DE KANSEL OP ZIJ
Prof. Dr J. Severijn
Eén onzer lezers heeft bezwaar tegen een streven, dat zich in sommige kringen voordoet, om een tafel blijvend in het midden der gemeente te plaatsen, terwijl de kansel op zij wordt gezet.
Wij zijn het trouwens met deze broeder eens, en vinden dit een teken des tijds, dat uiting geeft aan een geest, die achter de reformatie van de zestiende eeuw schijnt terug te willen gaan.
Indien deze dingen niet zulk een achtergrond hadden, zou men kunnen zeggen, dat het er weinig toe doet, of de kansel vóór, in het midden, of ter zijde wordt neergezet, als het Woord maar zuiver wordt bediend. Dan moest men de plaats kiezen, die het beste uitkomt voor het spreken en horen. Er zijn trouwens nog wel protestantse kerken, waarin de kansel naar de vorm van het gebouw beoordeeld aan de zijde staat. Men heeft die daar in de reformatie wellicht laten staan, omdat het voor de prediking en het gehoor het beste werd geoordeeld. In zulke kerken heeft de reformatie volstaan, met de altaren te verwijderen.
Maar in de regel werd de kansel, die in de Roomse kerken aan de zijkant is geplaatst, terwijl het hoogaltaar in het koor de overheersende plaats inneemt, in het midden der gemeente op een centraal dominerende plaats gezet.
Het altaar verdween. De avondmaalstafel was immers in de loop der eeuwen tot een altaar geworden, wijl het Avondmaal was ontaard in een voortdurend offer.
Hoewel de Lutheranen niet zo radicaal hebben gehandeld en aan de tafel gewoonlijk een plaats in de kerk hebben gegeven, is het dus zeer begrijpelijk, dat de Gereformeerden geen behoefte hebben gehad om in de plaats van het uitgeworpen altaar een tafel in het midden der gemeente te plaatsen. Dit heeft nog wat meer betekenis, omdat juist van gereformeerde zijde de begeerte werd uitgesproken, om veelvuldiger Avondmaal te vieren dan men in de practijk van het gereformeerd kerkelijk leven gewoon is.
Immers, indien het b.v. gebruik ware geworden om wekelijks na de Zondagmorgenprediking het Avondmaal te houden, zou de Avondmaalstafel wellicht een blijvende plaats in de kerk hebben verkregen, maar dan als tafel — en niet als altaar — en derhalve toegericht met de broodschalen en bekers.
De reformatoren hebben de Roomse mis afgeschaft en het H. Avondmaal in ere hersteld. Vandaar, dat de altaren uit de kerken verdwenen.
Zij hebben de Heilige Schrift, als Gods Woord ontvangen, beleden en geëerd, omdat zij de wederbarende kracht des Woords hadden ervaren. Zij hebben verstaan, dat de gemeente uit het Woord wordt geboren en bij het Woord leeft.
Aangezien zij alleen bij het Woord begeerden te leven en door het Woord wilden onderricht worden, hebben zij ook het Heilig Avondmaal wederom overeenkomstig de instelling in het gebruik der gemeente hersteld.
Daarmede is de gemeente dus ook wedergekeerd tot de kennis van het Heilig Avondmaal, tot het verstaan van de zin en het gebruik daarvan om versterkt te worden in het geloof.
Dat wil dus zeggen, dat het Woord zijn dominerende plaats verkreeg en behield en dat de bediening der sacramenten viel binnen het kader van de Dienst des Woords.
Geen Dienst des Woords en daarnaast ook nog dienst der sacramenten, als waren deze twee gescheiden. Neen, de bediening der sacramenten is een deel van de Dienst des Woords. De prediking is het hoofddeel en tot de Dienst des Woords behoort verder de bediening der sacramenten.
Het bevel van de Koning der kerk gebiedt in de eerste plaats : , , predik het Evangelie" (Matth. 28 : 19). Eerst de prediking des Woords. Dan volgt het sacrament, de bediening van de Heilige Doop, terwijl in dit bevel het Heilig Avondmaal zelfs niet genoemd wordt.
Dat is geen grond om het Heilig Avondmaal maar te veronachtzamen, want de Heere heeft evenzeer bevolen dit tot Zijn nagedachtenis te gebruiken. (Lukas 22 : 14). Maar het betekent wel, dat de prediking vóórgaat. De prediking is het eerst nodige tot vergadering der gemeente en tot onderrichting in de kennisse Gods, tot opwekking des geloofs en onderhouding daarvan. Dan komt het sacrament, als een zichtbare prediking, let wel ook prediking, tot versterking van ons geloof.
Zo omvat derhalve de Dienst des Woords zowel de prediking als de bediening der sacramenten en ook de geestelijke verzorging.
Het kan duidelijk zijn, dat de Heilige Schrift en derhalve de Dienst des Woords de centrale en alles beheersende plaats moet hebben in het midden der gemeente.
De plaats van de kansel met de , , opengeslagen Bijbel" in het midden der gemeente kan dan ook met recht zinvol heten en uitdrukking van een sprekende symboliek, een reformatorisch getuigenis.
De „opengeslagen" Bijbel wijst daarbij niet alleen op de prediking, maar ook op het feit, dat de Heilige Schrift open ligt voor allen en dat niet alleen de geestelijke, als ware hij een heilige man in onderscheiding van het gewone volk het voorrecht zou hebben de Schrift te lezen en te onderzoeken.
Wie nu de kansel op zij dringt en hem uit het centrum verplaatst wil hebben naar de zijkant, en dat wel opzettelijk, moet van het reformatorisch geloof toch bitter weinig verstaan of het daarmede niet eens zijn.
Want hij doet dat niet uit practische overwegingen b.v. omdat zulk een plaats ten goede zou komen aan het verstaan worden van de prediker. Neen, hij wil de kansel aan de kant zetten, omdat hij de gemeente wil vergaderd hebben niet om het Woord, maar rondom het Avondmaal.
Achter deze wens schuilt een waardering van het sacrament, die door de reformatoren niet gedeeld zou worden en welke ook niet overeenkomt met het Schriftuurlijk geloof in de Christus.
Die zulke dingen voorstaan neigen er toe aan het sacrament meer toe te schrijven dan een „teken en zegel" te zijn. Zij verbinden aan het sacrament de genade Gods. Zij maken van het sacrament een middel, dat de genade draagt en overdraagt.
Het sacrament wordt een middel om de genade mede te delen. De Lutheranen zijn reeds sedert lang die richting ingegaan. Zij hebben van de kerk een heilsinstituut, een ziekenhuis, gemaakt en het gebruik van de sacramenten aan de leer der praedestinatie gekoppeld. De praedestinatie zou worden uitgewerkt in en door het gebruik der sacramenten.
't Blijkt telkens weer, dat de Lutheraanse theologie in ons land veroveringen maakt op het Gereformeerd protestantisme en het is waarlijk niet ten onrechte, wat ik eens uit de mond van een eenvoudig gemeentelid hoorde, n.l. dat wij via het Lutheranisme bezig zijn te verroomsen.
In ieder geval is de bovengenoemde voorkeur voor een tafel in de gemeente symptoom. Nog een stapje verder en de tafel wordt een altaar. Begint men niet reeds met de gaven ter Christelijke handreiking verzameld, op de tafel te brengen ?
Omdat er zulke gedachten achter liggen, ondervinden dergelijke „nieuwigheden", die intussen zeer oud zijn, bezwaar en weerstand bij degenen, die begeren te waken over de zuiverhouding van de Dienst des Woords.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's