen sprake is. De meester of juffrouw doen het alléén om uw kind te helpen en niet om het te straffen. Als u dat weet, zult u natuurlijk meewerken en de meester of de juffrouw dankbaar zijn dat ze wat extra's voor uw kind over hebben. En dan zult u niet doen als die moeder, die bij me kwam om me te vertellen, dat de juffrouw haar dochtertje altijd nahield om sommen te maken en dat ze dat niet meer wilde hebben, omdat tussen 9—12 en 2—4 gelegenheid genoeg was om sommen te maken ! En als de juffrouw er niet mee ophield zou ze het kind „er af" halen en naar een andere school sturen.
Ja, dan kun je kwaad worden en je, extra-hand van dit kind aftrekken, omdat de moeder dan haar zin heeft, of je kunt nog redeneren wat je kunt om een beter inzicht te geven. Dat hielp in dit geval echter niet.
Origineel vond ik het optreden in zo'n geval van een onderwijzeres aan een school. Ze was daar (als gehuwd onderwijzeres met heel wat schoolervaring) tijdelijk werkzaam tijdens afwezigheid van één der leerkrachten. De klas was niet al te best en nogal druk. De kinderen kwamen uit de volksklasse. De orde was gauw genoeg hersteld, maar nu nog het peil van het werk. Nu, ze had er wél wat tijd en moeite voor over en pakte na schooltijd de achterstand aan. Maar jawel, daar kwamen de klachten. Over het al tijd maar schoolblijven. En de dreigementen. Als 't niet verandert, doe ik hem of haar naar een andere school.
Toen nam ze een krijtje en schreef op bord met grote letters : EXTRA- LES, Wie van de kinderen niet mee kon, kreeg extra-les. Ja, dat wilden ze wel, de ouders. En 't duurde niet lang of van verschillende zijden kwamen verzoeken voor kinderen, die 't niet bepaald nodig hadden, óok om extra-les, , , What is in a name". Maar de naam deed hier alles. En zelfs de bewijzen van waardering, zoals een doosje met bonbons e, d., bleven niet achterwege. Geen schoolblijven meer, geen werk-afmaken meer. Maar Extrales, Dat ging er in !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 augustus 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 augustus 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's