De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

AUGUSTINUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AUGUSTINUS

6 minuten leestijd

I

Waarom maakt men zich in deze dagen allerwege op om de 1600ste geboortedag van Augustinus te herdenken ? Waarom worden er allerwege plechtige samenkomsten gehouden, om de nagedachtenis van deze man te eren ? Wat is het geheim van deze kerkvader, dat hij mensen vaii allerlei rang en stand, van verschillende wereld beschouwing en geloofsovertuiging, van atheïsten, humanisten tot confessionelen en dogmatisch gebondenen in een groot interkerkelijk, interconfessioneel en oecumenisch verband rondom zich weet te verenigen ?

Ligt het misschien in de uitzonderlijke wijze, , waarop hij de heterogene elementen van de vroeg-christelijke bezinning in een grandiose synthese heeft weten samen te dwingen, zo de grondslag leggend tot een ontwikkeling, die het kerkelijk en theologisch denken voor eeuwen heeft bepaald ? Of moet men Augustinus' betekenis veeleer zoeken in zijn cultuurscheppend genie? Of is het misschien, afgezien van deze overwegingen, de persoon van Augustinus zelf, die ons onmiddellijk aanspreekt, boeit en tot zelfonderzoek drijft ? Zijn besef van kleinheid en deemoed in zijn grootheid ?

Zo blijven wij vragen, tot verlegen wordens toe, vragen — en wij kunnen niet anders, ook al weten wij dat eigenlijk elk antwoord stuk breekt op de telkens in andere facetten stralende rijkdom van zijn universele geest, op de massiviteit van zijn allesomvattend, eeuwen trotserend systeem.

Augustinus behoorde tot die uitverkorenen, wien het gegeven was, het , , multum-non multa" tot devies van zijn leven en arbeid te maken. Hij was kunstenaar van het woord, zijn taal beheersend als geen ander uit die dagen, zonder ooit in gekunsteldheid te vervallen ; hij was philosooph in de ruimste zin ! kenphilosooph, cultuur- en geschiedphilosooph ; psycholoog in de subtiele beschrijvingen van de menselijke ziel en door dit alles, in dit alles theoloog, wetenschappelijk en practisch, dogmaticus en bisschop, geleerde en zielzorger.

Het wekt dan ook geen bevreemding dat de wetenschappelijke bezinning in de opeenvolging van. eigen, karakteristieke probleemstellingen Augustinus in de discussie betrok ; tot exponent maakte van soluties, zoals zij besloten lagen in de gang der tijden.

Heden ten dage neemt Augustus stilzwijgend deel aan het gesprek rondom Rome en Reformatie, Kerk en Staat, christendom en humanisme — en in de huidige psychologie grijpt men vol bewondering naar Augustinus, in wiens geschriften men een treffende vertolking ziet geprojecteerd van het moderne levensbesef. Illustrerend is, hoe Augustinus' leer van de herinnering (memoria) in nauw verband brengt met de hedendaagse opvattingen omtrent het onbewuste.

Op de 25ste October van dit jaar heeft de Utrechtse imiversiteit in een plechtige zitting van de senaat deze grote mens herdacht. Zeer terecht heeft men daar zijn actualiteit opnieuw onderstreept. Men heeft het licht laten vallen op zijn betekenis als kunstenaar en denker. In dit alles schittert ongetwijfeld zijn grootheid — evenwel wij menen, dat voor alles Augustinus' betekenis gezocht moet worden in zijn unieke waarde voor kerk en theologie. Daarom willen w^ij een poging doen (in alle gebrekkigheid overigens) enkele aspecten van zijn theologisch denken te belichten.

Mogen enkele biographische notities voorafgaan :

Aurelius Augustinus werd op 13 November 354 te Thagaste in Noord- Africa (teg. Souk-Ahras) geboren. Zijn moeder Monica is ons bekend als een vrome christin.

Zijn vader Patricius werd in 371 kort voor zijn dood gedoopt. Door een rijke vriend der familie hiertoe in staat gesteld, vatte Augustinus op 16-jarige leeftijd zijn studies in de rhetorica op te Carthago, waar hij zich mateloos overgaf aan de genietingen van een grote stad. In zijn , , Confessiones" - geeft hij de, lezer een boeiende schildering van zijn felle, uitbundige wijze van leven, waartoe Carthago, centrum .van cultuur en vermaak, rijkelijk gelegenheid bood. Uit een concubinaat werd hem een zoon geboren, die hij Adeodatus noemde.

Enkele vaste punten markeren de geestelijke ontwikkelingsgang van Augustinus. Zijn rhetoTische studies brachten hem aanstonds in aanraking met een helaas verloren geraakt geschrift van Cicero, de Hortensius genaamd. Hieruit leerde hij de personalistische levensphilosophie der Stoa kennen en met name haar opvattingen over het geluk van de mens. De vraag naar de wijze, waarop het gelukkige leven bereikbaar is, heeft Augustinus in hoge mate geboeid. Wijsgerige categorieën, grotendeels aan de Stoïsche eudaemonistiek ontleend, beheersen de opzet en methode van behandeling, zoals zijn eerste geschrift over dit onderwerp (de beata vita) in subtiel-syllogistische redeneertrant laat zien, uiting reeds van een innerlijke worsteling om met zichzelf in 't reine te komen over dit zo hoogst-belangrijke levensthema. In een reeks van volgende publicaties, waarin het geluk besproken wordt, openbaart zich een geleidelijk afstandnemen van de Stoïsche motieven en wordt steeds nauwer aansluiting aan de bijbelse fundering gezocht.

Intussen bracht het scepticisme van de Grieks-Romeinse moraal Augustinus tot twijfel aangaande de waarheid, waaruit hij door de lectuur van de bijbel verlossing poogde te vinden. Zijn taal en vormgeving bleken zozeer in strijd met zijn in de Thetorica getraind aesthetisch normbesef, dat hij de bijbel onmogelijk kon gebruiken.

Zou de uit Perzië afkomstige, dualistische verlossingsleer van de Manichaeërs hem uit de kluisters der skepsis kunnen bevrijden ? Negen jaar lang was Augustinus een toegewijd leerling (auditor) van deze sekte. Deze periode markeert de tweede phase van Augustinus' innerlijke ontwikkeling. De stichter van deze leer. Mani, leerde, dat een goed en een kwaad principe van den beginne af tegenover elkaar stonden, 'n kosmische strijd tegen elkander voerend, uitlopend op 'n uiteindelijke zege van del lichtgod. Dit gaf aan Augustinus' denken een eschatologisch perspectief. Is het geluk in het hier en het nu niet realiseerbaar, dan in de toekomst, wanneer de boze machten en krachten overwonnen zijn. Hoezeer de leer van Mani een stempel heeft gezet op Augustinus' gedachtenwereld, wordt duidelijk aan 't feit, dat manichaeïsche elementen nooit geheel en al uit zijn geestelijke inventaris verdwenen zijn.

Het Manichaeïsme vermocht hem toch niet te bevredigen. Vooral de gedachte, dat de geest een soort van hogere materie of het natuurlijke licht zou zijn, ja, de stoffelijkheid van God zelf, stuitte tegen zijn op de twijfel overwonnen, innerlijke overtuiging, dat de geest méér is dan het stof en dat God méér is dan de wereld.

Hier bracht het Neo-Platonisme uitkomst. Dank zij deze philosophie brak bij Augustinus het licht door dat God geest is, verheven boven al het zijnde, en daarin het ware Zijnde zelf, oorsprong van alle leven, buitenredelijke en toch ontwijfelbare oerrealiteit, alle tegenstellingen negerende, transcendente eenheid, waaraan de empirische veelheid op de een of andere wijze deel heeft. Redelijke kennis is hier ontoereikend. Hij, die door de goddelijke geest is verlicht, vermag de intelligibiliteit der dingen te schouwen.

Wordt voortgezet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

AUGUSTINUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's