De Heilige Geest smarten aangedaan
„Maar zij zijn wederspanidg geworden, en hebben Zijn Heilige Geest smarten aangedaan ; daarom is Hij hun in een vijand verkeerd. Hij Zelf heeft tegen hen gestreden. Jesaja 63 vs. 10.
In bovenstaande tekst worden wij herinnerd aan Israels geschiedenis. Een geschiedenis van zonde en schande. Als ge de voorafgaande verzen leest, dan is daarin sprake van de wonderlijke goedheid, die God aan dit volk had bewezen. Met welk een trouw had Hij hen geleid, met welk een liefde hen omringd ! Spreekt daarvan niet de wondere uittocht uit Egypte, de bewaring in de woestijn, de menigvuldige uitredding uit allerlei nood ?
Wanner de profeet bij dit alles wordt bepaald, verheft zijn hart zich tot dankzegging en lofverheffing van die Naam, prijzenswaard en heerlijk, die zich aan dit volk had verbonden. Hoe treffend aanschouwt hij, in profetisch zien, het lijden van het Lam Gods, geslacht van de grondlegging der wereld af, voor dit volk der verkiezing. Het is de arbeid geweest van die , , Engel van Gods aangezicht", waardoor Israël behouden is geworden.
Paste het hun dan niet, wier ganse bestaan een , , wonder" was, Hem te leven; te zijn een theocratisch volk, dat God alleen als Koning begeerde, wanneer na veel omzwervingen, onverdiend de Geest des Heeren hen rust geeft in Kanaan ?
Maar nu de werkelijkheid ! Israël wil geen theocratisch volk zijn. Het wordt steeds meer een volk van aanpassing aan wereld en heidense cultuur. Het wist de van God gewilde grenslijnen uit. De verkregen verlossing wordt niet met dankbaarheid bekroond. Israël verstaat de uitzonderingspositie niet, waartoe het geroepen is. Niet als een stad boven op een berg wil het lichten boven de wereld, maar het begeert de zondige gelijkschakeling met de rondomliggende volken.
Hoe sterk komt die begeerte uit in het verlangen naar een koning, in een residentie en een paleis. Israël grijpt naar een kroon, maar het wil de Allerhoogste niet dienen, om aan een verloren wereld eenmaal te geven een lijdende Man van Smarten, gekroond met doornen.
Zeker, Gods raad zal bestaan en Israël zal eenmaal de Christus voortbrengen, maar om Hem dan aanstonds te verwerpen, te verachten, te kruisigen.
Die wederspannigheid kenmerkt de , gehele historie van Israël. Amper immers heeft dit volk, na de doortocht door de Rode Zee, gekomen achter de veilige scheidslijn, gezongen: „O Heere, wie is als Gij onder de goden ? Wie is als Gij, verheerlijkt in heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder ? Gij hebt Uw rechterhand uitgestrekt, de aarde heeft ze verslonden. Gij leidt door Uw weldadigheid dit volk, dat Gij verlost hebt. Gij voert ze zachtkens door Uw sterkte tot de liefelijke woning Uwer heiligheid" — of, in de woestijn Sin gekomen, murmureren zij en hun hart ligt weer aan de andere, aan de verkeerde kant der scheidslijn : , , Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des Heeren, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten".
Zo bleef de geschiedenis van dit volk met gedeelde harten. Daarom maakt de Geest des Heeren Zich los van land en volk. Hij trekt Zich terug en Israël volgt het goeddunken van eigen hart. Maar onderwijl voedt het tevens de ijdele waan: , , des Heeren tempel, des Heeren tempel, des Heeren tempel zijn deze". Maar een tempel zonder Heilige Geest is geen tempel. Zulk een tempel moet tot gruis ineenstorten. En hij is ineengestort. , , Zij hebben Zijn Heilige Geest smarten aangedaan, daarom is Hij hun in een vijand verkeerd ; Hij Zelf heeft tegen hen gestreden".
Dit alles heeft ons veel, héél veel te zeggen.
Er wordt veel gesproken over de werking des Heiligen Geestes, doch wat God goed en nodig heeft geacht met nadruk van die Geest te zeggen, wordt maar al te zeer vergeten, n.l. dat die Geest is de Heilige Geest. Het is die persoon van het Goddelijk Wezen, Die in bijzondere zin deze eigenschap laat gelden.
Hoe zou Hij deze dan niet bovenal laten gelden in het werk der genade ? De liefdesverhouding tussen de Heilige Geest en Gods kind wordt altijd uit de droefheid geboren, omdat het is een Heilige Geest, Die in de aandrang om bimien te komen een hart vindt vol onreinheid, en daar zich niet mede kan verenigen, zodat Hij doet ontwaken het besef van heiligheidsgemis, of wilt ge 't anders, van zondekennis, waaraan die zonden, welke 't liefste zijn, wel allereerst herinneren.
Hij maakt tot schande, opdat er ruimte komt voor Christus. Hij laat het onheilig bedrijf van de kruisnageling erkennen in het hart, als eigen boosaardig werk. , , De Vorst des levens hebt gij gedood".
Zo komt een verloren mensenkind, met de hand op de borst — daar zit de schuld — als een boeteling onder de ijzeren nagelpunt, die Jezus' voeten houdt verbonden. Ik ben die man, maar is er nog redding, redding ook voor mij ? Zou die Heilige Geest, als de Geest der genade en der gebeden, anders doen zoeken en anders doen smeken ? Zou Hij, als de Geest des geloofs, tenslotte anders doen geloven, als Hij aan het einde, wanneer een donkere hemel zich welft over een schuldenaar en deze zich laag neerbuigt in de vallei des ootmoeds, doet zien op de geweldige liefde van Jezus voor goddelozen en vijanden? O, we weten het wel, dat tevoren soms heel wat zijpaden ingeslagen worden, omdat men poogt bij zichzelf iets te vinden, wat aangenaam is. In zekere zin is dit te begrijpen, omdat hieruit blijkt de gedachte om met God in het reine te komen. Maar de grond om voor God te bestaan is alleen de toegerekende gerechtigheid van Jezus Christus. Hem wil de Heilige Geest verheerlijken en we doen wèl, daarop acht te geven in prediking en woord.
Doch, o bittere klacht der verguisde liefde, die hier nu spreekt uit ons tekstwoord i Want waar is nu de vreze Gods bij die God zoeken, bij die Hem kennen? De Geest Gods is immers een Heilige Geest.
Veel wordt er gesproken over Geesteswerk. Een aparte vroomheid, waarvan de Schrift niet weet, schijnt er in onze dagen door te ontstaan, waardoor twist en nijd geboren worden, waardoor men gereed staat, alsof het een kleinigheid ware, iemand te plaatsen buiten het Koninkrijk Gods, waardoor men het gehalte van waarheidsgetrouwheid bepaalt naar wat een mond zegt of een oor hoort.
Hoe anders was het in de jonge gemeente van de Nieuwe Dag ! Niemand zal toch van die gemeente in twijfel trekken, dat de Heilige Geest in haar woonde. Wat lezen wij van haar ? Dit : , , en dagelijks eendrachtelijk in de tempel volhardende, en van huis tot huis brood brekende, aten zij te samen met verheuging en eenvoudigheid des harten, en prezen God, en hadden genade
bij het ganse volk". Er volgt nog meer : , , en de Heere deed dagelijks tot de gemeente, die zalig werden".
Eendrachtelijk bijeen — eenvoudigheid des harten — genade bij het ganse volk — toebrenging tot Gods Koninkrijk.
Ge zult zeggen, maar 't was toen een bijzondere tijd. Ongetwijfeld. Doch stelt dit er tegenover, wat wil God ? Wat wil de Heilige Geest ? Tegen die wil passen geen tegenwerpingen of redeneringen. Dan weet Hij Zich nog in een vijand te verkeren.
Blijkt dat niet zo in het leven van die God vrezen ? Is David in zijn val daarvan niet het treffendste bewijs ? Hoe miste hij niet de vreugde des héils, ofschoon hij ook toen ongetwijfeld geregeld is opgegaan naar Gods huis !
Wat zou dikwerf de reden zijn van zoveel klachten, dat het weer donker is, dat de vertroostingen weer weg zijn en van zoveel angstige vragen meer ? Is dit iets heel gewoons ? Zo gaan velen het achten. Maar laten we toch niet zo gemakkelijk zeggen, krachtens de kennis van ons geloofssysteem, de zonde komt Gods kind niet te boven. Neen, het komt die niet te boven, maar als men haar koestert, haar voet geeft, dan voltrekt zich in het hart van zo een een proces. Als de liefde onbeantwoord blijft, andere wegen worden ingeslagen, berekeningen gemaakt, links en rechts gezien, gelogen, achtergeklapt, de werken des duivels gedaan, hatelijkheid inplaats van hartelijkheid aan de naasten wordt bewezen, als , , vromen" elkaar niet kunnen dulden, als de afgod van het eigen „ik" niet wil getroffen worden, wanneer men een bepaalde boezemzonde liefheeft, aarihoudt, dan gebeurt er iets. Neen, dan gebeurt er véél.
Dan is er wederspannigheid tegen de Heilige Geest, en verkeert Hij in een vijand. Dan wordt het van binnen koud, doods, stil. Dan mogen lippen nog bidden, maar het hart staat op non-actief.
Wat te denken over veel ijdele , , geestes"- en kerkestrijd onzer dagen ? Waarbij alles er maar op door kan vaak, alsof er geen tien geboden des Heeren zijn ? We kunnen over , , ellende" spreken en onderwijl aan geen enkele van onze zonden van elke dag denken.
Luidt niet één der laatste Bijbelwoorden : , , Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan de boom des levens en zij door de poorten mogen ingaan in de stad. Maar buiten zullen zijn de honden en de toovenaars en de hoereerders en de doodslagers en de afgodendienaars en een iegelijk, die de leugen liefheeft en doet" ?
Wat dan ? Is het Schriftwoord te eenvoudig, strandt het op onze, spitsvondige redeneringen, dit Schriftwoord, dat zegt: , , Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid" ? Moet er dan niet veel goed gemaakt tegenover God en mens, want het gaat om de ere van de Heilige Geest ?
Tenslotte, wilt ge de duidelijke scheiding aangeduid zien, de lijn, waarvan ge óf ter ener óf ter anderer zijde staat, die de spanning brengt in het leven der waarlijk Godvrezenden, waardoor ze telkens nodig hebben de toevlucht te nemen tot de Heere om bescherming, bewaring, vergeving en opscherping der liefde, dan vindt ge die in 1 CorinÖie 16 vers 22 : „Indien iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking. Maranatha, Jezus komt".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's