De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nog eens de vrouw in het ambt!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nog eens de vrouw in het ambt!

7 minuten leestijd

Wat moet men over het besluit van de Synode om de vrouw in alle amibten toe te laten denken ?

Is dit nu een voorbeeld van gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, of een staaltje van onderwerping aan de geest destijds ?

Het antwoord is voor hem, die de Heilige Schrift overeenkomstig de reformatorische belijdenis voor Gods Woord houdt, niet twijfelachtig.

Zo een aanvaardt ook niet, dat de Heilige Schrift niets zou bevatten, dat de vrouw zou uitsluiten van de ambten, omdat het Schriftgetuigenis al te duidelijk is. En hij laat zich ook niet uit het veld slaan door een praatje van de bepaalde situatie, zoals sommige nabouwers van een moderne theologie trachten voor te wenden alsof , , de Bijbel nooit algemene richtlijnen geeft", zoals een schrijver in de Dordtse kerk ons wil diets maken.

Dergelijke uitvluchten komen neer op Schriftverkrachting instede van Schriftverklaring.

Laten wij beginnen met hetgeen geschreven staat in 1 Cor. 11:3: Doch ik wil, dat gij weet, dat Christus het lioofd is eens iegelijken mens, en de man het hoofd der vrouw, en God het hoofd van Christus.

Reeds de vorm, waarin de apostel zich uitdrukt, is dringend objectief. Ik wil, dat gij weet, dat Christus het hoofd is, enz.

Hij geeft maar niet een gedachte van zich zelf, 'maar wijst op een feit, op een goddelijke orde van 'levensverhouding en gezag, welke door God is gezet, en welke als zodanig werkelijkheid is, onverschillig, of 'wij dit weten of niet.

Deze orde kan dus niet van plaatselijke en tijdelijke omstandigheid afhankelijk worden gemaakt, maar draagt een algemeen geldend en zelfs een absoluut karakter, zodat wij mensen deze orde niet straffeloos kunnen veronachtzamen.

Men zal kunnen verstaan, dat het voor ieder, die deze woorden neemt, zoals zij daar staan, duidelijk is, dat hier een algemene en centrale gezagsorde is gezet. De apostel vindt het nodig, dat wij dat weten ! Vanzelfsprekend, opdat wij ons daarnaar richten — niet maar naar de gelegenheid van het ogenblik, maar, opdat wij heel ons leven daarnaar richten.

Wij worden hier gesteld voor een scala van gezagsverhoudingen : God— Christus—de man—de vrouw. De aardse orde onder de hemelse orde. En zo waarlijk wij uit de hemel worden geregeerd, zal de aardse orde schuldig zijn zich naar de hemelse orde te richten.

Juist de algemeenheid, ja, de goddelijke absoluutheid van deze orde, moet ons doen zien, dat zij niet alleen maar voor het geestelijke leven betekenis heeft, als ware dit slechts een woord voor vrome mensen, neen heel het leven valt onder die orde. Het is alleen duisternis en zonde, als dat niet wordt erkend en waargenomen, want de Heilige Schrift laat immers over heel het leven een profetisch licht opgaan.

Schepping en bestemming van de mens wijzen er op, dat hij behoorde zijn ganse leven in dat profetische licht te zien en zijn roeping te volbrengen.

In dit verband zullen wij geen uitvoerige beschouwingen houden over de woorden : Christus het hoofd eens iegelijke mens. Toch moet er even op gewezen worden, welk een betekenis dit woord voor iedere man medebrengt. Dat persoonlijke dringt er toe. ledere, man heeft in Christus zijn Hoofd d.i. met een vreeimd woord zijn Chef, zijn Generaal, zijn Bevelhebber, zijn Koning. Zo is het door God gezet. Christus is het Hoofd van een iegelijke man, niet alleen maar als die man dat erkent en belijdt, maar ook, als hij het niet doet.

Dat is dus niet alleen een door God gestelde orde voor vrome en gelovige mensen, maar een iegelijke man is geroepen daarmede rekening te houden en in gehoorzaamheid schuldig aan die Koning.

In dat licht heeft het ook wat te zeggen, dat Christus zal komen om te oordelen de levenden en de doden.

Er is een betrekking van Christus op iedere man, die deze stelt onder de eis der gehoorzaamheid. Denk nu eens aan het woord : , , 'die de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem." (Joh. 3 VS. 36).

Deze opmerking mocht niet achterwege blijven om de aandacht te vestigen op het gewicht van deze levensorde voor iedere man, en op de grote verantwoordelijkheid, welke daardoor op iedere man wordt gelegd.

Hoezeer zullen de mannen, die in kerkelijke en burgerlijke regeringen geroepen zijn deze orde in acht hebben te nemen om in hun verantwoordelijke taak toch gehoorzaamheid te brengen aan de grote Koning.

-En de man het hoofd der vrouw. Ook een goddelijke orde, waaraan in de genoemde trapsgewijize gezagsverhoudingen algemene en centrale betekenis niet kan worden ontzegd.

Algemene en centrale betekenis. Dat wil zeggen, dat niet iedere man het hoofd is van iedere vrouw, maar het hoofdschap over het vrouwelijk geslacht is aan het mannelijk geslacht. God heeft de mens geschapen man en vrouw, m.a.w. : in twee geslachten.

Over bepaalde situatie gesproken, de gezagsorde, de man hoofd der vrouw, brengt dus mede, dat het hoofdschap van de man in verschillende levensverhoudingen. Op een eigen wijze functioneert en behoort te functioneren.

Gezien in deze gezagsorde is het niet onschriftuurlijk om het hoofdschap als een ambtelijke betrekking te zien, welke de man geroepen is in gehoorzaamheid aan Christus te vervullen. Zoals gezegd, wordt het ambt in de verschillende levensverhoudingen op een daaraan eigene wijze vervuld.

Op een geheel bijzondere wijze wordt dat hoofdschap van de man door het huwelijk bepaald, want die twee zullen tot één vlees zijn.

Daarom echter is het een dwaze gedachte het hoofdschap van de man over de vrouw alleen tot de gehuwde man en de gehuwde vrouw te beperken.

Het hoofdschap kom't niet uit het huwelijk op, maar de man is tot het hoofd der vrouw gezet, omdat hij eerst geschapen is. De vrouw is uit de man en om de man. (Vgl. 1 Cor. 11 : 7v.v.).

Om al deze redenen reikt het hoofdschap van de man over de vrouw verder en strekt zich uit over alle levensverhoudingen, doch op een onderscheidene wijize en een door die verhoudingen ook beperkte wijze. ledere vrouw heeft niet in iedere man baar hoofd te zien, zoals dat voor de gehuwde vrouw jegens haar eigen man is, maar zij zal in de verhoudingen der saamleving toch het algemene hoofdschap van de man hebben te eerbiedigen en de man zal daarover om Christus' wil hebben te waken.

De consequentie daarvan is uiteraard, dat onderscheidene betrekkingen van ambt en heerschappij voor de vrouw krachtens de goddelijke orde zijn uitgesloten, hoewel zij de man in alle levensverbanden een hulp zal zijn.

Het valt dan ook niet vreemd, dat de Heilige Schrift zo bijzonderlijk in de kerk het hoofdschap van de man over de vrouw onderstreept en de man roept tot het regeerambt.

Alleen wie het ambt niet als instelling van Christus erkent, en het berooft van zijn goddelijke autoriteit, ook over de gemeente, kan een poging wagen om het voor de vrouw toegankelijk te willen praten, maar dan nog met behulp van een uitlegkunde, die aan de duidelijkste uitspraken der Schrift omtrent de ondergeschiktheid van de vrouw voorbijgaat of poogt deze krachteloos te maken.

De onderdanigheid van de vrouw aan de man, wórdt door de Schrift nog al kras gesteld : Gij vrouwen weest uw eigen mannen onderdanig, gelijk de Heere, want de man is het hoofd der vrouw gelijk ook Christus het hoofd der gemeente is. Daarom, gelijk de gemeente Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen haar eigene mannen in alle dingen. (Efeze 5:22v.v.).

Ja, zegt men dan, maar dat geldt van de gehuwde vrouw, maar niet van de ongehuwde.

En dan, zo gaat men verder : , , in Christus is noch man, noch vrouw".

Eilieve, en waar staat dan dat de Heere om deze hemelse orde in Christus de aardse levensorde heeft te niet gedaan ?

Als dat zo ware, wat heeft deze apostel ons dan zo nadrukkelijk te wijzen op de gezagsverhoudingen voor het leven ?

Waarom wijst hij mannen en huisvaders aan, die hun huis wel weten te regeren, om ambtsdragers in de gemeente te kunnen zijn, (1 Tim. 3) ?

En waarom gebiedt hij, dat de vrouw in de gemeente zwijge ?

Of heeft hij daarmede niet zulke dwaze gevolgtrekkingen afgewezen zelfs voor de kerkelijke orde, maar daarom ook voor de burgerlijke saamleving ?

Reeds uit de algemene en centrale strekking van het hoofdschap van de man over de vrouw volgt de uitsluiting van het ambt in de gemeente des Heeren, waardoor Christus Zijn gemeente geleid en geregeerd wil hebben en het is duidelijk dat de apostel daaraan vasthoudt.

(Wordt voortgezet). •

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Nog eens de vrouw in het ambt!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's