De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET GEHEIM

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET GEHEIM

6 minuten leestijd

Maar hij wist niet, dat de Heere van hem geweken was. Richteren 16 : 20b.

VAN SIMSON’S KRACHT

't Was in de oorlog, op een Maandagmorgen. Er belde een man bij mij aan, die nog eens graag wilde terugkomen op de prediking van de vorige, dag. Deze preek was sterk beïnvloed geworden door het feit der bezetting. Er leefde veel bitterheid in Nederland over de rechtsverkrachting waaraan ons volk en met name de Joden werden onderworpen.

De tekst had stof gegeven in een bittere zekerheid het oordeel Gods over mensen en volkeren, die zich aan de rechten Gods vergrijpen, te verkondigen, Nu kwam deze broeder daarop terug. Hij kwam maar een enkele vraag stellen : , , Ds., was het uit de Geest, of uit het vlees, dat u sprak".

Na deze vraag in alle oprechtheid te hebben gesteld, ging hij weer weg. „Was het uit de Geest of uit het vlees ? " Ja, daar zat ik met een moeilijke vraag, die gesteld mocht en moest worden. Want wij kunnen ware dingen zeggen. Schriftuurlijke woorden spreken, zodat er geen speld is tussen te krijgen, maar zij kunnen in bepaalde omstandigheden meer ingegeven zijn door onze bitterheid, dan door de Heilige Geest.

Wij kunnen menen God en Zijn recht aan onze zijde te hebben, terwijl we ons vergissen, omdat ons hart sterker vervuld was met vleselijke bitterheid, dan met de heilige begeerte God te dienen.

In zo'n situatie is het mogelijk op zichzelf ware dingen te zeggen, maar als het niet uit de Geest is, blijven ze krachteloos. Misschien denken we dat er niets veranderd is, maar alles is anders geworden als God zich onttrekt.

Dat is Simson overkomen. Ik ga u zijn geschiedenis niet nog "eens weergeven. Er was een verbod, dat op Simson's hoofd geen schaar en mes zou komen.

Zat het dan bij Simson in z'n lange haren of in z'n onthouding van sterke drank ?

Wij zijn geneigd te zeggen: Wel neen ! Maar God had dat hem en alle Nazireeërs geboden en de Heere stond daar zeer op.

Er moest een herkenningsteken zijn van die algehele in-beslag-name-door- God. Daarom mocht die buitenkant van die lange haren niet veronachtzaamd worden.

Voor elke Nazireeër waren zijn lange haren en z'n onthouding van sterke drank een voortdurend vermaan : denk aan je roeping (je bent één aan God gewijde).! Tegelijkertijd lag er een bescherming in deze tekenen, gelijk ook de soldaat van het Leger des Heils bescherming ondervindt van z'n uniform.

Ondanks deze roeping en bescherming is Simson naar het dal Sorek gegaan. Hij is in de ban gekomen van een Filistijnse, die hem op aanstoken van de oversten van haar volk, naar het geheim van z'n kracht vraagt.

Simson speelt aanvankelijk met haar z'n spel, maar 't is een gevaarlijk spel. Want het geheim zijner kracht is niet zijn geheim, maar Gods geheim.

En wanneer hij tenslotte, het zeuren moe en gekweld tot in het uiterste, haar zijn ganse hart openbaart, dan Is Simson's lot beslist.

Geboeid nemen ze hem in triumf mee. Blind kan hij straks de molensteen draaien. Hij, de Nazireeër, heeft het geheim zijner kracht verkwanseld voor de gunsten van een vrouw, gelijk Ezau zijn eerstgeboorte-recht voor een schotel linzenmoes.

Hier raken we de kern.

Het was niet zijn geheim, maar van God. Het was geen kracht, los van God en die hij zelfstandig en eigenmachtig kon aanwenden. Het was niet van hem, alsof ze in zijn armen en benen en z'n spieren en corpus zou zitten.

God blijft altoos de beschikker over Zijn gave. En omdat Simson dat vergeten is, vliegt hij die 4e maal weer overeind om even met de Filistijnen af te rekenen, maar hij wist niet, dat de Heere van hem was geweken. Hij denkt dezelfde dingen te doen, als vroeger, maar het is alles anders geworden, hij staat machteloos, want zijn kracht was Gods kracht en als God wijkt, is het met de kracht gedaan.

Met diepe smart moet Simson het betalen, dat hij het geheim zijner kracht niet ootmoedig en eerbiedig Gods geheim liet blijven.

Het staat ons beschreven tot vermaning. God heeft ons de Christus gegeven tot zaligheid, maar het is de Christus Gods.

Hij geeft Hem ons niet zodanig, dat wij Hem kunnen hanteren naar onze smaak.

De genade is van God en blijft van God. Er was aan Jakob de belofte gedaan : De meerdere zou de mindere dienen. We leren van deze patriarch, dat hij in. het bedriegen van zijn vader dat geheim zijner verkiezing in eigen handen gaat nemen.

Wat is het gevolg ?

Vlucht en vreemdelingschap. Leed en duisternis. Daarom is ook de ontvangen genade nooit uw geheim, waar ge zelf over bazen kunt, en die ge in vleselijke zelfverzekerdheid zoudt kunnen aanwenden.

Want zodra ge er zelf mee wilt gaan werken of het in eigen handen nemen, onttrekt de Heere zich en worden we tot krachteloosheid gebracht, al denken we misschien dat er niets veranderd is.

Er is maar één goede houding, die in het Koninkrijk Gods betaamt, dat is die van het gebed, waarin wij dagelijks om vernieuwing der kracht vragen.

In deze houding zeggen we niet: ik heb het, in zelfverzekerdheid, maar : geeft het.

Neem Uw Geest niet van mij. Wijk niet van mij.

Want als Gij, o God, U onttrekt, blijft er niets over. Dan ben ik machteloos en machteloos en ijdel zijn mijn woorden en daden.

Is het niet onze grote verzoeking, het geheim der bekering en des geloofs in eigen handen te nemen en er zó mee bezig te zijn, alsof het nog iets zou betekenen, als de Geest geweken is ?

Het is en blijft geheim van God, onlosmakelijk verbonden met Zijn wonen in ons hart en Hij onttrekt zich, waar wij de afhankelijkheid en de ootmoed Inruilen voor valse zelfverzekerdheid.

Hier in Simson's leven is het gevolg van Gods verberging direct verbijsterend aan de dag getreden in zijn onmacht. Zó komt niet altijd, op hetzelfde moment in een schrikkelijke nederlaag het feit openbaar, dat de Heere geweken is. Er kan in het leven een langdurig pogen zijn om net te doen als vroeger en dezelfde woorden te spreken, zonder dat het direct als een bliksem door ons heen slaat: de kracht is er uit. Het is ijdel, want de Geest is geweken. Zodra dat schuldverslagen weten weer doorbreekt in het leven van Christus' gemeente, dan is er weer genezing : zonder U kan ik niet. Keer terug, o Heere, en verhef Uw aangezicht opnieuw over mij !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET GEHEIM

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's