De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Alleen door het geloof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Alleen door het geloof

6 minuten leestijd

Och, dat Ismaël leve voor Uw aangezicht. Genesis 17 vs. 18Werp de dienstmaagd uit met haar zoon. Galaten 4 vs. 30.

Er is geen moeilijker zaak dan : geloven. Immers, hetgeen ik moet geloven is menigmaal in lijnrechte tegenspraak met mijn verstand en met de werkelijkheid.

Mijn geloof zegt: God 'bestaat. Mijn verstand zegt : Als God werkelijk bestaat, waarom gebeuren er dan dingen die in lijnrechte strijd zijn met het Wezen van God ?

Het geloof is eigenlijk iets belachelijks. Want geloven dat is je vastklemmen aan iets, wat je niet ziet.

Het ongeloof zegt dan ook : onzin ! oudwijfse fabels ; het is al maar wissels trekken op de eeuwigheid.

Geef mij maar een goeie boterham, dan weet ik tenminste wat ik heb. En alles wat er voor het geloof beloofd wordt, moet je maar afwachten.

Deze redenering vinden we ook zo duidelijk in het geloofsleven van Abraham. God heeft aan Abraham en Sara een kind beloofd, waaruit straks een groot volk zal groeien en waaruit in de toekomst de Messias geboren zal worden.

En zij beiden geloofden de beloften Gods onvoorwaardelijk. Tenminste : de eerste tijd. Maar als de vervuiling op zich laat wachten en zij oud geworden zijn, dan beginnen ze te twijfelen. Sara is onvruchtbaar. En hoe zal een onvruchtbare ooit een kind kunnen geven ! De kans dat de beloften Gods letterlijk vervuld zullen worden, Is verkeken.

Maar de ongelovige mens is vindingrijk. Hij zal God eens een handje helpen, dat het tóch voor elkaar komt, zij het dan ook op een andere manier.

Sara heeft een dienstmaagd, Hagar.

Met haar zal Abraham huwen. Het kind dat uit dat huwelijk zal voortkomen zal (naar de zede van die tijd) de erfgenaam van Abraham en Sara zijn. Zo zullen Gods beloften toch nog prachtig worden vervuld!

Hun toeleg gelukt. Ismaël wordt geboren. Het is wel niet hun natuurlijk, door God beloofde kind, maar beter iets in handen te hebben, dan je jaren lang in het geloof worstelend vast te klemmen aan de beloften Gods, waar­ van mijn verstand zegt dat ze toch nooit vervuld kunnen en zullen worden.

Ismaël is nu 13 jaar oud geworden. 13 Jaar lang hebben Abraham en Sara dit kind gezien en vertroeteld als de vervulling van Gods beloften.

En dan komt de Heere Zijn belofte herinneren. Neen, Abraham, Ismaël is het niet. Sara zal u een zoon geven. Dat heb Ik u toch beloofd!

Waarom twijfelt ge dan ?

Dit is een klap in Abrahams gezicht. Moet hij dan loslaten waar hij zich zo hartstochtelijk aan heeft vastgeklemd ? En moet hij opnieuw gaan bouwen op een belofte waarvan de vervulling toch hopeloos is ? Dat kan hij niet. Daar ziet hij geen kans toe. Daarom bidt hij : Och, Heere, dat Ismaël toch leve voor Uw aangezicht. M.a.w. laten we over Izaak maar niet meer praten, laten we maar tevreden zijn met Ismaël, de zoon van de dienstmaagd.

Wat zijn er ook vandaag nog velen die dit gebed van Abraham bidden en die zich in hun geestelijke worstelingen vastklemmen aan hun Ismaël, het resultaat van hun eigen handen, de werken der wet.

God de Heere heeft hun wel de beloften gegeven, maar ze zien er zo weinig van. Ze willen resultaten zien. Ze willen zekerheid hebben dat ze werkelijk een kind van God zijn en dat al hun zonden vergeven zijn.

Heere, geef mij toch eens zekerheid !

Wel, zegt de Heere, die rechtvaardigheid en die volmaaktheid van het kindschap Gods hebt ge. Maar ge hebt die voorlopig in de belofte, straks in werkelijkheid. Want ge moet in hope zalig worden. En een hoop die gezien wordt, is geen hoop. Die zekerheid hebt ge: maar dan in het geloof. Wie gelooft, die heeft het!

Ja, zegt de mens, altijd maar straks ; altijd maar geloven. Maar ik wil het nu in handen hebben. Ik wil het zien.

En dan gaat die mens met Abraham en Sara overleggen en berekenen. Als ik dit eens ga doen en als ik het zó eens probeer.

Hij gaat heilig leven. Hij wordt een braaf mens. Die zonde moet weg uit zijn leven en dat moet anders worden. Hij gaat zoeken naar bevindingen en kenmerken en gestalten van het kindschap Gods. En het resultaat is, dat hij op een gegeven ogenblik gaat uitroepen : Ja, nu ben ik er ! Op grond van alles wat ik doe en bezit mag ik concluderen dat ik een kind van God ben. Zo wordt , , Ismaël" geboren. Gods beloften zijn vervuld !

Wat is die Ismaël toch een flinke jongen ! Ja, we zijn tevreden over het werk onzer handen.

Och Heere, dat Ismaël leve voor Uw aangezicht.

En weet ge, wat God nu voor een antwoord geeft op dat gebed? Neen, mens, je moet Ismaël, het werk van uw handen loslaten, want Sara zal u een zoon geven. U moet leven uit het geloof in het werk van Mijn Goddelijke handen.

Dat is het, wat Paulus zegt in Galaten 4 VS. 30 : Drijf de zoon van de slavin uit. Want de zoon van de slavin zal geenszins erven met de zoon van de vrije.

Ismaël is naar het vlees verwekt, dat wil zeggen uit menselijke overwegingen van ongeloof, twijfel, werkheiligheid en eigen gerechtigheid. Hij is maar surrogaat, namaak. Het zijn de werken der wet en die zijn als grond van de zaligheid verdoemd !

Izaak is niet op natuurlijke wijze verwekt en geboren. Abraham en Sara waren toch beide onvruchtbaar. Izaak is vmcht van genade. Hij kan alleen maar in het geloof geboren worden.

Nu zegt de apostel Paulus, dat de zoon van de slavin nooit tegelijk kan erven met de zoon van de vrije.

De werken der wet, de vruchten van onze werkzaamheid, hebben in der eeuwigheid geen toekomst. De Heere is alleen tevreden met Zijn eigen werk, met Izaak, die Hij beloofd heeft.

En inplaats van de naam Izaak, kan ik ook zetten de naam Christus. Hij is toch de van God Beloofde. Door het geloof in Hem alleen zijn we kinderen en erfgenamen Gods.

Daarom zegt de Heere: Werp uweigen gerechtigheid er uit en waag het alleen met Christus.

Neen, wij weten het allen, 't is geen gemakkelijke zaak om in geloof op de belofte te leven. De naam Izaak houdt verband me, t het woordje „lachen". Het vasthouden aan en leven uit de beloften Gods schijnt een belachelijke zaak te zijn in deze wereld.

Het is ook vaak een pijnlijke zaak voor 't vlees, Ismaël, het mijne, moet sterven, opdat Christus leve.

De reis naar Kanaan is een pelgrimsreis. Want het is reizen in geloof. Het is "een wandelen door geloof en niet door aanschouwen". Het is een leven op hoop tegen hoop.

De duivel en mijn hart zeggen : je komt er nooit! Het geloof zegt : Je komt er wèl, want God heeft het toch beloofd !

De duivel en mijn vlees zeggen : Jij bent geen kind van God, want jij hebt niets, jij bent een onvruchtbare.

Het geloof zegt : Ik ben er tóch desondanks één van, want de Schrift zegt: , , Verheugt u, gij onvruchtbare, die niet baart; breek uit en roep, gij die geen weeën kent. Want de kinderen der eenzamen zijn meer dan van haar, die een man heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Alleen door het geloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's