DE DORDTSE LEERREGELS
Hoofdstuk I. Aitikel 1.
Aangezien alle mensen in Adam gezondigd hebben en des vloeks en eeuwigen doods zijn schuldig geworden.... Onze vaderen zijn in de Dordtse Leerregels, in 't hoofdstuk dat handelt over de uitverkiezing, begonnen met de belijdenis der erfzonde. Ieder zal begrijpen, dat deze belijdenis hier op haar plaats is. Het maakt immers een groot verschil, uit welke menigte van personen de uitverkiezing heeft plaats gehad. Waren dat (heiligen en reinen ?
Neen, zeggen de Leerregels, laten we elkander nu goed verstaan, alle mensen hebben gezondigd in Adam en staan voor God schuldig. Wij noemen dit de erfzonde. Het lijkt mij wel goed, dat ik eerst bij de vraag stilsta, hoe wij in Adam gezondigd kunnen hebben en op welke Schriftplaatsen deze leer rust.
Het is verleidelijk om een uitvoerig overzicht van de ontwikkeling van de erfzondeleer te geven. Maar dan zouden we weken werk hebben om met het eerste artikel klaar te komen. Dus nu alleen dit. Elke goede preek begint bij het paradijs, zoals ieder van ons weet. De Bijbel verhaalt ons, dat God dat paradijs heeft gemaakt op dezelfde aarde, als waarop wij nu nog wonen. Daarin is Adam geplaatst, geschapen naar Gods beeld. Deze eerste mens heeft zich willens aan de zonde onderworpen en overzulks aan de dood en de vervloeking. Wat betekende dit voor de hele mensheid ? Dat heeft Augustinus in zijn dagen scherper beschreven dan één van de voorgaande theologen, hoewel men zijn leer in hoofdtrekken bij Ambrosius terugvindt. Daarom heeft men wel eens gesproken van het Augustinisme vóór Augustinus. Hoe is dat eigenlijk gegaan met de ontwikkeling van de leer der erfzonde en van welke leer ook ?
Het is goed, dat u daarnaar vraagt.
Eerst was er in de kerk het Oude en Nieuwe Testament. Daar staat alles in, wat wij nu in de drie Formulieren van Enigheid hebben. Maar dat heeft men er niet direct in gelezen. Het is er net mee gegaan, zoals het vandaag aan de dag nog gaat met ieder mens, die door God bekeerd wordt. Als deze stilgezet wordt en bepaald bij de waarheid, dat er een God, eén hemel en een hel is, dan gaat hij proberen zó te leven, dat hij niet in de hel komt en Gode weibehaaglijk wordt. Hij maakt van het evangelie een wet. Dit nu heeft de Christelijke kerk na Paulus ook gedaan. Men kan die ontwikkeling in de Kerkgeschiedenis beschreven vinden.
Hoe gaat het dan verder ?
Deze mens leert hoe langer hoe meer dat hij niet verbeterd, maar verlost moet worden. Hij leert zijn diep bederf kennen. Zo heeft de Christelijke kerk ook pas in de loop der eeuwen geleerd, hoe verdorven de mens is. Dat is haar uit de Schrift en uit de ervaring en in de botsing der meningen klaar geworden.
Augustinus is de man, die de leer der Schrift, waarvan de kerk al iets was gaan verstaan, als eerste in hoofdzaken heeft samengevat. De Roomse kerk is van de leer van Augustinus afgeweken. Luther en Calvijn zijn teruggekeerd tot de leringen van de grote kerkvader van Hippo. Wat bevat die leer der erfzonde ? Eerst het woord. Wij spreken van erfzonde, erfschuld en erfsmet. Van deze drie woorden kunnen wij het beste het eerste woord beschouwen als een samenvatting van de twee laatste. De erfschuld is dan de toegerekende zonde van Adam en de erfsmet is de algehele verdorvenheid van onze natuur. Over de erfsmet behoef ik niet uitvoerig hier te spreken. Zij is voor ieder duidelijk, zou ik haast zeggen. Maar dat is niet waar. Nog altijd zijn er velen, die de mens zo kwaad niet vinden. En nog altijd moet ieder zondaar aan de diepte van zijn verdorvenheid ontdekt worden door de Heilige Geest. Ik voor mij geloof, dat veel predikanten en anderen de prediking der erfzonde verwerpen, omdat zij niet ontdekt zijn. Zij zijn nog te goed in eigen oog. Dat hoeft ons niet te verwonderen, want de Heere Jezus had bij de Joodse predikers met dezelfde moeilijkheid te kampen. Maar voor degenen, die door Gods Geest persoonlijk ontdekt zijn aan de gruwelen van hun eigen hart en die de tekening van hun innerlijk bestaan in Gods Woord hebben teruggevonden, is de leer der erfzonde geen theorie, geen beschouwing, doch practijk.
Als we over de erfsmet handelen, gaat het vooral over de vrijheid van de wil. In hoeverre is de mens verdorven ? Buiten de gereformeerde belijdenis wordt op deze vraag geantwoord : de wil des mensen is verzwakt, maar niet helemaal onbekwaam om het goede te willen. Hij is niet een volle slaaf der zonde. Hij kan b.v. de aangeiboden genade Gods aannemen.
Als men met predikanten in onze dagen eens praat over de toestand van de mens, dan krijgt men tien tegen één ten antwoord : Ja, maar, de mens kan het toch zelf willen. Het wordt iedereen aangeboden, doch nu moeten wij willen.
Het valt mij hoe langer hoe meer op, dat b.v. predikanten, die lid zijn van de Confessionele Vereniging, als men met ze spreekt, deze semi-pelagiaanse leer blijken te huldigen. Zij zijn bang voor de prediking der uitverkiezing en nu vervallen zij, hoe gering ook, in de dwaling van de vrije wil. Als ik dat zo opmerken mag, de Confessionele Vereniging zal, naar ik vrees, spoedig haar naam moeten veranderen of haar gedrag. Het is in alle gemoedelijkheid gezegd, en ik hoop, dat niemand het mij kwalijk neemt, want ik heb een hekel aan twisterijen. Maar het is nu zó geworden, dat blijkt mij uit ervaring al meer en meer, dat bijna geen enkel punt der Confessie bij hen volledige instemming vindt, Hoe kan men nu met recht Confessionele Vereniging heten en dr. Hoedemaker roemen, als men op zoveel punten van de belijdenis der Kerk afwijkt ? Waarbij ik dit wil opmerken, dat wij er ons niet in verblijden, doch hopen dat we ons vergissen.
Misschien zal omen hierop antwoorden, dat wij van die starre behoudzuchtigen zijn, die halsstarrig vasthouden aan bestaande toestanden en formuleringen. Dat zou ik niet zo denken. Ik heb echter een sterk staaltje van vasthouden aan verouderde toestanden gelezen in een artikel van ds. De Vey Mesdagh, in „De Gereformeerde Kerk" van 9 September j, l. Laat me. dit ter afwisseling even mogen vertellen.
Daarin schrijft onze collega :
, , En wat de Geref. Bonds-evangelisaties betreft, die vindt men overal in den lande, van Cadzand tot Delfzijl en van Den Helder tot Heerlen".
Het was mij niet bekend, dat er in deze 4 plaatsen ook reeds zo'n Bondsevangelisatie bestond, of is 't misschien bij wijze van spreken ? Maar nu verder :
, , Vaak nog slechts droevige splitsing tussen Bond en Bond, zoals Delft dat te aanschouwen geeft".
Ik heb wel eens van vroeger gehoord dat er in Delft een zeker verschil van mening was, doch het is volkomen nieuw voor mij, dat ds. Tukker en ds. Poot, elk aan het hoofd van een Bondsevangelisatie staan. Zó Is het gelukkig niet. In onze kringen blijft men niet bij het oude staan, tenzij het goed is. En nu zal men misschien zeggen, dat ik veel te ver van mijn eigenlijke onderwerp ben afgedwaald. Dit ontken ik echter.
(Wordt vervolgd),
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's