De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE LITURGIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE LITURGIE

10 minuten leestijd

Referaat gehouden op de ledenvergadering van de Gereformeerde Bond, op 28 April 1954 te Utrecht (II)

II. Opmerkingen in verband met de plaats der liturgie.

Overeenkomstig hetgeen we hebben opgemerkt betreffende het wezen van de liturgie, wijzen we de liturgie een aan de prediking ondergeschikte plaats toe. We zeggen het met opzet zó, om te doen uitkomen dat we, de prediking in geen geval mogen zien als een onderdeel van de liturgie. Het is niet zó, dat de preek zich moet richten naar het geheel van de liturgie als zijnde een element van haar. Juist het tegenovergestelde moet geschieden : de liturgie heeft zich te richten naar de preek. Zij biedt namelijk de zinvolle plaats, omgeving en verhoudingen, waarin de levende verkondiging van Gods Woord functionneert. Bij het schilderstuk behoort de passende lijst, doch het gaat per slot om het schilderstuk. Hoewel de omlijsting zeer zeker ook haar zin heeft. Zo is het ook in de publieke samenkomst der gemeente, waarin de openbare ontmoeting tussen haar en haar God plaats vindt. Zeker komen we daar maar niet alleen om naar de preek te horen. We zijn daar ook om de Heere aan te roepen, om Hem te belijden en Hem te loven. Maar wij komen daar wel allereerst om in de ontmoeting met onze, God Zijn Woord te horen. Wij ondergaan daar niet een sacramentele bediening, waarvan de predikatie een onderdeel is, maar het gaat om het horen naar de levende God in Zijn Woord. Dat staat voorop en is het alles-beheersende. Daarom mag in geen geval gesproken worden van het sacramentele van de prediking, zoals Lekkerkerker opmerkt. (De Reformatie in de crisis, blz. 21, 22, 38, 41).

De Kerk kent immers de sprekende God. Dat is het, wat de reformatie a.h.w. weer heeft herontdekt. God openbaart Zich in, Zijn Woord, sprak tot Israël, de profeten en de apostelen en spreekt door hen tot de Kerk van alle eeuwen. Daarom gaat het dan ook om horen, niet om zien. De eredienst ligt derhalve in de sfeer van de synagoge, niet in die van de bioscoop.

Daarheen wijzen ons ook onze belijdenisgeschriften en formulieren. In art. 25 van de Ned. Geloofsbelijdenis lezen we, dat de ceremoniën der Wet hebben opgehouden met de komst van Christus. Zondag 38 van onze Catechismus spreekt over de kerkedienst óf het predikambt en stelt daarmee deze beide dus gelijk. Verder ziet hij de vervulling van het sabbathsgebod allereerst daarin, dat we, op de rustdag tot de gemeente Gods komen om Gods Woord te horen. Zondag 35 zegt, dat wij niet wijzer moeten zijn dan God, Die Zijn christenen niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging Zijns Woords wil onderwezen hebben. In het formulier tot bevestiging van de dienaren des Woords lezen we : Nu is de weide, waarmede deze schapen geweid worden, niet anders dan de verkondiging des Goddelijken Woords, met de aanklevende bediening der gebeden en der Heilige Sacramenten.

Het boven vermelde is genoeg om te laten zien, dat naar gereformeerd begrip alle liturgische vormen en handelingen beslist ondergeschikt moeten zijn aan en gericht op de bediening van Gods Woord, welke de allesbeheersende plaats dient in te nemen in de openbare samenkomst der gemeente. Nimmer mag enig liturgisch handelen of spreken deze plaats ook maar enigszins aantasten of inperken. Het lied, het gebed, het nagebed, de zegen, ze liggen heengericht naar de bediening des Woords met de aanklevende bediening der sacramenten, of ze, ontvangen daaruit hun vorm en inhoud.

Deze ondergeschikte plaats, die aan de liturgie moet worden toegewezen, is de oorzaak van haar soberheid. Een soberheid overigens, die ten opzichte Van het visuele heel het reformatorisch leven kenmerkt tot in de kerkbouw en kerkversiering toe. Lekkerkerker herinnert er in zijn reeds genoemd boek aan, dat Ursinus als enige versiering der kerk ziet de zuivere leer, het wettig gebruik der sacramenten en de ware aanroeping en dienst van God, overeenkomende met Zijn Woord. (blz. 31). Wij, kinderen der reformatie, kennen, zal het wèl zijn, de weelde van het horen van het overvloedige Woord Gods.

Daarom hebben we nergens zó bang voor te zijn als voor een zogenaamde bezinning op de liturgie, die zou uitlopen op een overwoekering van de prediking door de liturgie. We spreken van een , , zogenaamde" bezinning, omdat er vanzelf ook een andere — een rechtmatige en vereiste bezinning is; Maar zo gemakkelijk bedreigt ons in deze tijden, waarin alles liturgie is wat de klok slaat en de persoonlijke verhouding van de mens tot God en omgekeerd zo gemakkelijk op de achtergrond gedrongen wordt, terwijl de massa en het massale het moeten doen en ook imponeren, het gevaar, dat ook wij, inzonderheid onze jongeren, menen in aan- en opvulling van onze, liturgie met vaste formules en handelingen inderdaad een vrucht te openbaren van bezinning, terwijl we toch in werkelijkheid slechts geïnfecteerd worden door het liturgisme dezer eeuw.

Ongetwijfeld blijft daarom grote soberheid in de liturgie naast de levende bediening des Woords, welke het grootste sieraad is van de gereformeerde kerkedienst, een dringende eis. Doch deze soberheid mag geenszins ontaarden in slordigheid. En het is helaas een feit, dat het onderscheid tussen deze beide niet altijd even goed is aangevoeld. Er is onder ons een tijdlang nauwelijks bezinning geweest op onze liturgische handelingen. De pas in het ambt bevestigde jonge dominé nam eenvoudig de orde van dienst over, die hij van kinds af van onder de kansel had waargenomen, 't Behoort derhalve een soberheid te zijn, waarbij elke formule en daad waarlijk verantwoord, zuiver en zinvol is, al is het maar het sluiten van de kanseldeur, nadat de kansel beklommen is en het open laten van haar, als de predikant van de kansel daalt.

De soberheid van de gereformeerde kerkedienst is zijn ere, omdat zijn zwaartepunt gevonden wordt in de bediening des Woords. Lekkerkerker spreekt niet onaardig van de evange­lische armoede als kenmerk van deze, orde van dienst (a.w. blz. 42).

In dit verband mag misschien ook de vinger even waarschuwend worden opgeheven met het oog op bepaalde wijdingsdiensten. Men hoort b.v. voor de Kerstdagen nog wel eens in sommige gemeenten spreken over de Kerstwijdingsdienst, die gehouden is. Wees nu niet te vlug met verwijten, als hiertegen bezwaar wordt ingebracht. Zij behoeven niet maar hun oorzaak te vinden in traditionalisme, want het kan hier nog spreekt, ook al weet men het ook reformatorisch bewustzijn zijn, dat niet zuiver onder woorden te brengen. Zeker, men vult deze wijdingsdiensten soberder, dan dat wel elders geschiedt, doch hier liggen toch allerlei voetangels en klemmen. Wordt hier de bediening des Woords als het centrale gehandhaafd ? — Over de naam zullen we nu maar niet spreken. Die is natuurlijk er geheel naast. Wat moet er gewijd worden ? En waarmee ? Met wijwater en wijkwast ? — Roomse allures dreigen hier langs een achterdeurtje de kerk binnen te sluipen.

Men werpe zich toch niet op allerlei nieuwe vormen, alsof daardoor vernieuwing en opwekking van het geestelijk en kerkelijk leven is te verkrijgen. Predikant, kerkeraad en gemeente moeten beseffen, dat men zich heeft te werpen op de prediking. Niet allereerst in organiseren ligt de kracht, maar in studeren, meer in profetisme dan in propaganda. De bediening des Woords is het allerbelangrijkst. Heus, het is beter om maar eens wat minder te organiseren. Als dan de preek maar wint aan klaarheid, diepte en ernst. Als daarmee geen beslag gelegd wordt op de harten, ook der jóngeren, dan geschiedt het nergens mee. Alleen de levende bediening des Woords, gedragen door studie en gebed, redt. Maar ik ga hierop nu niet verder in, omdat het buiten ons onderwerp ligt. Anders ware hier toch nog wel het een en ander van te zeggen, want helaas komt de gereformeerdheid bij sommigen, meer uit in het organiseren van alles en nog wat en in propageren, dan in profeteren. Maar dat laat een dood spoor na.

We keren nog even terug tot de soberheid, die vereiste is in de gereformeerde eredienst Deze soberheid geeft echter geen recht tot slordigheid, zeiden we. Daarom is bezinning op elke formule en handeling zéker nodig. Een voorbeeld : Als in een zuivere evangelisatie-samenkomst aan het einde de zegen op het volk gelegd wordt, getuigt dat toch zeker niet van bezinning op het wezen van de openbare samenkomst der gemeente. De publieke samenkomst der gemeente wordt toch bepaald door haar ambtelijk karakter. Men kan op velerlei wijze tot lering en stichting van elkander samenkomen, doch zonder het ambt is er geen ontmoeting van de Heere met Zijn volk, die tot openlijke uitdrukking komt. Ik zeg niet, dat er geen ontmoeting van de Heere en Zijn volk plaats vindt, maar geen ontmoeting, die tot openlijke uitdrukking komt. Om dit laatste gaat het hier juist. De ambtsdragers roepen op 's Heeren bevel de gemeente bijeen. En in gehoorzaamheid aan deze oproep verschijnt de gemeente voor Gods aangezicht. Hiervan kan zó geen sprake zijn, wanneer christenen, meer of minder in getal, bij elkaar komen tot stichting, ook al laten zij een predikant in hun midden de Schriften toepasselijk uitleggen. Door ontbreken van het bijzondere ambt en de ambtsdragers kan de, ontmoeting van God en Zijn gemeente niet tot die specifieke openlijke uitdrukking komen, zoals Hij dat Zelf gewild heeft. Er kan best in zo'n onderlinge samenkomst rijke zegen vallen, ze is meer dan in de door het ambt gestempelde samenkomst der gemeente. Doch hier ontbreekt toch de geordende bevoegdheid van de ambtsdrager, die in de naam des Heeren spreekt en handelt. Daarom kunnen alleen in de wettige, door het ambt samengeroepen vergadering van de gemeente het Woord en het sacrament worden bediend en kan ook alleen daar de zegen van Godswege op de gemeente worden gelegd. Zeker, we weten ook nog van het ambt van iedere gelovige. En in bijzondere noodsituaties kan er plaats zijn voor een spreken en handelen met gezag, in Gods naam, vanuit dit algemeen ambt van de gelovigen. Maar dan blijft toch de dwingende noodzaak, dat de kerk in de functionnering in haar ambten tot openbaring worde gebracht. En geldt het een evangelisatiekring in een gemeente, waar de bediening werkelijk niet is naar Schrift en belijdenis, dan moge in deze samenkomsten van die kring rijke zegen verspreid worden, nochtans moet elke keer weer en elke keer meer de noodsituatie gevoeld worden en met alle inspaiming en gebed er naar gestreefd worden, d^t men weer kan verkeren in de geordende kerkedienst.

We gaven hier maar een voorbeeld. Doch zo dient er bezinning te zijn over alles, wat onder het begrip liturgie naar gereformeerde opvatting samengevat wordt.

III. Opmerkingen in verband met de inhoud van de liturgie.

Reeds telkens zijn we terecht gekomen bij de inhoud van de liturgie. Maar nu willen we daaraan nog wat nader onze aandacht besteden.

Dan moet ons eerst van het hart, dat, naar het schijnt, de kerk in alles tot klaarheid tracht te komen, behalve wat betreft de belijdenis. Het heeft er, m.i. veel meer van, dat men er op uit is om grote vaagheid te scheppen. Althans, we kunnen de opzet van het nieuwe dienstboek bezwaarlijk anders waarderen. Art. 10 van de kerkorde zegt, dat de kerk telkens opnieuw in haar prediking, getuigenissen, leerboeken en belijdenisgeschriften enz., maar ook in haar kerkliederen, gebeden en formulieren belijdt Jezus Christus als Hoofd der kerk en Heer der wereld. Ongetwijfeld zit er belijdenis in de kerkliederen en formulieren. Ware het daarom zó, dat de stoere gereformeerde belijdenis klonk door het' gehele dienstboek heen, het ware een rijke schat. Doch m.i. ontmoeten we de vaagheid, waarvan art. 10 getuigenis aflegt, in versterkte mate in het dienstboek. We voelen erin aan een sparen van de kool en de geit, een tegemoet komen aan de wensen van iedere modaliteit (en modaliteit heeft voor mij altijd nog de waarde van richting, omdat van modaliteiten binnen het raam der belijdenis helaas geen sprake is), terwijl echter kennelijk de kanten van de gereformeerde belijdenis worden afgevijld.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE LITURGIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's