Het vreemde werk Gods
„Zie, wat Ik gebouwd heb, breek Ik af, en wat Ik geplant heb, ruk Ik uit". Jeremia 45 vs. 4 (ra.).
Dit op het eerste gezicht eigenaardige woord treffen wij aan, in de profetiën van Jeremia. Hebreeuws Jermijahn. Mijn leermeester grondde onder andere op het feit van deze naamsuitgang, die meerdere malen voorkomt, zijn mening dat de godsnaam, de heilige Naam als Jahw (en niet zoals de meeste' geleerden van nu menen van Jahweh) moet zijn uitgesproken.
Wat weet u van Jeremia af ? In onze taal is van deze naam het woord „jere, mieëren" afgeleid. D.i. altijd maar klagen. Er zijn onder de voor- en tegenstanders van de christelijke religie, die menen, dat dit er nu eenmaal bijhoort. Kortweg gezegd : godsdienstige mensen zijn zeurpieten. Ik geef toe, dat er zijn, die de indruk wekken, dat christen zijn een verdrietige zaak is. In sommige kringen gaat hij of zij met de erepalm strijken, die maar het hardst klaagt. Dat lijkt mij onjuist. Al is er anderzijds een vrolijk-christendom, dat niét diep graaft. Maar gezien vanuit het geheel van de bijbelse verkondiging is juist de toestand van de mens zonder God, en zonder Christus, zo verdrietig.
En voorts : een christen heeft positief te staan tegenover de gewone dingen van het leven. Het woord uit de grondwet van de Sowjet-Unie : Wie niet werkt, zal ook niet eten, moge daarginds op een bepaalde wijze geïnterpreteerd worden, het woord zelf is bijbels. De vrijizinnige theoloog-philosoof Troeltsch legt een m.i. niet geheel juist, maar overigens wel een opmerkelijk verband tussen calvinisme en kapitalisme.
Ook Jeremia was van huis uit niet zeurderig. Hij klaagt er zelfs over, dat zij hem in vrolijke gezelschappen mijden. Veel liever ware het hem geweest anders te kunnen en te mogen spreken. Hij erkent, dat hij meer dan eens er over gedacht heeft het bijltje er bij neer te gooien en met preken op te houden. Maar hij kon het spreken, het profeteren niet laten.
Hiji is een geroepene, een uitverkorene, . Hoofdstuk 1 vs. 5. Geheiligd betekent daar duidelijk : afgezonderd. Vóór zijn geboorte ligt zijn , , werkbriefje", zijn werkstuk al klaar. Uitverkoren betekent voor velen een gemakkelijk leventje. Dan is voor dit en het toekomende leven , , je kostje gekocht". Maar aan Jeremia zien we, dat dit niet klopt met de werkelijkheid. Het heeft de profeet juist in de grootste moeilijkheden gebracht. Een van de grootste kunstenaars zal hem zó uitbeelden, dat men er als vanzelf het onderschrift bij zet : , , de man die ellende gezien heeft".
Ik denk er niet over om profeet en dominee op één lijn te zetten. Wij hebben geen profeten meer. Wij hebben , , slechts" het profetische woord. Maar toch is m.i. wel een vergelijking mogelijk. Ook de dominee is een ambassadeur, gezant van de hemel (Jer. 1 vs. 10). Waarom is het zo'n moeilijk, om niet te zeggen, onmogelijk werk ? Niet, omdat je er allerlei dingen moet laten, die je graag zou doen. Maar we dragen deze schat in aarden vaten. Jesaja zegt: ik ben een man, die onrein van lippen is. Jeremia : ik ben jong. Maar het is niet iets dat met vlotheid van spreken en met meerdere levenswijsheid goed te maken is. Wie zal de berg des Heeren beklimmen? (Psalm 24). Daarom gaat het. Het Woord is tweesnijdend. Het snijdt naar twee kanten. Dat is een gevaarlijk wapen om mee om te gaan. Wat is de levensgeschiedenis van Jeremia diep-tragisch. Niet, omdat ze Jeremia niet gehoord hebben. Althans niet in de eerste plaats. Maar wij, Jeremia en het volk zijner dagen hebben van doen met die God, Wiens vreemde werk ons verbijstert.
Jeremia wordt tot profeet geroepen in het dertiende jaar van koning Josia. Dat is plm. 627. Tot 586/5, de verwoesting van Jeruzalem, heeft hij gepreekt. De val van stad en tempel voorzegd en meegemaakt. Het heeft hem erg veel verdriet gedaan. En hij maar preken. Onder een volk, dat er niet van. weten wilde. En over willen gesproken, Jeremia heeft er ook vaak geen oog voor gehad, dat dit de weg was. Hij zegt het in onze tekst tegen Baruch, zijn particuliere secretaris en vriend. Die 't óok niet begrijpen kon, dat dit het werk Gods is, om Zijn eigen werk af te breken. Hij spreekt hier een 20 a 25 jaar na zijn roeping tot profeet. Maar van meet-af is dit een onderdeel, neen, de hoofdzaak van het goddelijk onderwijs (Jeremia 1 vs. 10, slot).
Jeremia heeft het uiteindelijk leren verstaan. Baruch ook ? En wij, verstaan wij het ? Het boek Jeremia is ongeveer het midden van onze Bijbel. De oude Statenbijbel, in onbruik ook bij velen zijner vereerders, ligt er op de kansel bijna altijd open, hoorde ik eens prof. Edelkoort zeggen. M.i. is dat meer dan toevallig. De profetieën van Jeremia betekenen het einde van een theocratie, een godsrijk. Dat is een harde zaak geweest. Voor het vlees in de eerste plaats. En voor een vleselijke godsdienst. Maar óok voor het geloof. Gods molens malen zo langzaam. Maar daar kun je nog vree mee hebben. Wat een tijd van Abraham naar David, naar het rijk. Maar het gaat vooruit. We zien God werken. Naar 't gemaakt bestek. God is, met eerbied van spreken, bezig een bruggehoofd aan het bouwen. Dat moet wel een zeer gewichtig onderdeel zijn bij de invasie-plannen van de hemelse bevrijding. Maar welk een krijgskunde is het dan, wanneer men zijn eigen stellingen gaat afbreken ? Dat is met recht het vreemde werk Gods. Eigen werk afbreken. Eigen planting uitrukken. Het bruggehoofd op deze aarde Zelf te niet doen. De enigste plaats, waar nog iets was van de rechte kennis en dienst Gods.
Zie, dat is het vreemde werk Gods. Baruch begrijpt het niet. Maar Jeremia heeft het van het begin af gezien. Denk aan de kokende pot uit Jeremia 1 vs. 13. Het onheil moet komen. Het is Gods wil en werk. Moeilijke stukken. Nog. In het groot en in het klein. In het wereldgebeuren. En in het leven van Gods christenen. Want, dat het werk Gods aangevochten wordt, valt niet te verbazen. De grote tegenstander van God, die vanaf het begin gepoogd heeft het werk Gods te vernietigen, zal ook wel bij het werk der herschepping niet stil zitten. Laat er maar eens een mens tot verandering komen, daar komt hij op af. En dat de christenen ook nog zo'n last hebben van hun oude natuur, dat ze heel hun leven met hun zondige aard te strijden hebben, valt te begrijpen. Maar verandert God van een bondgenoot, van een vriend, in een vijand?
Bidden helpt. Zeggen de dominees. Staat in de bijbel. Maar er kan een tijd komen, dat het niet helpt. , , A1 stonden Mozes en Samuel voor mijn aangezicht" (Jer. 15 vs. 1). Jeremia mag op een moment niet bidden voor het volk. Het kwaad is besloten. Baruch moet geen grote dingen zoeken. Laat-ie, tevreden zijn, als hij het leven ervan afbrengt.
(Jer. 45). Het bruggehoofd gaat weg. De ontluistering van Israël gaat een aanvang nemen.
Vergist u niet. Al is de satan uitgeslapen, de Heere is toch altijd net even vroeger op, (Jer. 1 vs. 12). Alle voorbidders gaan tekort schieten. Opdat er ruimte zou komen voor de grote voorbidder Jezus Christus. Daar gaat het heen. Mozes en Samuel en Jeremia kunnen geen mens helpen. Maar Hij wèl. Het bruggehoofd In Israël gaat weg. Gods vreemde werk. Dat is het thema van de historie van oud-Israël. Bouwen om te breken, planten om weer uit te rukken, 't Gaat niet , , excelsior'', steeds hoger. Maar steeds lager. We kunnen het ook schrijven boven de levensgeschiedenis van de bijbelheiligen. En het is een stuk, dat ook Gods christenen van deze tijd te leren krijgen. In het groot. Het heeft er iets van weg, dat het bruggehoofd van de hemel alsmaar kleiner wordt in onze dagen. En in het klein. Daar is een mens. Nog een klein beetje. Nog een klein beetje vromer. Dan is hij of zij er. Het gaat net niet! Met een uiterlijke reformatie is het, evenmin als in de dagen van Jeremia goed te maken. Een vreemd werk, maar een goed werk. Want zo was en Is de Heere bezig ruimte te maken voor het Koninkrijk der hemelen, in Christus verschenen.
Een mens, een volk moet blijkbaar eerst heel diep gebogen worden, eer hij zich voor tijd en eeuwigheid aan de Heere, de God en Vader van de Heere Jezus Christus, overgeeft en toevertrouwd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's