De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

5 minuten leestijd

Het is een ramp voor de kerk, dat zelfs degenen die de Belijdenis in hun vaandel voeren, ook in dit stuk der erfzonde en van de knechtelijke wil beginnen af te wijken. Want het is een feit, dat iedere afwijking op dit punt het geheel van de prediking scheef trekt. En hoe staat het met de vrijheid van de wil ? De Heere Jezus heeft gezegd : , , Niemand kan tot Mij komen". Wat is er nodig om tot Christus te komen ? Dat wij het willen. Daarom zei de Heere Jezus : Gij wilt niet. In de grond is het een niet kunnen willen. En dat is een schuldig niet kunnen. Als er een klein schilfert je van onze eigen wil aan te pas moet komen, blijft ieder mens verloren. Wanneer alle dominees eens goed wisten, uit de Schrift en uit de bevinding door de Heilige Geest, dat het onmogelijk is dat er ooit één zondaar tot God wil of kan komen, wat zouden zij allen veel ernstiger preken de vrije genade Gods en de noodzakelijkheid van wedergeboorte en bekering.

Hoe staat het met de mens ?

Non passé non peccare. Dat is van Augustinus. Dat betekent niet, dat de mens geen 80 jaar of 8 jaar kan worden zonder enige zonde te bedrijven. Dat betekent, dat de mens nooit, nooit iets anders kan doen, in zijn natuurstaat, dus zonder die machtige wedergeboorte, dan zondigen. Hij doet bij iedere ademhaling en bij iedere gedachte, woord of daad, zonde en hij is zonde. De vrijheid van de mens bestaat alleen hierin, dat hij zeer vrijwillig de zonde doet. De Schrift zegt : de mens is dood voor God en het goede, en hij leeft in de zonde. Adam in het paradijs was vrij vóór God. De gevallen mens is alleen maar vrij voor de zonde. Dat is de enige kant, waar hij heen kan en heen wil. , , Gij zijt uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerte uws vaders doen". Het is geen natuurtoestand, dat zondigen van de mens. Neen, zijn vrije wil is vrije zonde geworden. Hij is eenswillend met Adam in en na zijn val naar zijn natuur. ledere zonde geschiedt nog volkomen vrijwillig. Dat zal ieder ontdekt zondaar getuigen. De zonde zou geen zonde zijn, als ze niet vrijwillig geschiedde. Wij zijn viij te doen, wat wij willen. Doch wij zijn niet vrij te willen, wat wij moesten willen.

De Schrift zegt : , , Wie zal een reine geven uit een onreine ? niet één". (Job 14 VS. 4). , , Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen" (Ps. 51 vs. 7). , , Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees" (Joh. 3 vs. 6). Vandaar dat onze Catechismus leert : „Wij zijn onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad". , , Wij zijn van nature geneigd God en de naaste te haten''.

De Belijdenis verklaart, dat de mens in al zijn wegen goddeloos, verkeerd en verdorven is geworden. Hoe moet zo'n mens nu ooit zalig worden ? Daarvan zegt de Heere Jezus, dat het bij de mens onmogelijk is. En op een andere plaats : „Gij wilt tot Mij niet komen". Daarom noemt Hij de mens verloren. Hier ligt 't onderscheid in de prediking. Wij hebben gezien dat er twee kerken in de Hervormde kerk zijn. In de ene kerk wordt gepredikt dat het bij de mens geheel onmogelijk is, zodat begin en voortzetting en einde van ieders zaligheid geheel Gods werk is. In de andere kerk wordt soms een grote deur opengezet en soms een klein kiertje opengelaten voor de mogelijkheden van de mens. Laatst bij een gesprek met een kerkeraad kwam 't hierop neer : Ieder mens krijgt zelfs dezelfde kracht van de Heilige Geest. Doch nu moet de mens willen. Altijd is het in die ene kerk, de mens, die het laatste woord heeft. Laat men dit los, dan blijft alleen de genadige uitverkiezing over. En die wil men in die ene kerk niet, beslist niet. Maar de Reformatoren hebben van de vrije wil niets overgelaten en van de besmetting met de zonde geen plekje vrijgelaten. Zij hebben onze eigen gerechtigheid, ons vermogen, wijsheid, geheel uitgeroeid. Luther sdhreef van de brief aan de Romeinen : De hoofdsom van de brief is, te verwoesten, uit te roeien en te vernietigen alle wijsheid en gerechtigheid van het vlees — en in de plaats daarvan in te planten, in te zetten en groot te maken de zonde, Rome had geleerd ; daar is eerst de natuur van de mens, die is in wezen goed, maar beroofd van de oorspronkelijke gerechtigheid. De bovennatuur verenigt zich met die goede, hoewel zwakke, natuur, en de mens is gered. Bij Rome vormt de natuur (met haar vrije wil en knappe rede) en de bovennatuur (met de kradht der sacramenten en de kerk) een éénheid.

In de Reformatie is er alleen maar de totaal zondige mens, die verloren is en de oneindige barmhartigheid Gods.

Luther zou zeggen : Als de mens wil leven, zal hij éérst moeten sterven. Gods Woord erkennen als waarheid betekent een volledig afsterven aan eigen mogelijkheden. Daarom moesten onze Leerregels in het paradijs bij de zonde van Adam beginnen. Het zal een gezegende dag zijn, als alle predikanten weer reformatorisch gaan preken.

Dit over de erfsmet.

Nu de volgende keer de erfschuld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's