De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DAAR WORDT NIET MEDE GEREKEND

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DAAR WORDT NIET MEDE GEREKEND

6 minuten leestijd

Wij schreven over een „uitlegkunde" der Schrift, die zich in verschillend opzicht onttrekt aan haar gezag door uitspraken van apostelen en profeten en zelfs van de Heere Jezus Christus op rekening van tijdsomstandigheden te schrijven, zodat zij voor onze tijd geen betekenis meer zouden hebben.

Hoewel het Oosterse leven door de eeuwen heen veel meer dan het Westen vastgehouden heeft aan het oude, kan niet worden weersproken, dat en met name in de' laatste jaren ook daar zich grote veranderingen voltrekken in de maatschappelijke en politieke gesteldheid. Ook is het waar, dat deze veranderingen haar invloed doen gelden op gewoonten en gebruiken in het volksleven, hetwelk allengs een meer Westers karakter aanneemt.

Het lijdt ook geen twijfel, dat deze veranderingen gepaard gaan met, en vaak ook gevolg zijn van veranderingen in de geestelijke gesteldheid dier volken, in godsdienst en in wereldbeschouwing.

Dat alles mag zo zijn, maar de betekenis daarvan wordt zelfs zeer overdreven, alsof het gezag van de Heilige Schrift daarmede gemoeid ware en ook dit tot een veranderlijke grootheid kon worden gemaakt.

Zo zijn er b.v. die een argument willen ontlenen aan, wat zij noemen, een verouderd wereldbeeld, dat door de Bijbelschrijvers zou zijn aangehangen. De Bijbel zou zijn aansluiting missen voor de mensen van onze tijd, die immers uit een modern wereldbeeld leven.

Stelden niet die oude mensen de wereld voor in drie verdiepingen, een onderwereld en de aarde en een bovenwereld ? Dachten zij niet aan een aarde als een groot eiland in een wereldoceaan, die overkoepeld werd door het hemelgewelf?

Het zou haast een onvergeeflijke fout zijn om van , , hemelgewelf" te spreken in onze dagen, want dat woord gewelf doet op zich zelf reeds aan die oude voorstelling denken.

En toch zijn wij aan de alledaagse aanblik van de wereld zo gewoon, dat geen mens zich daaraan stoot. Ook de sterrekundige spreekt heel gewoon en eenvoudig in deze termen en zegt, dat de zon opgaat en ondergaat, ofschoon hij zeer vertrouwd is geraakt met de beweging der hemellichamen en aan die uitdrukkingen geheel andere voorstellingen en begrippen verbindt als de deskundigen in oude tijden.

De. alledaagse mens — ook de wetenschappelijke mens in zijn dagelijks leven — beweegt zich in een practisch wereldbeeld. Hij neemt de wereld zoals die zich aan ons voordoet en dan ziet hij de zon boven de borizon verrijzen en achter de horizon weer verdwijnen.

Zo hebben de geslachten van alle tijden het gezien en zij hebben hun leven daarnaar ingedeeld.

Wat nu het „wetenschappelijk" wereldbeeld van Ptolemeüs, Copernikus, of Einstein ook moge teweegbrengen, dat gewone, zichzelf gelijk blijvende in de aanblik der wereld, waarin wij ons dagelijks bevinden en bewegen, is onveranderlijk. Daarin bewegen zich ook de mensen in de Heilige Schrift en wie daarin bezwaar heeft om het gezag der Heilige Schrift te erkennen, moet toch wel heel weinig gevoel voor de geestelijke dingen hebben.

Dat is slechts een voorbeeld, maar een voorbeejd, dat ons onmiddellijk bij de hoofdzaak bepaalt.

Immers dat gewone, alledaagse wereldbeeld, is het menselijk wereldbeeld.

De wereld, die God geschapen heeft, verschijnt zó aan de mens. Dat is Gods wereld voor ons.

Het zich zelf gelijkblijvende nu van die wereld voor de mens staat niet op zichzelf, maar hangt samen met en is één geheel met al het gelijkblijvende, dat bij de mens behoort.

Gelijk blijft, dat de mens van alle eeuwen worstelt met de diepste lévensvragen.

De mens is zich bewust te leven in een wereld. En hij vraagt naar zijn eigen oorsprong en die van de ganse wereld.

Gelijk blijft, dat zijn wezen boven zich zelf uitwijst, krachtens het feit, dat hij naar Gods beeld werd geschapen.

Gelijk blijft, dat hij besef heeft van , een boven deze wereld verheven werkelijkheid, welker centrum God is en dat hij in zich zelf een gevoel van afhankelijkheid bespeurt, waardoor hij wordt geroepen tot erkenning van zijn Schepper.

Gelijk blijft, dat die mens wordt gericht op het onderzoek en de kennis omtrent die hogere werkelijkheid, zoals blijkt zelfs uit de heidense godsdiensten, en uit de wijsbegeerte der volkeren.

Gelijk blijft ook, dat die mens zo gemakkelijk openstaat voor allerlei ongeloof en bijgeloof, omdat hij, ondanks al deze dingen vervreemd is van de levende God. Immers, hoewel hij nog kennis draagt van het kennelijke Gods, omdat God zich niet onbetuigd laat, geeft hij zich over aan allerlei afgoderij en zonde. En dat tot zijn oordeel. Want hij is niet, te verontschuldigen. (Rom. 1 vers , 18v.v.).

Ook onze moderne tijd is rijk aan velerlei valse godsdienstigheid, afval en ongeloof.

Wij zouden voort kunnen gaan met te wijzen op het gelijkblijvende onder alles, dat veranderlijk is en dat veroudert. Dit mag echter overbodig heten, omdat de conclusie duidelijk kan zijn.

Het gaat niet om de vraag, of de mensen andere gewoonten, andere gebruiken, andere levensvormen, ja zelfs andere denkbeelden hebben omtrent de wereld, welke zij aanschouwen.

Het gaat om de mens, om die aan zich zelf gelijkblijvende mens, om zijn oorsprong, zijn wezen en zijn bestemming.

Om die mens, die voor zich zelf het grootste probleem is. Hij is een vreemdeling voor zich zelf en kent zich zelf niet.

Sedert hij begon na te denken over die drie gewichtige levensvragen, over zijn oorsprong, wezen, en bestemming, tot op vandaag heeft zijn wijsheid om een antwoord te geven op deze vragen nog niet de minste vorderingen gemaakt. En dat kan ook niet, omdat zijn kennis zover niet reikt. De beantwoording van deze vragen gaat zijn verstand te boven. Want het antwoord ligt bij God.

Alleen de Godsopenibaring kan hem onderrichten. Als zij haar licht over de mens laat opgaan, ontdekt hij zich zelf als schepsel Gods, dat is zijn oorsprong, als beeld Gods, dat is zijn wezen en geroepen tot een eeuwige bestemming in gerechtigheid en heiligheid.

Maar dan ontdekt hij ook, dat hij niet beantwoordt aan zijn wezen en zijn bestemming mist. In de zonde is de oorsprong van al zijn ellende en onwetendheid. Ongeloof en ongehoorzaamheid maakten hem tot een kind der duisternis. Daarin wordt trouwens de miskenning van Gods gezag openbaar.

Deze ontdekking, die de kinderen Gods te beurt valt, blijft zich ook gelijk door de eeuwen heen, omdat dat antwoord op de grote levensvragen goddelijk is en waarachtig.

Maar deze ontdekking begint ook een eind te maken aan zoveel beuzelachtige zwarigheden, die de mens in de wég kunnen staan om het gezag van de Heilige Schrift verstandelijk te kunnen erkennen.

Dat gezag wordt nu eenmaal niet door redeneringen van menselijk verstand te niet gedaan of overeind gehouden. En daarom is het eigenlijk heel dom over het gezag van de Heilige Schrift te spreken, alsof dat van onze al of niet erkenning afhankelijk ware.

Dat gezag is goddelijk en handhaaft zich zelf.

Daarom zijn er altijd mensen geweest, die het Woord hebben bewaard, wijl zij het als een levendmakende kracht Gods hebben ervaren. En daarom ook zal dat Woord tot het einde toe zijn goddelijke kracht bewijzen en zijn goddelijk gezag laten gelden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DAAR WORDT NIET MEDE GEREKEND

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's