Regeringsmaatregelen
0nderwijs
I. In 1947 werd een Nederlands-Belgische commissie ingesteld om verschillende punten, de spelling betreffende, nader te regelen. Deze commissie is thans met het resultaat van haar arbeid voor de dag gekomen. De nieuwe woordenlijst van de Nederlandse taal is verschenen en door de Nederlands-Belgische regering aanvaard. Uiterlijk 1 September 1955 moet de schrijfwijze aan deze woordenlijst worden aangepast. Dit geldt de scholen en de officiële instanties. Het gewone publiek zal er niet zo erg veel van merken. In de eerste plaats zijn er niet veel veranderingen en in de tweede plaats is in sommige gevallen de oude naast de nieuwe spelling geoorloofd. Zo b.v. het geslacht der voorwerpsnamen. Daarbij is men in de keuze vrijgelaten. De klok slaat, kan dus zijn : Hij slaat, of zij slaat, al naar men wenst.
De schrijfwijze der bastaardwoorden is een compromis geworden. Er waren er die de vereenvoudiging zeer ver wilden doorvoeren, en anderen, die zoveel mogelijk bij het oude wilden blijven. Nu wordt het zó, dat de h na de r wordt geschrapt. Dus niet meer rheumatiek, maar reumatiek. De ph wordt vervangen door f, dus niet meer philosophie, maar filosofie. Over de th was men niet zo gauw klaar. Ten slotte is men overeengekomen, dat als de th aan het eind van een woord voorkomt, de h. vervalt, b.v. : crysant en eveneens vóór een medeklinker en na f en ch : astma, autotocht enz.
In andere gevallen zijn beide schrijfwijzen geoorloofd, dus thee en tee, theorie en teorie.
De tussen-n in samengestelde woorden volgt nu deze regel : als het eerste deel een persoonsnaam is, of een meer voud, wordt de n geschreven : kippenhok, maar kippeëi en heksenketel.
Voor de tussen-s blijft de bestaande regel gehandhaafd. Men schrijft dorpshuis, dus ook dorpsschool.
De naamvals- n bij manlijke woorden komt weer terug. Zo mag men b.v. ook bij het adresseren de n weer gebruiken. Schrijf maar gerust weer : Den weledelen Heer. Het gebruik van hoofdletters heeft men een beetje verminderd.
Maanden, werkdagen, windstreken, jaargetijden, krijgen geen hoofdletter meer. Maar als u toch liever een hoofdletter schrijft, ga uw gang. Er is ruimte gelaten voor het persoonlijk inzicht van de schrijver.
Wie overigens meer hiervan weten wil, bestelle bij zijn boekhandelaar: Woordenlijst der Ned. taal, samengesteld in opdracht van de Nederlandse en Belgische regering. Uitg. : Staatsdrukkerij en Uitgeversbedrijf Martinus Nijhoff, 's Gravenhage.
De samenstellers van schoolboekjes krijgen er hun moeilijkheden mee, vooral omdat zoveel vrijgelaten is, en dus dikwijls tweeërlei schrijfwijze geoorloofd is. Wat zal men nu schrijven in de lees- en taaiboekjes : thee of tee ? theorie of teorie ? thans of tans ? Het verschil in schrijfwijze tussen nochtans en althans levert nu geen moeilijkheden meer op. Je laat in beide gevallen de h maar weg. Overigens zal b.v. het éne schoolhoofd de radicale weg willen bewandelen en het andere meer behoudend zijn aangelegd. Dat zal nog enige moeilijkheid opleveren. Waar toch deze hele nieuwe regeling een afspraak, een overeenkomst is, was het eenvoudiger geweest om niet te hinken op twee gedachten, maar telkens een zelfde regel aan te houden.
II. Een ander onderwerp, dalf dezer dagen door de regering is aangesneden, is het tekort aan onderwijzers. Minister Cals heeft dit gedaan in een nota aan de Eerste Kamer.
De minister raamt in deze nota, dat er vermoedelijk in 1954 een tekort zal zijn van 570 onderwijskrachten, in 1955 1250, in 1956 3160, in 1957 2880 in 1958 2920, in 1959 2780, in 1960 2455, in 1961 1385, in 1962 90.
Maar, en dit is de moeilijkheid, daarna komen er overschotten. In 1963 zuilen er 975 over zijn, en elk jaar zal dit aantal oplopen.
De tekorten voor de eerstvolgende jaren zijn funest voor 't onderwijs. Als de regering de klassebezetting wat wil verlagen, wat dringend nodig is, tot b.v. gemiddeld 30 leerlingen, dan zouden er elk jaar nog 500 leerkrachten extra ter beschikking moeten zijn. Het grote tekort in 1956 is het gevolg van de nieuwe opleiding. Dat scheelt, naar de minister berekent, zeker wel 1900 leerkrachten.
Wat moet er nu gedaan worden !
De nieuwe opleiding voorlopig weer van de baan knikkeren, of tenminste de derde leerkring ? Daartoe is de minister niet bereid.
Uitbreiding van het aantal kweekscholen ? Dat zou niet baten, want wanneer deze zouden gaan afleveren, is het tekort aan leerkrachten, volgens de raming, al weer over.
De minister heeft dan ook gepeinsd op maatregelen om het tekort ten spoedigste op te heffen. Daarom wordt overwogen :
Ie. de kleuteronderwijzeressen met diploma B (de hoofdacte) door middel van spoedcursussen in de gelegenheid te stellen de oude onderwijsacte te halen ;
2e. heeft dit geen voldoende resultaat b.v. door te weinig deelname aan de cursussen dan kan men deze dames tijdelijk het recht geven, in de laagste twee klassen der lagere school werkzaam te zijn. Dit zal echter slechts geschieden in de uiterste noodzaak.
3e. handhaving en uitbreiding van studietoelage, het inrichten en subsidieren van parallelklassen en het subsidieëren van avondkweekscholen ;
4e. toepassing van de vrijstellingsregeling voor dienstplichtige onderwijzers over 1954 ook over volgende jaren. Een en ander in overleg met het Departement van Oorlog.
De minister erkent dat er aan deze noodmaatregel bezwaren verbonden zijn. We willen onderstrepen het bezwaar dat zoveel kleuteronderwijzeressen met volledige bevoegdheid aan de kleuterscholen worden onttrokken. De minister acht echter de moeilijkheid bij het lager onderwijs groter en belangrijker. Bovendien wil hij in de begroting 1955 speciale maatregelen voorstellen, om de opleiding van kleuterleidsters te stimuleren.
Zullen deze maatregelen het begeerde succes bereiken ?
Niemand kan het zeggen. We zijn met de personeelsbezetting wel in een critiek stadium gekomen en volgens de berekening van de minister wordt het nog heel wat erger. Wat moet er dan van het onderwijs terecht komen, vooral buiten de grote centra ? En —en dit is óok een noodkreet — hoe zal men ooit tot verlaging van het klassegemiddelde komen, wat toch zo dringend nodig is ?
Ook de lezers van dit blad gaat dit aan. Ook onze mensen moeten zich van deze dingen rekenschap geven. En actief medewerken. Dat ook onze kringen minstens hun evenredig deel leveren voor opheffing van het onderwijzerstekort. Het onderwijs is een enorm groot belang voor ons volk in zijn geheel. Maar óok voor de kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's