HEILIG GEWELD
, ETI de geweldigen nemen hetzelve met geweld" Mattheüs 11 vs. 12b.
In deze woorden van de Zaligmaker is sprake van heilig geweld. In het kort letten we op het doel, waarop dit geweld zich richt; op de persoon, bij wie 't wordt aangetroffen op de aard, waardoor het wordt gekenmerkt, en ten slotte op de vrucht, welke het afwerpt.
Eerst dus op het doel, waarop het' zich richt. Dat doel is het Koninkrijk der hemelen. Wat is dit: het Koninkrijk der hemelen? Kerkisfische mensen hebben dit grote Koninkrijk der hemelen samengeperst in hun kerk. Wie niet tot hun kerk toehoort, wordt practisch beschouwd als er buiten te staan en voor velen van hen sluit het omgekeerde automatisch in, dat men er wèl toe 'behoort. Het is echter wel een schromelijke dwaling om de kerk en zeker wel om een bepaalde kerk met het Koninkrijk der hemelen te vereenzelvigen. Voor anderen is het Koninkrijk der hemelen identiek met de hemel. Ook dat is evenwel niet juist. Ongetwijfeld, de hemel behoort er toe. Tenminste, de werkelijke hemel en niet een hemel, welke men zichzelf gefantaseerd heeft; een hemel met allerlei schoons, maar zonder het schoon van de Godsgemeenschap en van de Christusaanschouwing en van de Godsverheerlijking.
Maar toch is het verkeerd om de hemel en het Koninkrijk der hemelen op één lijn te stellen. Het Koninkrijk der hemelen is méér dan de hemel. Het is er ook al op de aarde. En we zullen er hier moeten binnengaan, zullen we straks in de hemel komen. Gods kinderen komen in geen onbekende hemel. Dwaas is daarom de Bileamswens ; „Mijtn ziel sterve de dood der oprechten en mij uiterste zij gelijk het zijne". Het Koninkrijk der hemelen is het rijk van Gods genade, dat in Christus is neergedaald op deze aarde. Dat Koninkrijk heeft z'n ontstaan te danken aan Gods welbehagen. Dat Koninkrijk is gesticht in Christus' bloed. Dat Koninkrijk is niet spijs en drank, maar gerechtigheid, vrede en hlijdschap door de Heilige Geest, zodat, wie, er uiterlijke weldaden van verwacht, teleurgesteld wordt. Van dat Koninkrijk wordt men onderdaan door verkiezende genade en wedergeboorte.
Welnu, dat Koninkrijk der hemelen is het doel, waarop het heilig geweld zich richt en dat in onze tekst alleen de beoefenaars van dat heilig geweld in het uitzicht wordt gesteld. Neen, niet de pronkzuchtigen en tragen, de vadsigen en de lijdelijken, de quasie ernstigen en de gewichtigen, de praters en de twisters, de meters en de wegers, maar de geweldigen wordt het in uitzicht gesteld. Er zal geweld moeten worden geoefend om dat Koninkrijk te kunnen nemen. Er zal daarom geworsteld moeten worden. Maar staat er dan niet geschreven : , , Niet door kracht of door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden" ? Inderdaad, maar laten we oppassen dat we van dit woord geen misbruik maken, dat we deze waarheid niet verdraaien tot ons eigen verderf. Dat doen we —en helaas, niet weinigen maken zich daaraan schuldig — wanneer we dit woord, deze waarheid gebruiken om valse lijdelijkheid daarmee goed te praten ; wanneer we ons er door laten leiden om Gods water maar over Gods akker te laten lopen, of — liever gezegd — daardoor ons in dat kwaad laten stijven. Het Koninkrijk der hemelen wordt wel niet genomen óm het geweld, dat de zondaar er op oefent, maar wel óp dat geweld. Zonder dat geweld zal het niet gaan.
Wie zijn nu de personen, bij wie dit heilig geweld wordt aangetroffen ?
Van nature spannen we ons niet in om het Koninkrijk der hemelen te nemen. Dan gaan geheel andere zaken vóór. Dan zijn we hoogstens hemelzoekers, inplaats van Godzoekers.
Godzoekers, geweldigen in de zin van onze tekst worden we alléén door ontdekkende genade. Als we er door ontdekkende genade waarlijk achter komen dat we God kwijt zijn en Hem dan niet kminen missen. Ziet, wanneer dat het geval wordt, dan houdt alle praten en twisten, meten en wegen, zuchten en steunen voor de vorm op, om plaats te maken voor het oefenen van heilig geweld op het Koninkrijk der hemelen. Dan worden het „ach" en het , , mocht" oprecht.
Nogmaals : bij wie wordt het heilig geweld op het Koninkrijk der hemelen gevonden ?
Bij diegenen, die weten door ontdekkende genade, dat ze ondanks hun vroomheid en ondanks al hun geestelijke vruchten er buiten staan. Bij diegenen, die door het striemend woord van de boetgezant Johannes de Doper zich hebben laten striemen : , , Wat meent gij: bij uzelven te zeggen : Wij hebben Abraham tot een vader ? Ik zeg u ook, dat God uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken. Gij adderengebroedsels, wie heeft u aangewezen, te vlieden van de toekomende toorn ? "
Ontdekkende genade is dus zo onontbeerlijk om een geweldige te worden. Om die ontdekkende genade mochten we de Heere dan wel vurig smeken. O, zeker, ontdekkende genade is op zichzelf pijnlijk. Want dan gaan we er aan met al onze eigenwaan. Dan verdwijnt alle eigen grootheid en vroomheid als sneeuw voor de zon. Maar ze is onmisbaar tot zaligheid.
Heilig geweld, waardoor wordt het gekenmerkt ? Wat is daarvan de aard ? Met bestaat uit bidden, maar dan niet maar uit bidden zonder meer, maar uit waar bidden, écht bidden. Het is bidden uit nood, uit diepten van ellenden en daarom een vurig, een dringend bidden. Daarom ook een aanhoudend bidden. Zoals bij de Kananese vrouw, die, hoewel de Heere aanvankelijk haar niet één woord antwoordde en die daarna door Hem werd afgewezen, toch bleef volhouden. Of zoals hij Jacob, die aan de oever van de Jabbok worstelde met God en uitriep : „Heere, ik laat U niet gaan, tenzij dat Gij mij zegent".
Het is waar, het heilig geweld kent zijn tijden, waarin het luwt. Dat ligt aan de geweldiger. Maar daarna Wordt het des te sterker geoefend. Dat komt van de Heere, Die de Getrouwe is en Die nooit laat varen het werk Zijner handen.
Heilig geweld bestaat ook uit een ootmoedig bidden ; want de geweldigers leren, zij 't ook langzamerhand, verstaan dat ze geen recht hebben. Het wordt aan hun kant al meer een afgesneden zaak. Ze gaan alle gronden in zichzelf verliezen. Vandaar dat Gods genade en Gods genadebeloften al meer hun enige toevlucht worden en hun enige pleitgrond. Ja, de geweldigers leren met de Kananese vrouw als het ware de Heere vangen in en met Zijn eigen beloften. Heilig geweld : de plaats, waar het voornamelijk wordt geoefend is de binnenkamer. Heilig geweid: Lodenstijn zong er van: „Zij drongen God en bleven vrienden".
Dat heilig geweld, het blijft niet zonder resultaat, niet zonder vrucht. Hoe zou dat kunnen, daar toch immers dat heilig geweld door de Heere Zelf is gewerkt ? Zou Hij Zijn eigen werk niet kennen ? Hoe zou dat kunnen, daar de Heere Zelf heeft beloofd : Wie zoekt, die zal vinden, en wie klopt, die zal worden opengedaan, en wie bidt, die zal ontvangen ? En hier : , , En de geweldigers nemen hetzelve met geweld" ? Is God dan een Man, dat Hij liegen zoude of eens mensenkind, dat Hem iets berouwen zoude ?
Neen, het heilig geweld blijft niet zonder vrucht. Menigmaal schijnt het aldus en dan fluistert satan in : Houd er maar mee op, want God wil met u toch niet te maken hebben ! Gij hebt tevéél gezondigd, gij hebt te zwaar overtreden, gij hebt het te lang tegen God volgehouden !
Staak er dan niet mee, o aangevochten ziel - — dat kunt ge ook niet, wanneer het u werkelijk om God te doen is — maar houdt vol. Weet u, waarom God u laat wachten ? Opdat gij alle grond in uzelf zoudt verliezen, opdat ge óok uw geweld oefenen als grond zoudt verliezen en de enige poort tot het Koninkrijk der hemelen door u zou worden ingegaan. Die poort is Hij, Die het gesproken heeft: , , Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven, niemand komt tot dê Vader dan, door Mij".
Het heilig geweld blijft niet zonder vrucht.
Reeds in dit leven werpt het rijke vrucht af. De schatten van het Koninkrijk der hemelen worden daardoor de onze. Hoe zalig en zoet is reeds deze vrucht. Maar wat zal het dan zijn, als straks de volle vrucht wordt ontvangen ?
We leven in een wereld van geweld. En steeds schaarser wordt evenwel het geweld, waarvan in onze tekst sprake is. Hebben wij reeds geweld leren oefenen op het Koninkrijk der hemelen ? Wee onzer, wanneer we daarvan vreemdeling blijven ! Dat we het dan toch zien te worden. En dat nu, ook al zijn we nog jong en sterk. Want morgen kan het te laat zijn. Daarbij : de Heere heeft er nü recht op ! Tenslotte : dan worden we gelukkig, want niet de schatten der wereld, maar alleen de schatten van het Koninkrijk der hemelen maken ons waarlijk rijk en gelukkig.
Zalig, wanneer wij behoren tot degenen, die geweld oefenen op het Koninkrijk der hemelen. Wanneer dit geweld oefenen soms stil ligt, wanneer het soms geluwd is, dat we er dan niet rustig onder blijven, maar de Heere smeken dat Hij ons opwekke uit onze dodigheid.
Van de geweldigers geldt het woord van Spurgeon : , , Het gebed is het touw in de klokketoren. Wanneer je er aan trekt, dan luidt de klok in de hemel".
Denkt er aan, te blijven luiden ! Trekt onophoudelijk !
Volhardt, volhardt! En ofschoon de klok des hemels zó hoog hangt, dat gij haar geluid niet horen kunt : reken er op, dat ze in de toren des hemels gehoord wordt en dat ze klinkt voor de troon van God, Die naar de mate van uw geloof van vrede tot u spreken zal. Dezelfde Spurgeon heeft echter ook deze ernstige en behartigenswaardige waarschuwing laten horen : „Indien onze gebeden minder hadden van de staartvederen der penkracht en meer van de slagpennen der zielsverheffing tot God, voorwaar het zou beter zijn".
Van de geweldigers geldt de Psalmbelofte :
, , Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht, Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht; Dat ongeveinsd, in 't midden der ellenden, Zich naar Gods troon met zijn gebeên blijft wenden. Hij geeft de wens van allen, die Hem vrezen. Hun bede heeft Hij nimmer afgewezen".
Dat zij, die de waarheid daarvan mochten ervaren, Gode de ere geven ! In woord en lied! In handel en wandel!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's