Kroniek
De toepassing in de preek. — Zou het symptomatisch zijn, dat een gemeentelid zoveel rake opmerkingen weet te maken over : de preek en de dominee (in In de Waagschaal van enkele weken terug), en juist een predikant er zo flagrant naast grijpt als hij gaat schrijven over : de preek en de gemeente ? In hetzelfde weekblad schrijft ds Mooi over de toepassing in de preek zó, dat hij geen acht schijnt te slaan op de verstandige opmerkingen, door dr. Berkhof destijds gemaakt in zijn : Crisis der midden orthodoxie.
Wel is hij overtuigd van de noodzakelijkheid dat „de hele preek verkondiging en in wezen toepassing is'', evenwel meent hij, dat de gemeente „zit te wachten" op een toepassing in een zeer bepaalde vorm, te weten; in de vorm van rechtstreekse vragen aan het eind van de preek : „hoe is het met uw ziel gesteld ? Eenmaal zult u rekenschap moeten afleggen", , , Behoort u tot de bakkers of tot de schenkers ? ", e.d.
Niet zo onnozel. — Wij willen daarbij opmerken, dat wij niet geloven dat de gemeente zo onnozel is, een andere vorm van toepassing —die als het ware in de hele preek is verweven — niet als zodanig te herkennen ; evenmin als wij veronderstellen dat ds. Mooi genoemde vragen niet als toepassing zou willen aanmerken, ook al zou hij, zoals hij schrijft, er de vierde keer bij de kerk uitlopen. Ook menen wij, dat de toe passing-in-heel-de-preek het stellen van vragen aan het eind niet uitsluit, noch daardoor van zijn klem zou worden beroofd.
Wij vrezen veeleer, dat ds. Mooi een wijze van preken voor ogen staat, waarbij men misschien te goeder trouw meent het behandelde Bijbelwoord op de hoorders toe te spitsen, maar waarbij dit doel wordt gemist, bijvoorbeeld door het te weinig zich richten op de persoonlijke relatie van de mens tot God (ds, Van Sliedregt, Het eigen geluid in de prediking, Ede, 1952).
Behoort u tot „de gemeente" of tot de Gemeente ? — De ironische toon in het betoog van ds. Mooi zal misschien voortkomen uit een zekere spijt, dat de preekwijze die hij voorstaat niet die waardering ontmoet die hij vindt dat ze verdient. Hij had zich door die spijt echter niet tot de absurde stelling mogen laten verleiden, dat de bezwaren die worden ingebracht afkomstig zijn van , , de gemeente" (door hem tussen aanhalingstekens geplaatst, want niet als werkelijke, echte gemeente beschouwd), terwijl zij, die die bezwaren niet voelen, pas werkelijk de Gemeente (hoofdletter van ds. M.) zouden vormen.
Ons lijkt de vraag, of we tot de bakkers of tot de schenkers behoren in ieder geval bijbelser dan dit onderscheid tussen , , de gemeente" en dé Gemeente. Van dat onderscheid lazen we in de Schrift nooit. Dan maar liever lid van , , de gemeente", met of zonder vragen aan het eind van de preek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's