Humor
De humor van de Bijbel in het Christelijk leven
Prof. Dr. J. Severyn
II
In het vorig nummer werd op het boek van Okke Jager gewezen, dat onder die titel is verschenen.
„Humor van de Bijbel", ja, daarvan kan worden gesproken en wij maken er geen bezwaar tegen, dat men daarover spreekt. Het kan ook zijn nut hebben kennis te nemen van de dingen, die ons daaromtrent worden gezegd.
Ons bezwaar ligt ergens anders. Wie dit boek ter hand neemt, mag verwachten, dat hem de humor van de Bijbel wordt voorgesteld, doch het is zelfs aanstotelijk voor het merendeel de humor van de schrijver en van anderen opgediend te krijgen.
Wat al te veel nadruk krijgen de woorden „in het Christelijk leven", zó zelfs, dat men in de verleiding zou komen om te onderstellen, dat de auteur wil spreken over de humor in het christelijk leven naar aanleiding van en over de Bijbel.
En dan weer vraagt men zich af, of het Christelijk leven bij zulk een humoristische interpretatie van de Bijbel, als hier soms geboden wordt, niet over de schreef gaat, ja, of dat nog wel Christelijk leven heten mag.
Wij wezen reeds op de bruiloftszaal (Matth. 22), doch dat is waarlijk niet het enigste. Hoofdstuk VII, onder de titel : , , Jezus geamuseerd" geeft alweer geen humor van de Bijbel, maar humor van Dorothy Sayers. Dergelijke , , grapjes" worden zeker niet gedekt door de opmerking, dat het „gearriveerde Christenen nog .altijd moeite kost om werkelijk consequent te geloven, dat het Woord vlees is geworden", (blz. 38). Christus komt ons ook niet nader, als wij ons voorstellingen maken omtrent omstandigheden en voorvallen in het leven van de Heere Jezus Christus als 'baby, zoals ons hier voorgesteld worden, van een schone slabbe, e.d.g.
Dat is geen humor van de Bijbel, maar humor van de mensen, die zulke dingen bedenken.
Het is geen bijbelse humor, als men Johannes wel eens tot Jacobus laat zeggen : , , Houd toch je mond".
Hoeveel verhoudingen van collegiale en vriendschappelijke omgang zijn er in het leven, waar men zulk een grofheid niet zou accepteren ? En denkt men nu heus de Bijbel dichter bij de mensen te brengen door die te hullen in zulk een sfeer van onbetamelijkheid, welke dan humor wordt genoemd?
Wie dergelijke, , humor" meent met de eerbied, de schuchterheid en de verwondering in ons geloofsleven tot een , , stijlvol" geheel te kunnen verbinden, houdt er toch een andere stijl op na dan welke men kan opmerken in het voorbeeld van Christus en de apostelen.
, , Wij zien alleen de vernedering plaatsvervangend, — over de plaatsvervanging in de verhoging denken wij niet na" — zo wil de schrijver zich verdedigen, alsof dit heus nog verantwoord ware ook.
, , Dat Jezus in de verhoging tóch Jezus blijft uit Nazareth", zegt de schrijver.
De apostel Paulus gaat de wereld door met de prediking, dat Jezus is de Christus. De humor schijnt er belang bij te hebben deze prediking om te keren. , , God oordeelt de wereld door een man, een timmerman", lezen wij op blz. 41.
Kan men zo van de verhoogde Christus, Wien alle macht is gegeven in de hemel en op de aarde, die komt om te oordelen de levenden en de doden, nog spreken ?
Is dat een dichter bij brengen van de Schrift ? of een distantie scheppen tot de ware Christus ?
Want niet, dat Jezus kwitanties schreef in de timmermanswinkel, zoals de schrijver ons verhaalt, of dat Hij kinderen op schoot nam en zich herhaaldelijk geamuseerd heeft, zoals hier wordt voorgesteld, brengt Hem dichter bij ons, maar zulke voorstellingen kunnen bevorderen, dat de distantie, welke daar tussen ons en de Zoon des mensen is, wordt weggedoezeld.
De uitlegkunde, welke hier gebezigd , is, wordt dan ook door de Schrift zelf duidelijk verworpen. Wij wijzen op Marcus 6. Daar wordt ons getekend, hoe de stadgenoten, die Hem als „timmerman" hebben gekend, aan hem werden geëigerd. (zie vs. 3). Dat is wel iets anders dan dichter bij brengen. „En Jezus zeide tot hen : „Een profeet is niet ongeëerd, dan in zijn vaderland en onder zijn magen, en in zijn huis", (vs. 4).
Wij weigeren dan ook toe te stemmen, dat humoristische voorstellingen als in dit boek worden gegeven, als humor van de Bijbel kunnen worden aangemerkt.
Zulk een soort van humor gaat voorbij aan de eigenlijke zin der heilsfeiten, welke in de vleeswording des Woords zijn gegeven.
Zo iets behoort thuis bij zeker modern probeersel van een kanseltaal, die zich onderscheidt door grofheden, welke in de gewone omgang worden vermeden, en zelfs degenen, terwille van wie zulk een stijl wordt verdedigd, buitenkerkelijken en van de godsdienst vervreemden, zijn daarvan niet gediend, ' omdat zij nog beseffen, dat zó het Woord niet bediend mag worden.
In het XVIde Hoofdstuk : „De Comedie der contrasten", tracht de schrijver getuigen te winnen voor zijn humor en laat hij enkele voorbeelden van humor passeren, die in het geheel niet met de Bijbel in verband staan. Dit schijnt alles inleiding te willen zijn op Bijbelse voorbeelden, welke hij onder de naam van humor en ironie komt voorstellen op de wijze van een impressario. , , God gebruikt de humor van de tegenstrijdigheden telkens in het leven van Elia : raven, die juist bekend zijn om hun gulzige vraatzucht brengen hem brood ; een hongerige weduwe wordt zijn gastvrouw ; een storm brengt hem voor eeuwig in de stilte", (blz. 83).
Hij vindt, dat „de lach van God klatert" in de geschiedenis van Jozef. En hij meent, dat wij ons , , gerust eens eerbiedig mogen afvragen : hoe heeft Hij dit toch allemaal zo kuimen bedenken ? " (blz. 84).
Hij stelt de intocht van Christus in Jeruzalem voor als een humoristische analogie van een Romeinse imperator, (blz. 87).
, , Als Farao Gods volk onderdrukt, laat God Farao's eigen dochter zorgen voor de opvoeding van Mozes". Een voorbeeld van de ironie der geschiedenis, (blz. 90).
Jeremia 2 haalt hij aan als een goed voorbeeld van een „soort van humor, waarbij de spotlichtjes in Gods ogen zich achter tranen versluieren". „Zo zegt de Heere : Wat voor onrecht hebben uw vaderen in Mij gevonden, dat zij zich ver van Mij verwijderd hebben ? " (vs. 5).
Wij bevelen dit boek niet aan en wij ontraden het lezen niet. Die het niet leest, bespaart zich ergernis, ondanks en ook vanwege de jolige stijl van de auteur. Menigeen, die het wèl leest, omdat hij van een grapje houdt, zal van deze soort humor toch niet gediend zijn.
Het blijft intussen een groot bezwaar tegen de opzet van dit boek, dat allerlei humor van de schrijver en van andere scribenten, meer en beter tot zijn recht komt dan, wat men met eerbied humor van de Bijbel zou kunnen noemen, en welke dan ook een eerbiediger behandeling en meer geestelijke ernst verdiende dan de hier geboden en vaak misplaatste geestigheidjes aan de dag leggen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's