Wie zal bestaan ?
Wie zal bestaan in Uw gericht Wie siddert niet, wanneer het licht Der heiligheden hem verschrikt ? Ware in Uw borggerechtigheid, o Christus, mij geen heil bereid, geen hoop had immer mij verkwikt.
Wie zal bestaan voor Uw gericht — Geen uchtend immer mij verlicht, dat mijne ziel, van zonden vrij, Voor Uwe rechterstoel kan treên. Ik zie mijn schuld omhoog, beneên, — ja, als een stroom bedekt ze mij.
Wie zal bestaan voor Uw gericht ? Ik Heer, zo Gij mijn oog maar richt op het Lam Gods, aan 't schand'lijk hout. Gij, Die den Reine schuldig hield, voor mij geen schuld meer overhieldt: Geen bange vrees mij meer benauwt.
Wie zal bestaan voor Uw gericht ? Een iegelijk toch, die bij 't gezicht op eigen zonden, vele en snood, er wenend vliedt naar Golgotha, er pleiten leert op Uw gena, op Uw ontferming, vrij en groot!
Die zal bestaan in 't groot gericht, wanneer de goddeloze zwicht voor Uwe gramschap, heilig God I En in de plaats der duisternis en eeuwige gevangenis beklagen zal zijn bitter lot.
Die zal bestaan in 't groot-gericht, omdat zijn Redder-Zelf hem richt. Hem wacht de vreugd van 't Paradijs, alwaar Zijn Goël dag en nacht, lof en aanbidding wordt gebracht Och, dat ik eenmaal daar U prijz' I
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's