De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET KOMENDE KONINKRIJK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET KOMENDE KONINKRIJK

9 minuten leestijd

(III)

„Gij, koninkrijken, zingt Gods lof" 

Telkens weer heeft Christus gesproken over het komende Koninkrijk, het Koninkrijk der hemelen. Zeer in het bijzonder heeft Hij dit ook gedaan in de gelijkenissen. Hoe menigmaal begonnen deze gelijkenissen met : Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan.

Uit die gelijkenissen blijkt het duidelijk, dat het Koninkrijk der hemelen nog veelszins een verborgen Koninkrijk is. Het natuurlijk oog ziet het niet. Gold dit trouwens ook niet van de Koning van dat Rijk, van de Heere Jezus ? De Joden beschouwden Hem als een gewoon mens, hoogstens als een profeet, ja, de Farizeërs scholden Hem zelfs uit voor Beëlzebul, de overste der duivelen. Vlees en bloed zagen in Hem niet Degene, .die Hij waarlijk was. Alleen diegenen, aan wie het de Vader openbaarde, zagen met een geestelijk oog de geestelijke werkelijkheid.

In de gelijkenissen nu, onderwees Christus de discipelen in de verborgenheden van het Koninkrijk. Want al is het waar, dat deze vaak voor een grote schare werden uitgesproken, het was toch aan de kleinere kring der discipelen dat Hij een dieper inzicht gaf in het wezen van Gods Koninkrijk. Door dit goddelijk onderwijs konden ze ook zelf later daarvan verkondigers worden.

Alleen door het geloof is het Koninkrijk der hemelen te onderscheiden. Althans voorlopig nog. Eens zal echter de Dag aanbreken dat dit alles zal veranderen. Dan zullen zelfs de vijanden tot hun schrik dat Koninkrijk zien komen en Jezus de Nazarener, de Zoon des mensen, zullen zij moeten erkennen als de van God gezalfde Koning.

In het bijzonder, zo zeiden we, heeft Christus over het Koninkrijk der hemelen gesproken door gelijkenissen.

Neem b.v. de gelijkenis van de zaaier. De zaaier zaait het Woord. Het Woord dat in de Bijbel wel genoemd wordt: het Woord des Koninkrijks.

Welnu, het is door middel van dit Woord en door de prediking van dit Woord, dat het Koninkrijk zich in mensenharten baan breekt. En dan leert deze gelijkenis, dat de openbaring van het Koninkrijk der hemelen door allerlei machten wordt bedreigd en tegengestaan. Vogelen, doornen, steenachtige grond, enz., zijn even zovele belemmeringen voor de wasdom en doen voor de oogst vrezen. Daarom wil deze gelijkenis ons al direct leren dat we niet moeten menen, dat de komst van het Koninkrijk onbelemmerd voortgang zal hebben. De oogsttijd is er niet onmiddellijk. Evenmin zal de openbaring van Gods Koninkrijk direct in heerlijkheid aanschouwd worden. Het gaat in de weg van het Woord tot de oogst. Doch eerst is er de zaaitijd, veel later pas de maaltijd. De zaaitijd is de tijd van verwachting. Het is een tijd van spanning, juist omdat er gedurende die tijd nog zoveel verborgen is. Er moet een bepaalde tijd aan de oogst voorafgaan. Was Johannes dè Doper dat misschien vergeten, toen hij zijn discipelen aan Christus liet vragen : , , zijt Gij Degene Die komen zou, of verwachten wij een ander ? " De komst van het Koninkrijk dat hij verkondigd had als nabij zijnde, had hij zich waarschijnlijk zo geheel anders ingedacht. Hij had niet vermoed, dat de weg van het Koninkrijk door gevangenissen zou heenlopen en. zeker zal hij niet vermoed hebben dat de Koning daarvan eens aan het Kruis Zijn leven zou moeten geven. Neen, het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zaaier, die het zaad uitstrooit. Tussen zaaitijd en oogsttijd ligt een geschiedenis. Die wachttijd is geen verloren tijd. Er gebeurt iets. Er is voortgang, al is het vaak voor het oog verborgen. De rijping gaat voort, de oogsttijd nadert. En eens, als de vrucht op de akker der wereld rijp is, dan, niet eerder, maar dan ook terstond zal de sikkel in de oogst geslagen worden.

God bedient Zich voor de komst van het Koninkrijk van het zaad, van Zijn Woord. Zoals het uitgestrooide kiemkrachtige zaad een profetie is van de komende oogst, zo ligt ook in de prediking van het Evangelie de garantie, dat de volle openbaring van het Koninkrijk der hemelen eenmaal, op Gods tijd, zal komen. Gods Koninkrijk komt, want ondanks alles, de gelijkenis leert het ons, zal het uitgestrooide zaad een rijke oogst opleveren. God zorgt voor het zaad, voor de zaaiers en voor de oogst. Het is alles Goddelijk werk.

Naast de gelijkenis van de zaaier, zijn er o.a. die van het visnet, het onkruid onder de tarwe, het vanzelfgroeiende zaad, het mosterdzaad en het zuurdeeg, die iets te zeggen hebben over de gang van het Koninkrijk, doch waarop we hier niet verder zullen ingaan. Ze wijzen enerzijds op de tegenwerking die het Koninkrijk ontmoet, anderzijds op zijn doorwerking en alles overwinnende kracht.

Zo heeft Christus telkens weer gesproken over het Koninkrijk der hemelen. Dit Koninkrijk zou komen in de door Godzelf aangewezen weg. Zeer in het bijzonder wel door Hem, Die gezegd heeft: Ik ben de Weg. Hij zou als de Messias volstrekte gehoorzaamheid aan Zijn Vader betonen, aan het Woord van God Zich onderwerpen en Zich laten leiden door het , , er staat geschreven". Zolang Zijn lijden, sterven en opstanding nog niet tot de heilsfeiten behoorden, zolang was de voortgang van het Koninkrijk nog slechts zeer ten dele. Eerst moest aan Gods recht worden voldaan. Dit koninklijke recht heeft God ten volle gehandhaafd door de kruisdood van Zijn Zoon. Maar hierdoor was nu ook de weg geopend voor Gods koninklijke verlossing.

Een nieuwe toekomst is door het lijden en sterven van Christus en Diens opstanding, geopend. De prediking van het Evangelie des Koninkrijks ging zich verder ontplooien. De grenzen van Israël werden ver overschreden. Volk na volk zou het bazuingeschal des Evangelies gaan horen en er zullen er worden toegebracht, de eeuwen door, tot de gemeenten die zalig worden. Want een machtige en rijke belofte vergezelt de prediking van het Evangelie des Koninkrijks. Heeft niet de ten hemel gevaren Heiland gezegd tot Zijn jongeren : , , Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde" ? Ja, de komst van Gods Koninkrijk is onweerstaanbaar, ondanks vaak alle schijn van het tegenovergestelde.

Het komende Koninkrijk.

Nu is het er nog slechts ten dele. In zijn heerlijkheid moet het nog worden geopenbaard. Op het ogenblik is de grote strijd nog gaande tussen de beide koninkrijken, n.l. het Koninkrijk der hemelen en het koninkrijk van de vorst der duisternis. Maar de beslissing gevende, slag heeft reeds plaats gehad op Golgotha's heuveltop. Bij Christus' dood en opstanding toch zien we reeds de ondubbelzinnige tekenen die heenwijzen naar de Jongste Dag, de Dag van het wereldgericht, maar ook de Dag, waarop Gods Koninkrijk zich in volkomen heerlijkheid zal vertonen.

Bij Christus' sterven beefde de aarde, steenrotsen scheurden, duisternis legerde zich rondom, doden stonden op. Allemaal tekenen die een duidelijke heenwijzing zijn van het verband dat er is tussen het sterven en de opstanding van de Heere Jezus en Zijn majesteitelijke wederkomst. Een wederkomst die gepaard zal gaan met een wereldcatastrophe en de wedergeboorte van het aardrijk.

En nu, tussen Christus' hemelvaart en Zijn wederkomst, leven we overeenkomstig Gods Woord in het laatste der dagen. De dingen die volgens Gods Raadsplan nog moeten geschieden, geschieden met haast.

De tekenen der tijden getuigen er onmiskenbaar van dat God werkt, dat Zijn Woord in vervulling gaat. Oorlogen, revoluties, enz. roepen het overluid toe dat de wereld in haar laatste beslissende fase gekomen is. Ze vormen het begin der weeën. Daarachter zal volgen de grote verdrukking met de heerschappij van de anti-christ. Dan zal de komst van Christus nabij en voor de deur zijn. Om der uitverkorenen wil zal die verdrukking worden verkort. En dan, wanneer alle volkeren het Evangelie zullen hebben gehoord, wanneer het getal der uitverkorenen vol zal zijn, dan zal de tijd zijn aangebroken dat de zon zal worden verduisterd, de maan haar schijnsel niet meer zal geven, de sterren van de hemel zullen vallen en aan de hemel zal worden gezien het teken van de Zoon des mensen.

Welk een doorluchtige Dag zal dat zijn. De Dag, waarop Gods strijdende kerk voor eeuwig de wapens kan neerleggen en er alleen nog maar zal worden gevonden de triumferende kerk. En dan zal het niet zo zijn, dat alles zich voor altijd in de hemelse heerlijkheid zal concentreren, terwijl de schepping dan afgedaan zou hebben. Neen, hemel en aarde zullen dan in volkomen harmonie worden verenigd. God is immers niet alleen de God des hemels, maar ook der aarde ? Er zal als het ware een grote wedergeboorte der schepping plaats hebben. Johannes op Patmos mocht daar iets van aanschouwen en in vervoering riep hij uit : , , Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde ; want de eerste hemel en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit de hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is".

In vervulling is dan gegaan het woord der Schrift: „daarna zal het einde zijn, wanneer Hij (n. 1. Christus) het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgegeven hebben, wanneer Hij zal teniet gedaan hebben alle heerschappij en alle macht en kracht ; want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben".

De aarde zal dan onder de volkomen heerschappij des Heeren zijn gebracht. Het uitverkoren volk Gods èn de schepping zullen beide, door een weg van wedergeboorte heen, weer de ere Gods vertolken en zo aan het doel beantwoorden dat de Heere in de morgenstond der schepping Zich had voorgesteld.

In het Koninkrijk der hemelen, in heerlijkheid verschenen, zal God weer alles in allen zijn. Het leven in Gods gemeenschap zal ten volle gesmaakt worden. En de bede, die hier door de strijdende kerk zo dikwijls werd gestameld, n.l. : , , Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde'", zal daar in volkomen en zalige vervulling zijn gegaan.

Is het wonder, dat wanneer door het geloof iets van de toekomstige heerlijkheid van dit Koninkrijk der hemelen wordt aanschouwd, de vermoeide pelgrim op het smalle pad weleens gaat zingen :

Gij maakt eerlang mi} 't levenspad bekend, Waarvan in druk 't vooruitzicht mij verheugde, Uw Aangezicht, in gunst tot mij gewend. Schenkt mij in 't kort verzadiging van vreugde. De lieflijkheên van 't zalig hemelleven. Zal eeuwiglijk Uw rechterhand mij geven.

(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET KOMENDE KONINKRIJK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's