DE DOLENDE MENS (Slot)
, , Het Proces" is een verschrikkelijke roman. Verschrikkelijk, omdat dit boek ons toont een gevangene in een doolhof. Hij is een vis, die in een fuik zit. Hij voelt het levend water langs zich stromen, maar hij zit in een fuik en is dus verloren.
Wie was de man, die dit beklemmende boek schreef, dat door sommigen het werk van een waanzinnige, door anderen een boek van ongeëvenaarde diepte genoemd wordt ?
Franz Kafka was een jood ; hij werd in 1883 geboren in Praag en in 1924 overleed hij te Weenen. Eerst studeerde hij chemie, vervolgens germanistiek en rechten, waarin hij in 1906 promoveerde. Zijn roman , , Het Proces" werd na zijn dood en tégen zijn laatste wilsbeschikking in, uitgegeven. Het proza van Kafka is uitmuntend in Soberheid ; uit het werk blijkt, dat de schrijver een groot aestheet was. Maar meer nog was hij een ondoorgrondelijke persoonlijkheid. De wereld van Kafka is naar afkomst een joodse, doch niet naar de stof. De grote problemen van Wet en Genade, zijn de twee belangrijke polen geweest, waartussen Kafka doolde. En zo werd zijn boek , , Het Proces" in zekere zin het drama van de mens, die geen vaste grond onder de voeten kan krijgen. Zijn het ghetto-angsten geweest, dus specifiek joodse angsten, die de schrijver beheerst hebben ? Ik geloof het niet. Kafka heeft de angst veralgemeend ; het is een angst die uitsluitend in de geestelijke sfeer ligt en die hij op de man af op een zakelijk plan heeft willen brengen.
, , Het Proces" zouden we de roman van de geestelijk dolende mens kunnen noemen. Het verhaal is, zo men wil, een hallicunatie — en zelfs een zeer verschrikkelijke. Waaruit dan wéér — en zoveel te pregnanter — het portret van de in geestelijk opzicht dolende mens te voorschijn komt.
In het bedoelde boek wordt de hoofdfiguur, die aangediend wordt als Jozef K., op zekere dag op zijn kamer gearresteerd. Echter niet door het gewone, burgerlijke of overheidsgerecht, maar door een rechtbank, die onschendbaar en in de ogen van Jozef K. tevens ongenaakbaar is. De abstractie der Wet is voor deze Jozef onbereikbaar en in het tijdeloos heden van een droomsfeer komt de roman-figuur plotseling in conflict met deze oppermachtige Wet, die hij niet nader kent, doch die hem onweerstaanbaar bindt.
Bij zijn arrestatie vraagt hij, wat hij gedaan heeft. Hij krijgt daar geen bescheid op. Hij behoudt zelfs bewegingsvrijheid en het proces dat daarna tegen hem een aanvang neemt, geeft hem eveneens een betrekkelijke vrijheid van handelen. Die vreemde rechtbank houdt n.l. op Zondag zitting, hij kan aanvankelijk zijn werk in de week dus gewoon voortzetten. De gearresteerde gaat zelfs daarvoor nog opgeroepen te'zijn, naar die rechtbank teneinde zijn proces te voeren. Een wonderlijk proces want hij weet nog altijd niet, op welke oorzaak hij gearresteerd is. Maar het vreemde is, dat hij zich niet verzet. Waarom niet ? Albert Helman, die over Kafka eens een essay schreef, vraagt zich af : , , Gevoelt hij een diepverdrongen oerschuld, een paradijselijke schuld, die opeens gewekt soms door een niet nader definieerbare kleinigheid, eenleugen wellicht, of wat laster, tot het bewustzijn doordringt ? "
Ziehier dan, in dit boek, de dolende mens in zijn verschrikking : Hij weet, dat hij door een Wet zal worden gevonnist en hij verzet zich niet tegen zijn wonderlijke arrestatie, hoewel hij als schuldige zijn schuld niet kent, maar toch schuldig staat, omdat hij altijd dieper schuld beseft. Vaag en verhuld in nevels, denkt hij zich een vorm van genade in, maar hij kent de Genade niet. Tevergeefs, zich werend, gaat de geestelijk verdoolde mens zijn vonnis en zijn doem tegemoet. Tevergeefs omdat hij zijn werkelijke schuld niet kent en omdat hij de éne weg om in genade aangenomen te worden, evenmin kent. De pelgrim kent die beide: De Wet zegt hem zijn ellende voor en Christus is zijn Borg, die Genade wil laten gelden. De dolende mens heeft daar slechts een vagelijk vermoeden van — maar dolende stort hij in een afgrond, omdat zijn afkomst hem vaag gebleven is en zijn toekomst eveneens. De dolenden bevinden zich tussen hemel en aarde : de wereld is niet hun blijvend vaderland en daarom dolen ze. Maar de hemel weten ze niet te bereiken, omdat ze de Ene weg, de waarheid en het leven, niet kennen.
Ondertussen is , , Het Proces" een boek met een verschriikkelijke symlboliek, die in nevelen gehuld is, gelijk de dolende mens zelf achter zich en vóór zich slechts mistbanken ziet. Hij kan slechts vermoeden — hij bezit niet het zekere weten en het vaste vertrouwen. De problemen van de schrijver Kafka blijken geworteld te zijn in donkere moerasbodems en er is in zijn boek veel, dat onbegrepen blijft.
Niettemin betekent het lezen van dit boek een confrontatie. En de vraag komt op of wijzelf dolende zijn. Weten wij al, dat de Wet Gods ons arresteert — de vraag is toch, of wij onze schuld wel werkelijk kennen. Christus wordt gepredikt, doch het aanbod van genade raakt ons niet wezenlijk. Onze afkomst en onze toekomst blijven daardoor in nevelen en evenals de dolende mens, hebben we maar al te vaak slechts vermoedens — en daar berusten we in. Menend pelgrims te zijn, zijn we dolenden. De werfkracht van de Hervormd- Gereformeerde gezindte zal mede bepaald worden, voor zover het in het menselijk vermogen ligt, door het geestelijk pelgrimeren. Dolenden daarentegen zullen geen zoutend zout kunnen zijn. Ze worden, tenzij God zulks verhoeden wil, zwervers die niet van afkomst, of toekomst willen weten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's