Richtingevangelisaties
II.
In het nummer van 13 Mei j.l. schreven we het eerste artikel onder bovengenoemde titel. We gaan proberen om het onderwerp in dat artikel af te ronden. Onze conclusie was toen : , , Een richtingevangelisatie mag onder geen enkele voorwaarde ergens verschijnen". Dat volgt uit 1 Cor. 1 vs. 10 en andere teksten.
Wat is een eigenlijk richtingevangelisatie?
Dat is een evangelisatie, waar men zich niet houdt aan de Belijdenis der Kerk in haar geheel en dus ook niet aan de Schrift. Men laat van deze Belijdenis een kleiner of groter gedeelte los en leert inplaats daarvan iets anders. Men kan weliswaar nog andere mogelijkheden stellen, maar dit is de meest voorkomende vorm van de richting-evangelisatie. Daarnaast zijn er ook stands- en afstandsevangelisaties. Nu is het mogelijk, dat de prediking in. een gemeente een richtingprediking geworden is, b.v. de vrijzinnige of de middenorthodoxe prediking. Dan kan een evangelisatie niet uitblijven. Dat hebben we al gezien in het begin van de 17e eeuw. De Vaderlandse Kerkgeschiedenis vertelt ons van de , , slijkgeuzen", die uit Rotterdam in Delfshaven en Schiedam gingen kerken, doch ook in Rotterdam hun eigen samenkomsten hielden, zoveel dat kon. Want het was niet gemakkelijk. Het houden van samenkomsten was op zware boeten verboden. Men kan de geschiedenis van deze eerste evangelisaties in onze Kerk uitvoerig beschreven vinden in , , Calvinisten in Holland", door dr. W. Geesink. "
In zo'n geval wijkt de wettige kerkeraad af van haar eigen richtsnoeren. Ik meen, dat in zo'n geval de leden ener Kerk wel in moeten grijpen. Doch dan is het niet het inslaan van een richting, die van de Belijdenis afvoert, doch het terugkeren tot en teruggrijpen op de Belijdenis der Kerk. Wanneer dan de Kerk gezond is, wordt er een Synode bijeengeroepen, die volgens de Schrift recht spreekt. Dat is dan ook gebeurd in de dagen van de slijkgeuzen. De Dordtse Synode van 1618/19 heeft de Remonstranten als een richting aangewezen en vastgesteld wat het patroon van de rechte prediking is. Ieder weet echter, dat op een akker het onkruid en het afwijkende makkelijk en vanzelf groeit, doch het goede zaad kan alleen met grote moeite gewonnen worden.
De Kerk is na 1618/19 hoe langer hoe meer onder het onkruid gegroeid. En dit is zó ver gekomen, dat, als er vandaag aan de dag een Synode bijeenkwam, die geplaatst werd voor het vraagstuk van een geheel en al vasthouden aan Schrift en Belijdenis op de wijze der gereformeerde vaderen, of een afbuigen daarvan in de richting van de middenorthodoxie, die door dr. Berkhof immers de wettige voortzetting van de richting der Arminianen is genoemd, deze Synode voor 't laatste zou kiezen. Ik weet wel, dat men dan spreekt van een dieper inzicht in de H. Schrift, doch dat is nog niet zo zeker. Zo goed als al de nieuwe inzichten, die men tegenwoordig naar voren brengt, zijn bijna even oud als de rechte prediking. Doch de Kerk heeft ze tot vóór deze altijd afgewezen. Nu beleven we, dat de Hervormde Kerk zich plaatst achter de ketterijen, onder het voorgeven van een verworven dieper inzicht. We zijn nu zó ver, dat de Synode der Hervormde Kerk voorstelt voortaan de onjuistheid der Heilige Schrift te 'belijden.
In deze sfeer staat nu het vraagstuk der evangelisaties. Daar zijn twee soorten van, gelijk er twee richtingen in de Hervormde Kerk zijn. Ik geloof wel, dat er in elke richting modaliteiten zijn, doch dat is nu niet aan de orde. Daar zijn, als ik 't goed zie, twee richtingen. De Gereformeerde Bond met bijbehoren aan de éne kant en de niet-Bondsgroep aan de andere kant. Op sommige punten is er overeenstemming tussen deze twee richtingen, doch deze is kleiner dan ze lijkt. De Oecumenische Synode van 1618/19 heeft met klare woorden uitgesproken, dat de niet-Bondsgroep in strijd met Gods Woord predikte en daarom dwaalde. De Synoden van na 1950 hebben nog geen uitspraak over de belijdenisgeschriften gedaan in omgekeerde geest. Daar is men huiverig van, zou men zeggen. Maar kennelijk wil men geruisloos de stukken der belijdenis door andere, ruimere uitspraken vervangen. Wie zich dan, zeg over 10 jaar, op de Belijdenis wil beroepen, zal een serie andere Belijdenisuitspraken er naast vinden, die als de nieuwere Belijdenis zullen worden gehanteerd. Mogelijk blijft daarnaast de vrijheid om volgens de oude belijdenisgeschriften te preken en te leren, mits men ook de nieuwe als een andere mogelijkheid erkent. Practisch schijnt het deze kant uit te gaan.
Maar nu eerst een nadere fundering van mijn stelling, dat er slechts twee richtingen in de Hervormde Kerk zijn, gelijk trouwens in heel de wereld.
Eerst een aanwijzing uit de mond van een eenvoudig gemeentelid. Zij stamde uit een plaats, waar een vrijzinnige en een rechtzinnige niet-Bonder de twee predikantsplaatsen bezetten. Zij kerkte trouw bij beide predikanten. Wel hoorde zij verschil, maar dat bleef, volgens haar, binnen de grenzen van het aannemelijke. Nu woonde zij in een gemeente, waar een gewoon reformatorisch prediker het Woord bediende, doch daar kan zij met de beste wil van de wereld niet kerken, want dat was anders. Voor haar hoorden de niet Bonders tot een groep. Doch ik heb nog twee getuigen. Eerst ds. L. Nieuwpoort.
„In de Waagschaal" van 26 Maart en van 2 April j.l. bevat van hem telkens een artikel, waarin hij op echt middenorthodoxe wijze over de kracht van de belijdenisgeschriften schrijft. Zij zijn aan de ene kant geen , , leerwetten" en aan de andere kant geen , , stemmen, die piéteitshalve meeklinken". Kort gezegd: ze. zijn nu door de middenorthodoxie buitgemaakt en die zal in de loop van enige jaren bepalen, wat de Belijdenisgeschriften mogen zeggen en waaraan ieder zich moet laten binden en waarin ideze stemmen van Gods Kerk moeten zwijgen, naar het gebod der middenlorhodoxe meerderheid.
Men kan dan voorts bij hen de twee richtingen vinden. Daar is aan de ene kant een zwaar kruis voor ds. L. Nieuwpoort. Dat kruis vormt die koppige steriele Gereformeerde Bond. Deze richting is een raadsel en remt de vernieuwing der Kerk. Heeft onze collega nooit eens gestudeerd in de Kerkgeschiedenis ? Natuurlijk wèl. Dan zal hij daar gevonden hebben, dat die eerste Christenen ook zo koppig neen zeiden. Zij wilden niets van het syncretistische heidendom hebben. Zelfs een paar wierookkorrels voor 't beeld van de keizer konden er niet af. Dat leek ook zo onvruchtbaar, want zij werden bij duizenden gedood. Maar hebben zij niet de Kruisbanier moedig voorwaarts gedragen ? In de dagen van Luther en Calvijn waren er óok al van die koppige nee-zeggers. Dat was niet de groep van Erasmus en de zijnen. Maar dat waren die koppige Calvinisten. Zou zonder hen het land ooit van de roomse dwinglandij zijn bevrijd ? En dan had men in het begin der 19e eeuw ook nog van die koppige lieden, die al maar neen zeiden tegen het nieuwe. Ik denk dat we voorlopig maar, niet bij de Bond om de Bond, doch bij de gereformeerde religie zullen blijven en koppig , , neen" zeggen tegen al de Pelagiaanse en Arminiaanse vernieuwingen onzer dagen. Doch daar ging het nu niet over. Het ging over die ene richting, die de bovengenoemde. schrijver ziet.
Ik zal zijn eigen woorden geven. Hij tobt in dit artikel met de vrijzinnige houding van enkele maanden geleden tegenover de benoeming van dr. A. J. Rasker tot professor. In dit verband valt de volgende opmerking over de Bond : , , Het koppige, steriele „neen" -van de Gereformeerde Bond dat een raadsel en een kruis is, dat de vernieuwing der Kerk remt".
Daarnaast ziet hij dan de middenorthodoxie. Wat is dat ? „De „middenorthodoxie" is geen blok en pretendeert het ook niet te zijn. Hoogstens kan men zeggen : het zijn die vogels van diverse pluimage, die dit met elkaar gemeen hebben, "dat ze zich voluit willen stellen in de beweging van het belijden der Kerk, waar gelukkig ook vele „vrijzinnigen" onder zijn.
Volledigheidshalve zij vermeid dat er voor hem ook nog een gedeelte vrijzinnigen overblijft, waar ds........... Hier breken we af. We hebben getracht door te stoten naar het grondprobleem der richting-evangelisaties.
Het is dit, dat er twee kerken in de ene Hervormde Kerk zijn. Het is niet alléén het probleem der evangelisaties. Het is het probleem van de twee kerken.
Daarover de volgende keer D. V. meer. We moeten nog een getuige horen en één verder horen, en dan een voorlopige uitspraak doen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's