De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

4 minuten leestijd

De verzoening. — Door alle tijden zijn de dingen, die in de Kerk volkomen zekerheid moesten hebben, aan bestrijding onderhevig geweest, zowel van buiten de Kerk als van binnen uit. Steeds is de Kerk genoodzaakt en geroepen geweest, te weren wat haar belijden weerspreekt. Hoe fundamenteler de dingen zijn, met des te meer volharding wordt getracht die fundamenten te ondergraven. Dat de Kerk die roeping ook nu moge verstaan, zo goed als in de perioden van krachtig geestelijk leven, zoals de Reformatie. Dan kan blijken, dat wat bedoeld was als ondermijning van de Kerk, door de Heere ten goede is gedacht, omdat de Kerk zonder die bestrijding wellicht zou zijn ingeslapen.

Een van de grondpijlers van Gods heilswerk die, als zo vaak, ook in deze tijd weer — in meerdere landen — in discussie is, is de verzoening door het lijden en sterven van onze Heere Jezus Christus. We zien de neiging, hierin het juridisch element te veronachtzamen. De rechtvaardigheid Gods, die onze ongerechtigheid niet kan verdragen en daarvoor genoegdoening eist, verdwijnt op de achtergrond. De nadruk valt meer op de nood van de mens, waarin Christus is ingekomen, dan op de schuld van de mens, die door Christus is geboet.

Modernisme. — Deze discussie over de verzoening is van veel belang voor de vraag, in hoeverre de rechts-vrijzinnigen of nieuw-modernen ten opzichte van vroeger (de oud-modernen) wezenlijk zijn veranderd.

Prof. Berkouwer schrijft hierover in het Gereformeerd Weekblad van de Gereformeerde Kerken van 15 October onder de titel : Levensgevoel en Vrijzinnigheid. Hij schrijft namelijk de verandering onder diegenen, die nu rechts-vrijzinnigen worden genoemd, toe aan de wijziging van het algemeen levensgevoel.

Bij de oud-modernen werd dit gekenmerkt door optimisme. Dp mens zou steeds beter worden, steeds verder komen, steeds hoger klimmen. De averechtse ervaringen van de laatste vijftig jaren brachten mee, dat de nieuwmodernen weer meer nadruk gingen leggen op de tragische elementen in het mens-zijn. De nood van de mens en van de zonde en de verschrikking daarvan kregen weer een plaats in het nieuw-moderne denken.

Prof. Berkouwer wijst er op, hoe de vrijzinnig-Lutherse prof. Mönnich heeft ontkend dat dit een verschuiving betekent naar rechts ; immers de Reformatie stelt de mens voor als een schuldig wezen, en niet als een tragisch wezen.

Men voelt hierin het verdwijnen van de gedachte aan een geschonden recht Gods.

Het gaat niet aan, aldus prof. B., om deze verschuiving van het levensgevoel van optimisme naar pessimisme een radicale breuk tussen oud- en nieuw-modern aan te nemen.

Is dat alles ? — Wij kunnen prof. B. de laatst aangehaalde opmerking geheel toestemmen. Deze wijziging van beschouwing en woordgebruik hangt wel samen met een gewijzigd levensgevoel, waarin zich wezenlijke veranderingen voltrokken ; echter is het onjuist, ze te willen zien tegen een achtergrond van bekering. Veeleer zal het een meer verfijnd ontvluchten daarvan betekenen.

Toch lijkt ons hier nog een ander aspect van belang. Immers de oud-moderne mensbeschouwing was optimistisch ; 't huidige levensgevoel gaf aanleiding tot een meer pessimistische beschouwing van de mens ; terwijl de Schrift de mens-op-zichzelf óók pessimistisch beoordeelt.

Hoeveel reserve tegenover de rechtsvrijzinnigen dus geboden blijft ; hoe ongemotiveerd het ook is, ze te willen , .annexeren" voor de orthodoxie, kan niet worden ontkend, dat door deze verandering in mensbeschouwing de nieuw-moderne mens, om het zo eens uit te drukken, meer in het schootsveld is gekomen van het evangelie, al is hij dan nog niet geraakt.

Voor de practische betekenis dat dit kan hebben, roepen we een uitspraak van dr. Jonker in de herinnering terug, waarin hij in het verband van een bespreking van doel en streven van de Gereformeerde Bond opmerkte, hoe juist de gereformeerde prediking, die een eerlijke plaats inruimt voor de persoonlijke verhouding van de mens tot God, dus juist de bevindelijke prediking, op dit moderne levensgevoel („de mens van nu, die worstelt met zijn eigen ik-zijn") kan aanspreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's