DE DOLENDE MENS
Gedachten over Kafka's „Proces".
Vanaf de grijze oudheid tot heden is de tragische figuur van de dolende mens het onderwerp geweest van talloze sagen, gedichten en verhalen.
De dolende mens is bijna altijd het symbool van tragiek en weemoed geweest ; door alle eeuwen heen is de dolaard getekend als de mens, die het drama van zijn leven toont. Daarbij moet in het oog gehouden worden, dat er een opmerkelijk verschil bestaat tussen een zwerver en een pelgrim. Een zwerver gaat en zwerft •— maar hij heeft geen doel. De pelgrim daarentegen gaat heen met een consequent opgemaakt reisbestek. Gaat de zwerver zinloos over de wegen, de pelgrim volgt een klare route, teneinde het doel van zijn pelgrimage te bereiken.
Daar tussenin beweegt zich de dolende mens : hij is noch pelgrim, noch zwerver. Zijn dolen is niet zonder zin, want hij heeft een vermoeden, dat er ergens een doel moet zijn en dat eenmaal, hoe dan ook en waar dan ook, dat eindpunt zal worden bereikt. Het is echter niet meer dan een vermoeden en daardoor is hij gedoemd om te vagebonderen tussen zwerver en pelgrim.
De figuur van de dolende mens heeft altijd sterk tojt de verbeelding gesproken, omdat achter het dolen een drama vermoed werd. Kaïn doolde over de wereld, getekend door Gods straffende hand. En zijn eenzaamheid heeft het medelijden gewekt van dichters en schrijvers.
De verloren zoon doolde rond in een ver en vreemd land en armoe werd zijn deel. In honderden sonnetten en verhalen werd hij een melancholieke gestalte, de verpersoonlijking tevens van de losgeslagen mens. Pas wanneer hij in diep schuldbesef met heimwee denkt aan zijn geestelijk land van herkomst en 't besluit neemt om terug te keren, verlegt zich de gespannen aandacht van de toeschouwer naar de vader en naar de oppassende broer van de dolende jongeman.
Wie kent niet de legende van de wandelende jood ? Hij is de hij uitstek dolende mens. Want hij weet, dat zijn dooltocht zin heeft, ofschoon z'n voortdurend wandelen geen pelgrimage is, want geen blijde intocht wacht hem in een oord, waar rust een rijkdom en vrede een heerlijkheid hetekent.
Als wij weten — niet slechts verstandelijk, doch diep in ons hart — dat wij volgens het Bijbelwoord hier geen blijvende stad hebben, dan zijn wij pelgrims, gelijk Bunjan's christenfiguur een pelgrim bij uitnemendheid was.
De pelgrim ziet een lichtende einder en een wenkend verschiet, doch de dolende mens loopt in nevelen en het hoe en waarom van zijn dooltocht is versluierd. Hij weet, dat er een levens- en een wereldraadsel is, maar hij vermag de oplossing niet te doorgronden, zodat hij de zin van zijn leven zowel als van zijn sterven niet verstaat. Het is de tragiek van de dolende mens; dat hij niet gelooft — en tóch geen ongelovige is. De zwerver bekommert zich niet om afkomst of om toekomst, doch de dolende mens doet dat wel. Hij beseft althans, dat hij een afkomst moet hebben en dat er een toekomst moet zijn. Hij kan echter de sleutel van de zin van zijn bestaan niet vinden, hoewel hij daar alle moeite toe doet. En zo wordt zijn dolen een tragische tocht in een doolhof. Hij zoekt en zoekt, hij roept om een uitweg en hij probeert langs duizend wegen uit het labyrinth te geraken — maar het lukt hem niet, omdat zijn duizend wegen er duizend teveel zijn : Hij heeft niet weten te vinden de éne en de ware Weg, Die waarheid en leven is.
De figuur van de in geestelijk opzicht dolende mens is, buiten de Bijbel, misschien nimmer zo beangstigend en scherp getekend als in een roman van Franz Kafka : „Het Proces". De Griekse mythologie kent vele dolende goden. doch wij leren er nooit uit, welke innerlijke roerselen de dolaard ondergaat.
De man uit Kafka's roman weet, dat. er een levensdoel is en dat er een diepe zin schuilt in ons zijn ; het ontgaat hem niet, dat de schijnbare raadsels van leven en wereld een strikt overwogen plan hebben. Alleen hij weet wel, dat zijn leven een doel heeft, maar hij weet niet, welk doel dat is. Hij is dus. met recht in geestelijk opzicht de dolende mens, dolend omdat hij de sleutel tot het verstaan niet ontdekken kan. De figuur in , , Het Proces" meent, dat hij God vreest en het kwaad verafschuwt, — nochtans weet hij de sleutel tot de zin van zijn leven niet te vinden. Zou deze romanfiguur niet duizenden broeders hebben, ook in Nederland en ook in onze Hervormd-Gereformeerde kring ? De dolende mens zit met ons in de kerkbanken, hij zit misschien in ons hart. Want als wij in volle gemoedsrust kunnen verklaren, dat God eist dat wij ons bekeren zullen — als wij rustig kunnen zeggen, dat wij bekeerd moeten worden en voorts overgaan tot de orde van de dag, dan zijn wij dolenden. Dan staan onze afkomst en onze toekomst ons nog niet duidelijk voor ogen, dan is het perspectief van ons bestaan verhuld. En zijn wij dan al geen zwervers, pelgrims zijn we dan evenmin. Wij zijn dolenden.
(Slot volgt).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's