De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE LITURGIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE LITURGIE

10 minuten leestijd

Referaat gehouden op de ledenvergadering van de Gereformeerde Bond, op 28 April 1954 te Utrecht

Het kan. natuurlijk niet onze bedoeling zijn een volledige behandeling van dit onderwerp met al de problemen en vragen, die hiermee verband houden, te geven. Het gaat dan ook slechts om het maken van enkele opmerkingen in verband met de liturgie.

Wij willen dat doen :

1. in verband met het wezen van de liturgie ; 2. in verband met de plaats van de liturgie ; 3. in verband met de inhoud van de liturgie ;

terwijl we in de vierde plaats iets menen te moeten zeggen betreffende een gevaar, dat hier dreigt en waarvoor we menen te moeten waarschuwen.

I. Opmerkingen in verband met het wezen der liturgie. 

De strijd, die in de, laatste jaren in de pers en allerlei studies gevoerd wordt in verband met de liturgie, moet ongetwijfeld gezien worden als 'n principiële strijd. In haar staan immers twee elkaar noodzakelijk uitsluitende gedachtenwerelden tegenover elkaar.

Het Katholiserend protestantisme van de liturgische beweging moet beslist in botsing komen met de gedachtenwereld der reformatie, en de kinderen der reformatie zullen zich nooit kunnen vinden in de sfeer van de eerstgenoemde in dit opzicht ploegen op hope, gaan wij niet heen, maar blijven in de kerk, zolang als het maar enigszins mogelijk is.

Van afscheiding hebben wij trouwens geen verwachting en de vruchten, die daarvan gezien worden, zijn niet van die aard, dat zulks aanbeveling zou verdienen en tot navolging uitnodigen.

Veeleer betreuren wij het, dat er telkens weer gemakzuchtige en dweepzieke mensen zijn, die zichzelf en anderen diets maken, dat het Gods wil zou zijn, dat zij weglopen om allerlei oorzaak en een eigen kerkje gaan oprichten of helpen oprichten. Dezulken kunnen ook nog eenvoudige mensen, die God vrezen, misleiden en meetronen met hun vroom klinkende woorden.

De hervorming leert, hoe diep een kerk kan wegzinken en toch nog tot nieuwe openbaring komen. En zoals de Hervormers teruggrepen op de oude Christelijke kerk en haar belijdenis, zo geloven wij, dat ook de Hervormde Kerk, als zij waarlijk gaat reformeren, weer terug zal grijpen op de reformatie en haar belijdenis. Als dat gebeurt, komen ook de afgescheidene kerken op hun dwaling terug en zullen degenen, die een andere leer dan de Bijbelse begeren, althans in de kerk niet langer de plaats der legitieme belijders innemen beweging. Het gaat hier immers om twee verschillende opvattingen over , , de Kerk", die principieel tegenover elkaar staan. De ene opvatting sluit noodzakelijk de andere uit. Want het gaat eigenlijk nergens anders om dan om de oude vraag, of de Kerk het grote heilsinstituut is, waarin de sacramentele vereniging met God plaats vindt, dan wel of zij naar art. 27 van onze Geloofsbelijdenis is een heilige vergadering der ware Christgelovigen, allen hunne zaligheid verwachtende in Christus Jezus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest.

Met de eerste opvatting, n.l. dat de Kerk het heilsinstituut is, hangt weer samen een reeks van eigen gedachten aangaande het Woord Gods, de vleeswording des Woords, de genade en de sacramenten.

De genade wordt meer gezien als ingegoten qualiteiten, dan als de gunstrijke toewendlng van God tot de zondaar. De sacramenten worden de voertuigen, waarmee de genade, die bijna physisch gedacht wordt, wordt meegedeeld. Men nadert zeer dicht de roomse gedachte, dat de sacramenten ex opere operato werken (ex opere operato = uit het gewerkte werk) ; men wil hiermee tot uitdrukking brengen, dat de genade door de sacramenten toegevoerd wordt, zonder dat daarvoor iets in de gelovige in aanmerking komt. De genade moet dan verstaan worden in de roomse zin van de bovennatunrlijke gaven en qualiteiten. (Tegenover dit , , ex opere operato" staat het , , ex opere operantis" = uit het werk van de werkende).

Gods Woord, als het Woord van apostelen en profeten, wordt ver ten achter gesteld bij het vleesgeworden Woord, dat in het sacrament op sacramentele wijze tegenwoordig is. Dienovereenkomstig wordt met grote nadruk geleerd de voortgezette vleeswording des Woords. In de Kerk zou zich namelijk voltrekken door de eeuwen heen een voortgezette menswording van de Godszoon. Vandaar, dat het sacrament, inzonderheid het Heilig Avondmaal, als het middelpunt van de eredienst wordt gezien. De verkondiging der apostelen (en der profeten) en de neerslag van dit apostolisch (en profetisch) getuigenis in de woorden van de H. Schrift, zijn heenwijzing en toeleiding tot het sacrament, waarin Christus Zelf aanwezig is.

Met de opvatting, die de Ned. Geloofsbelijdenis in art. 27 heeft over de Kerk, hangt eveneens samen een reeks van eigen gedachten aangaande de genade, aangaande Woord en sacrament, gemeenschap met God, enz.

De genade is allereerst onverdiende gunst, vergeving der zonde. Deze wordt verkondigd in de bediening van Gods Woord en met de vruchten door Woord en Geest toegeëigend aan de harten in de weg des geloofs. Het Woord staat m het middelpunt. Het sacrament kleeft aan het Woord als teken en zegel. In de eredienst gaat het niet om de éénwording van God en mens, maar om het wonder der ontmoeting van God en Zijn Gemeente.

Wij moeten nalaten om over dit alles verder uit te weiden. Doch we hebben even een hele boel dingen overhoop gehaald om te laten zien, dat het één met het ander verband houdt en het één noodzakelijk vastzit aan het ander. Daarom gaat het bij allerlei handelingen in de samenkomst der gemeente maar niet om zaken, die niet waard zijn dat men er zich druk om maakt, doch die wel degelijk samenhangen met een bepaalde principiële achtergrond.

We moeten dan ook, als we ons bezig houden met de liturgie, d.i. 't geheel der handelingen, die bij de openbare eredienst naar orde en vastgestelde regel moeten plaats vinden, daarmee wel degelijk rekening houden. De liturgie kan worden verstaan als hebbende 'n sacrificiëel karakter. Maar onder dit woord kan ook worden verstaan het geheel der handelingen, die daartoe strekken, dat in het huisgezin Gods bij de publieke ontmoeting van God en Zijn Gemeente alles met orde en zinvol geschiede. Beide beschouwingen komen echter op uit principieel van elkander verschillende achtergronden.

Tegen de eerste beschouwing, dat de liturgie een sacrificiëel karakter zou hebben, is de hervorming, inzonderheid het gereformeerd protestantisme, met kracht opgetreden, en dient ieder, die zich zoon of dochter der reformatie wil noemen, ook heden de stem te verheffen.

Wij hebben te bedenken, dat hier het reformatorisch grondbeginsel in het geding is, n.l. de leer van de rechtvaardiging van de goddeloze, de leer aangaande het Woord Gods en de leer aangaande het geloof en de Kerk.

Daarom is het dan ook zo zeer te betreuren, dat in onze Kerk, ook al heeft de Synode zich ten opzichte van het Hilversumse Convent afwijzend uitgesproken, toch zo'n halfslachtige houding blijft aangenomen. Ook hier wordt weer, zoals in alles, niet principieel veroordeeld en verworpen. Toch moet goed begrepen worden, dat hiermee het principe der reformatie in wezen verloochend wordt. Er is geen combinatie van beide standpunten mogelijk. De ene visie sluit noodzakelijk de andere uit. Evenmin als er van Geneve, een weg is naar Rome, is er een weg van Geneve naar Byzantium.

Wil men spreken van de liturgie als priesterlijke dienst en bediening, dan was daarvoor zeker plaats in de Oud- Testamentische bedeling, aangezien in de dienst van de priester aan het altaar in de tabernakel of tempel afgeschaduwd werd de bediening van Christus, die komen zou.

Nu heeft echter op aarde dit alles een einde gevonden. Want de grote Liturg is ingegaan met Zijn bloed in het hemelse heiligdom. Hij is de Liturg des heiligdoms, zegt de Hebreënbrief (8 : 2) en uit deze liturgie, der hemelse bediening wordt Gods gemeente gezegend in de Heilige Geest, Die door middel van het Evangelie het geloof werkt en door middel van hetzelfde Evangelie en het sacrament het versterkt.

In dat geloof ontmoet de Gemeente in Christus God als haar God, tot Wie zij naderen mag in belijdenis, dankzegging, bede en lof.

Geen sacramentele ineenvloeiing met haar God stempelt haar leven, maar de zalige ontmoeting en het gezegend verkeer met haar God als genadig God en het smaken Zijner zegeningen in Christus in het geloof. Het gaat derhalve enkel en alleen om geloofsgemeenschap.

Het geheel der handelingen, die naar orde in de publieke samenkomst der gemeente moeten plaats hebben, — dus de Liturgie — kan en mag nergens anders toe dienen derhalve dan dat zij de weg open houde voor en uitdrukking geve aan deze ontmoeting van God met Zijn volk.

Daarom is er altijd van tweeërlei handeling sprake : één van de zijde Gods en één van de zijde van het volk. Van de zijde Gods bestaat de handeling in liet brengen van Zijn Woord, van het sacrament, dat kleeft aan het Woord, en van de zegen. Van de zijde van het volk bestaat de handeling in het toebrengen aan zijn God van belijdenis, lofzegging en dank, en in het opzenden van zijn gebeden.

Hierbij neemt het Woord en dus de prediking van het Woord de alles overwegende plaats in. Het , , Hoor Israël" beheerst geheel de ontmoeting Gods met Zijn volk. En van de zijde der gemeente derhalve het horen naar wat God haar te zeggen heeft. Daaraan ileeft de bediening van het sacrament tot betekening en verzegeling van het Evangelie. En daarom heen liggen geordend de toebrenging van belijdenis •en lofzegging, en het uitstorten van de gebeden voor Gods aangezicht. Gods genade wordt door Woord en Geest gepredikt en toegeëigend, waarop de 'Gemeente antwoordt.

We moeten hierbij wel bedenken, dat we de Gemeente in dit verband hebben te zien naar haar kern en wezen, n.l. als de levende Gemeente Gods, het ware volk Gods. Wie dat uit het oog zou verliezen, weet met de liturgie, ook in de goede zin van het woord, geen weg meer.

Üit het bovenstaande moge duidelijk zijn geworden, dat naar Schrift en belijdenis de liturgie voor ons nooit iets anders mag zijn dan de orde, die er in het huisgezin Gods, inzonderheid dan in de publieke samenkomst, behoort te zijn. Deze orde heeft ongetwijfeld in alles zinvol te zijn, maar moet volkomen dienstmaagd blijven. Zij doet niet anders dan de ontmoeting van God en Zijn volk dienen.

Zo spoedig onder de liturgie een weg verstaan wordt tot bemiddeling van de genade, dus een heilsmiddel, waardoor de genade ons als door een kanaal wordt toegevoerd, weet men in Geneve de weg niet meer, maar is men meer thuis in Rome of Byzantium.

Intussen brengt deze reformatorische visie op de liturgie natuurlijk niet minder met zich mee de eis, dat we ons terdege hebben te bezinnen op de handelingen, die plaats vinden in de openbare samenkomsten der gemeente. Zij hebben immers zinvol te zijn in het licht van de ontmoeting van God met Zijn volk. In dit opzicht is er zeker voor ons nog wel wat te doen. Om maar een voorbeeld te noemen : het is de vraag of het uitbreiden der handen bij de groet na het votum zinvol is. En zo zijn er meer handelingen, die zeker aan een critische beschouwing zijn te onderwerpen.

Wij hebben getracht duidelijk te maken, dat we bij onze liturgische handelingen altijd ons hebben af te vragen, of ze zinvol zijn in verband met het gebeuren van de ontmoeting Gods met Zijn volk. En dan dat volk gezien naar zijn kern en wezen, als de vergadering der ware gelovigen, allen hunne zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest. Daarom ook hebben we, als vernieuwing der liturgie wordt aangeprezen en voorgesteld, wel naarstig te onderzoeken of ze van Geneve komt, dan wel van Byzantium of Rome. Want dat maakt principieel verschil uit. Bij allerlei pogingen tot vernieuwing in onze, dag is ongetwijfeld de reformatie zelf in het geding.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE LITURGIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's