De grootheid Gods
Want God de Heere is een zon. Psalm 84 vs. 12a.
We hebben een zonloze zomer achter de rug. En nu weten we niet hoe we het hebhen, althans nu ik bezig ben deze meditatie te schrijven, dat we weer een paar dagen de zon aan de hemel hebben zien staan.
Dat is toch iets geweldigs, die zon ! Wat is die wereld somber zonder haar licht! Hoe weinig kunnen de vruchten op het land en aan de bomen haar stovende warmte missen ! Wat een ontzaglijke schepping Gods !
Onuitputtelijke bron van energie !
Stralend, majesteitelijk, beeld van overvloed ! We kunnen ons nauw'lijks tot haar opheffen, zó machtig is haar gloed. Ze is overal met haar licht, aan de evenaar en aan de palen, op de bergtoppen en op de oceanen.
En toch is het maar een schijntje, wat de aarde van haar licht ontvangt. In koninklijke overdadigheid werpt zij haar licht in de oneindige diepten van het heelal.
Wat een geweldige schepping Gods ! De psalmdichter zingt er van in de 19de psalm.
Hij vergelijkt haar met een bruidegom, die uitgaat uit zijn slaapkamer ; met een held, die vrolijk is om het pad te lopen.
Maar nu zijn wij, mensen, zo dwaas, dat wij nergens een recht gebruik van weten te maken. De zonde is dit, dat wij het schepsel dienen en verheerlijken boven de Schepper, Die te prijzen is tot in eeuwigheid.
De heidenen hadden hun zonnedienst. De naam van de eerste dag der week is er nog een herinnering aan.
Het licht van de zon bracht hen vaak tot uitgelatenheid. Want deze zon wekt wel vreugde, maar geeft geen geestelijke kracht om de vreugde te verheffen tot de blijdschap in God.
Julianus, de afvallige, die na Constantijn de Groote en zijn zonen regeerde, wilde het oude heidendom herstellen. Hij sneuvelde jong tegen de Perzen. Stervende moet hij hebben uitgeroepen: .•en toch hebt gij, Galileër, overwonnen !" Maar de schrijver Ibsen legt hem als allerlaatste deze woorden in de mond : , , 0 zon, o zon, waarom hebt gij mij bedrogen? "
Maar niet de zon heeft hem bedrogen. E)e mens bedriegt zichzelf.
Dat heidendom, dat alles van het schepsel verwacht, is nog niet uitgestorven.
Voor velen is deze zomer een teleurstellende geweest, niet, omdat de oogst van hooi en koren bedreigd werd en schade leed en de aanhoudende regen als een oordeel gevoeld werd, maar omdat men zich niet kon , , zonnen". Men wil er wel een heel jaar voor sparen, als men maar een paar weken in de zomer de kleren mag afwerpen en het lichaam mag baden in de zon. Dat kan ontaarden tot heidendom, dat het paradijs buiten het paradijs zoekt.
Maar wat zijn we allen dikwijls vèr af van het kostelijke woord van de psalmdichter : Want God de Heere is een zon. We zingen dat bekende laatste vers van de berijmde 84ste psalm menigmaal — en zingen er menigmaal overheen !
God de Heere — een zon !
Die zon daar aan de hemel in al haar uitbundige, stralende pracht en heerlijkheid, slechts een beeld, een gelijkenis om iets uit te drukken van de majesteit en de heerlijkheid Gods, van die God, Die een ontoegankelijk licht bewoont. Die een licht is en gans geen duisternis is in Hem !
Wat zijn onze gedachten menigmaal ver daar vandaan. Wat 'n kleine, matte, wat een benepen gedachten hebben we vaak van die grote God, der zonnen Zon, der heren Heer, Die de Almachtige is in kracht, blinkend in heiligheid, brandend van gerechtigheid, mild en overvloedig in liefde en ontferming.
De gedachten, waar menigeen mee rondloopt omtrent die grote God, doen meer denken aan een miezerige motregen. De duivel werpt menigmaal een mist van armelijke gedachten over onze ziel, opdat wij het licht niet zullen zien en ons niet in aanbidding en verheuging voor Hem neerbuigen. En als er dan desondanks nog iets van, dat licht tot ons doordringt, wil de vader der leugenen ons doen geloven dat een bleek en mat schijnsel de hoogste uitdrukking is van hetgeen de eeuwige God is in Zijn deugden en heerlijkheid.
Maar daar heeft de dichter van psalm 84 niet aan gedacht. Hij heeft gedacht aan die onverdoofde glans, die David in zijn laatste woorden voor ogen stond, toen hij zong van de komende Christus als een Heerser onder de mensen. Die zou zijn gelijk het licht des morgens, wanneer de zon opgaat, des morgens zonder wolken.
Lezer, wanneer gij aan God denkt, laat dan alle kleinzielige gedachten varen, want zij leren u niet wie de eeuwige God is. Maar laat u leren door deze psalmdichter, die de zon gezien heeft in haar pracht en niet het schepsel aangebeden heeft, maar geschouwd heeft in de heerlijkheid Gods, waarvan dat schepsel nog maar een zwak beeld weet te geven.
Het beeld is in deze psalm troostrijk bedoeld. Zo machtig als de zon is om de duisternis te verdrijven, zo machtig is God de Heere om de geestelijke, machten der duisternis te overwinnen.
Zo mild en overvloedig als de zon in de natuur alles overgiet met haar licht, zo is God de Heere machtig meer dan overvloedig te schenken boven alles wat wij bidden of denken.
Zoals die zon in de schepping vrolijkheid wekt, zo is God de Heere, de levende God, de Bron van vreugd.
Zoals er wonderlijke genezende krachten liggen in de veelsoortige stralen, die samengebundeld zijn in het éne zonnelicht, zo is God de Heere de levensbron. Die het leven heeft en het leven geeft aan zondaren, die dood zijn in de zonden en misdaden.
Dit enkele beeld van de psalmist roept ons toe : arme mens, hef uw hoofd omhoog en zie Wie dat geschapen heeft en houd op met uw zielige, armelijke gedachtenspinsels omtrent de grote God van hemel en aarde.
Toch is dit beeld niet enkel troostrijk. Die zon is ook een brandend vuur. Wie zal bestaan voor haar hitte ! De zonde heeft de verhouding tussen
God en deze wereld zó ontwricht, dat die zon, die God bestemd heeft om heerschappij te hebben over de dag tot onze blijdschap en verkwikking, voor deze aarde een verterend vuur kan zijn.
Israël wist daarvan. De Schrift spreekt daarvan. Het kan zijn, dat men niet weet, waar men het zoeken moet en de dood zou verkiezen boven het leven.
Die zon spreekt ook van een God, Die een verterend vuur is.
Menigeen praat met kleffe, klamme woorden over het oordeel Gods en intussen schijnt het, dat het met de vrees voor dat oordeel nogal meevalt;
Maar er is soms geen krachtiger oordeelsprediker, dan wanneer de zon schijnt in haar kracht. Dat oordeel wordt nu nog getemperd. Maar die dag komt, waarop de dagen van de wolkenloze zon in Elia's tijd maar een voorspel vormden, de dagen van de verschroeide aarde.
Ziet, die dag komt, brandend als een oven. Dan zullen alle hoogmoedigen en al wie goddeloosiieid doet, een stoppel zijn en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de Heere der heirscharen. Die hun noch wortel, noch tak laten zal.
Wie zal bestaan voor Zijn hitte ?
Niet de mens, die ondanks zijn ongerechtigheid het hoofd meent op te kunnen steken vanwege zijn werken en vroomheid. Maar alleen hij, die in die zon ook het beeld gezien heeft van die Christus, Die de Zonne der gerechtigheid is.
Hem heeft Gods hitte doen branden in 't dood'lijk uur van Zijn lijden en sterven, opdat er voor zondaren, die aan zichzelf wanhopen om voor die God te bestaan, genezing zou zijn onder Zijn vleugelen.
Christus neemt door Zijn gerechtigheid alle verterende gloed weg, door als Middelaar te staan tussen God en degenen, die bij Hem schuilen. Maar Hij laat dóór de stralen van Gods licht, koestering, vreugde en vertroosting, opdat zij in Zijn Naam zich al de dag verblijden en opdat zelfs, wanneer zij in de duisternis gezeten zijn, de Heere hun een licht zal zijn.
Daarom, indien gij God niet vreest en weigert u in oprechtheid tot Hem te bekeren en Christus niet zoekt als uw enige Toevlucht, laat dit woord u dan grote gedachten doen hebben omtrent deze grote God — en vreest Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel.
Maar gij die God vreest en belijdt, dat al die wolken en donkerheid van uw leven voortkomen uit de ongerechtigheid en het ongeloof van uw eigen hart, ziet op God in Christus, hebt grote gedachten van Hem — en vreest niet, maar verheugt u in het lieflijk licht van Zijn vertroostend aangezicht.
Geve God ons vele rechte Zon-dagen, ook al gaan we herfst en winter tegemoet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's