De tijdstem
I.
Wanneer de aarde zal zijn voorbijgegaan, verterend in der elementen brand, om de vloek Gods, waarmee zij is belaan, en Gij een nieuwe schepping brengt tot stand.
Dan-zal de wereld, schoner dan voorheen het Paradijs, een oord der vreugden zijn ; Geen dood, geen rouw, geen moeite noch geween ; geen zonde meer — en dies geen zondepijn.
Maar heerlijk schittert — in herboren staat — gelijk een bruid in kostelijk sieraad, Jeruzalem, dat nederdaalt van Boven. Dan zal God — Zelf weer bij Zijn kind'ren wonen. Zijn milde gunst hun eeuwiglijk betonen, en heerlijk zijn in allen, die geloven.
II
En in de schokkende gebeurtenissen, die ons ontroeren, waar de volk'renzee al sterker deinen gaat, en géén kan gissen, wat morgen zal geschiên, — nu 't éne wee nauw'lijks verdween, of weer een ander komt, • beluistert Uw gemeente Uw sterkend woord, Uw Koningswoord, dat alle klacht verstomt :
„Weet-.Gij het niet, hebt gij het niet gehoord : „Ik, d' eeuw'ge Schepper, word noch moe, noch mat. „Mijn godd'lijk denken kunt gij niet doorgronden. „Haast zinkt de wereld weg in eigen zonden.... „Ook gij. Mijn volk, deelt in de nood der tijden ; „maar moogt u in uw smarten nog verblijden: „Ik heb u gans vrijwillig liefgehad".
Meppel, October.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's