De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET U.L.O IN NOOD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET U.L.O IN NOOD

4 minuten leestijd

Er wordt heel wat gezegd en geschreven over het onderwijs. Blijkbaar zijn er nog altijd vele vragen en vele wensen. Onlangs schreven we over het toenemende onderwijzerstekort aan de Lagere Scholen en de maatregelen, die de Minister van Onderwijs denkt te nemen om dit tekort aan te vullen.

Nu komt er wel een noodkreet van het U.L.O. In het Correspondentieblad der Vereniging van Chr. Onderwijzers stond een artikel met een sterk alarmerend opschrift : Nu de noodklok, straks.... de doodsklok over het U.L.O.

't Is niet de eerste maal, dat deze noodklok geluid wordt. Ook wij hebben enige tijd geleden op het U.L.O. gewezen en de dreiging voelen aankomen. Maar van de doodsklok, neen, daar hebben we, nog niet van durven spreken, Men weet algemeen wel iets van de grote betekenis van het U.L.O. voor ons volksleven, zowel in de stad als op hét platteland. Het is één der grootste takken van het voortgezet onderwijs. Het U.L.O, -diploma opent vele punten tot het bedrijfsleven en ook tot verder onderwijs. Denk b. v. aan de Kweekscholen.

Het werk van de U.L.O.-leerkrachten is niet gemakkelijk. Nu geldt dit in 't algemeen wel voor het geven van onderwijs, vooral met onze dikwijls grote klassen. Niet het minst geldt dit de aanvangsklassen der Lagere School. En ik heb er nog altijd bewondering voor, hoe de onderwijzeressen daar aan die kleintjes de eerste beginselen van lezen, schrijven en rekenen bijbrengen, hoe ze hun uit de Bijbel vertellen, met hen zingen en spelen.

Nee, dit is lang niet ieders taak. Maar in weer andere zin geldt dit voor de U. L, O.-onderwijzers. Zij hebhebben de jeugd zo van 13—17 jaar. Een moelijke leeftijd. Men moet er echt wel bepaalde kwaliteiten voor hebben om hier inderdaad met vrucht werkzaam te zijn en het roer recht te kunnen houden.

Daarbij komt, dat bepaade bevoegdheden er niet gemist kunnen worden. Naas't de vakken van het g.l.o. worden daar de moderne talen onderwezen, wiskunde, handelskennis, 't Is dus nodig dat het gezamenlijke personeel over de acten voor deze vakken beschikt en zeker mag elke leerkracht wel in het bezit zijn van de hoofdacte en minstens twee U.L.O.-acten. Dan mag de school nog van geluk spreken, als de acten zó zijn verdeeld dat alle U.L.O.-vakken er onder vallen.

En nu komt de grote moeilijkheid van vandaag. Er is een nijpend tekort aan bevoegde U.L.O.-onderwijzers, zodat 't zeer dikwijls voorkomt dat men iemand moet benoemen, die de vereiste acten niet heeft, doodeenvoudig, omdat er geen andere sollicitanten zijn. Of óok wel, dat men iemand benoemt, die wèl de bevoegdheden heeft, maar voor wie men z'n hart vasthoudt, of hij 't zware werk aan de Ü.L.O.-school wel aan zal kuimen. Ik weet eigenlijk niet, wat nu het ergste is, daar kan slechts in geval voor geval over geoordeeld worden. Wèl is het zeker, dat een onderwijzer voor deze grote jongens en meisjes, die de klas niet „baas" kan, iets verschrikkelijks is. Dan is het misschien nog beter om een leerkracht te benoemen, die in bevoegdheden tekort schiet, maar waarvan men overtuigd is dat hij als onderwijzer het werk aan kan. Er is altijd nog kans, dat hij door studie de nu bestaande achterstand inhaalt. Maar ik oordeel daar verder niet over en ik ben erg blij, dat ik zodanige beslissing niet behoef te nemen.

Door het getemperde vakleraren-systeem kan er, op wat grotere U.L.O.scholen zéker, nog wel een en ander aan gedaan worden.

Echter blijkt nu het tekort aan bevoegde U. L. O.-leerkrachten zó erg te worden, dat men reeds het gebeier van de doodsklok over deze belangrijke tak van onderwijs meent te horen.

Persoonlijk hoor ik 't nog niet, maar dat kan zijn omdat ik er niet rechtstreeks meer bij betrokken ben, maar ook, omdat ik hier om me heen nog bloeiende U.L.O.-scholen zie, met volledig bevoegd personeel.

De schrijver van het artikel in het Correspondentieblad, een.blijkbaar alleszins bevoegd waarnemer, heeft verder gekeken dan z'n omgeving en het hele land er in betrokken. En dan komt hij tot z'n conclusie : Als er geen radicale maatregelen worden getroffen, kan spoedig over het U.L.O. de doodsklok worden geluid.

Daarover de volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET U.L.O IN NOOD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's