Kroniek
Ik ben ook zelf een mens. — In een nabeschouwing over 't mandement van de bisschoppen in De Hervormde Kerk van 16 October, brengt ds. Moulijn van Leeuwarden, de, toon ter sprake, waarop de roomse gelovigen worden toegesproken. , , Het heeft ons diep verontrust dat men onze stem — op zo waardige wijze en op zo indrukwekkend moment geuit — hier en daar niet heeft verstaan" ; dit haalt hij uit het mandement aan. Tegenover dr. Bronkhorst, die zich verbaasd afvroeg hoe een zinnig mens nu zoiets van zichzelf kan schrijven, wijst hij er op, dat hierin voor een rooms-katholiek niets aanmatigends zit, omdat dergelijke uitdrukkingen voor hem passen bij het goddelijk gezag, waarmee hij de bisschoppen via Christus en Petrus bekleed acht.
Ds. Moulijn stelt daarnaast de houding van Petrus tegenover Cornelius, die voor hem op de knieën viel en wien hij toevoegde : Sta op, ik ben ze, lf ook een mens. (Hand. 10 vs. 26).
Niet alles op één kaart. — In het nummer van In de Waagschaal van 16 October komt een beschouwing voor over het richtingsgesprek. De heer Van Altena ziet dit langzamerhand op dood spoor geraken, omdat men geen rekening houdt met psychologische factoren en karakterinvloeden. Hij is namelijk van oordeel dat de bestaande verschillen tussen richtingen of kerken in hoofdzaak worden bepaald door verschillen in psyche (zielsgesteldheid) en karakter. Omdat men een zus-of-zó karakter heeft, daarom komt men bij déze of die richting of kerk uit en voelt men zich daarbij het beste thuis.
Deze redeneertrant komt meer voor. Men wil soms nieuw geopperde veronderstellingen schuiven onder alles wat tot dan toe onbegrepen bleef. Dikwijls blijkt later, dat ze niet houdbaar zijn en losgelaten of gewijzigd moeten worden. Niettemin pogen meerderen bij het bedenken van een nieuwe hypothese dapper van voren af aan, vanuit het éne gezichtspunt alles te verklaren.
Wel of geen karakterkwestie ? — Dit neemt niet weg, dat in de gedachtengang van de heer Van Altena wel een en ander is, wat aandacht verdient. Bij het gesprek tussen de gesepareerde kerken onderling, waarbij soms moeilijk is te begrijpen waarom men niet bij elkaar zou kunnen komen — wij kunnen met name denken aan de christelijk-gereformeerden tegenover gereformeerd-synodaal en gereformeerd-art. 31 —, hoort men van woordvoerders herhaaldelijk dat samengaan wordt verhinderd door verschil in klimaat ; het. eigene zou moeten worden bewaard. Hier spelen de door de heer Van Altena genoemde motieven stellig een belangrijke rol.
Toch menen wij, dat bij een te sterk accent op deze motieven de verschillen te veel worden gerelativeerd. Zo blijft te weinig plaats over voor het ingrijpen Gods in een mensenleven, tegen, karakter- en psyche-weerstanden in. Dan worden onze gedachten, karaktereigenschappen, , , richtingsverworvenheden", gevangen geleid tot de gehoorzaamheid van Christus (2 Cor. 10 vs. 5) en komen we uit op Gods éne richting, in plaats van op onze, vele richtingen.
Om te weten wat dit concreet inhoudt menen wij, dat dit ingrijpen Gods in ons leven kan worden gezien tegen de achtergrond van Gods ingrijpen in het leven der Kerk. Onze aandacht wordt dan gericht op het geloofsleven dat daarbij openbaar kwam en dat, als objectieve gave Gods (Judas : 3), nooit verviel in introverte (op het innerlijk gerichte) of extroverte (naar buiten gerichte) eenzijdigheden die met karakterverschillen kunnen samenhangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's