De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE LITURGIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE LITURGIE

10 minuten leestijd

Referaat gehouden op de ledenvergadering van de Gereformeerde Bond. op 28 April 1954 te Utrecht (III)

De vaagheid aangaande de belijdenis valt bijzonder op bij de weergave van 't oude Avondmaalsformulier. Volgens de voorafgaande opmerkingen in het dienstboek, is het cursief gedïukte facultatief gesteld en kan dus worden weggelaten bij het lezen. Zien we dat na bij het formulier voor het Heilig Avondmaal, dan zijn dat juist treffende uitdrukkingen, die een gereformeerd hart zeer geliefd zijn. B.v. , , Aangezien de toorn van God tegen de zonde zó groot is, dat Hij die, eer Hij ze ongestraft liet blijven, aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus gestraft heeft" ; , , deze spijze, welke Christus alleen voor Zijn gelovigen verordend heeft" ; , , overmits ons door de genade des Heiligen Geestes zulke gebleken van harte leed zijn" ; , , dat geen zonde, noch zwakheid, die nog tegen onze wil in ons overgebleven is" , , de toorn van God, onder welke wij eeuwig hadden moeten verzinken, van het begin Zijner menswording tot het einde Zijns leven op aarde voor ons gedragen heeft" ; , , dat Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven. Mijn lichaam aan het hout des kruis es in de dood geve".

Alles, wat in deze aanhalingen uit het Avondmaalsformulier cursief gedrukt is, is dus volgens de opmerkingen vooraf facultatief gesteld. Ik kan het tenminste niet anders begrijpen. lem^and heeft mij gezegd, dat het mogelijk is dat er een andere oorzaak moet zijn voor de cursivering van deze woorden, aangezien in een oude uitgave deze cursivering óok schijnt voor te komen. Ik ben zelf in het bezit van een tamelijk oud kerkboek en heb eens even daarin gekeken. Inderdaad vond ik daar ongeveer dezelfde woorden cursief gedrukt. Echter was het duidelijk, dat het daar geschiedde in verband met de overzichtelijkheid bij het lezen. Het gaat hier telkens om tussenzinnetjes. Meer wijsheid heb ik me^ aangaande deze materie niet kunnen vergaderen. Mocht iemand meer hiervan weten, dan houd ik mij aanbevolen. Zolang ik geen andere verklaring heb, houd ik mij aan de opmerkingen die aan het dienstboek voorafgaan en moet dus aannemen, dat het cursief gedrukte facultatief is.

Maar waarom ? — Wordt er in een bepaalde aversie getoond ten opzichte van deze uitdrukkingen. Het verwondert mij niet. Maar dan moet toch geconstateerd worden een aantasting van de belijdenisschat der Kerk.

Het kan niet onze bedoeling zijn, thans het dienstboek te gaan bespreken. Dat is trouwens in dit blad al in de brede gedaan. We wilden slechts met dit voorbeeld te geven, de vraag stellen, of zo dan niet aan de gereformeerde belijdenis tekort gedaan wordt.

Zonder verder in bijzonderheden te treden menen we als onze algemene, indruk, die we van het dienstboek kregen, te moeten weergeven, dat wij de vier tot vijf orden van dienst, die telkens gegeven worden, onmogelijk als een verrijking kunnen zien, maar dat wij integendeel, een grote verarming moeten constateren. Zolang immers alleen het oude formulier voor de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal rechtsgeldigheid bezaten, wist men tenminste bij alle afwijking, die er in de kerk overigens mocht zijn, wat de officiële leer en orde der kerk was. Maar nu verleent de veelvormigheid sanctie aan allerlei geest, die vreemd is aan het waarachtig reformatorisch belijden. De één kan bepaalde uitdrukkingen weglaten, de ander een orde van dienst gebruiken waarin het lerend gedeelte is achterwege gelaten, enz.

Veel ware éenheid is hierin niet te ontdekken, en gereformeerde eenheid helemaal niet. Wat we er wél in ontdekken is de modaliteiten-cultus. Dat woord , , modaliteit" doet het in onze tijd, ook al schijnen meerderen het er toch moeilijk mee te krijgen. Maar voor de duizenden is het nog de aangebeden afgod. Ik heb altijd nog hoop, dat bij velen de ogen nog open zullen gaan en dat zij gelijk Israël door Elia van deze Baalsdienst worden terug geroepen.

Voorlopig moet het woord echter nog op alles zijn stempel zetten en beweren, dat vaagheid klaarheid is en bewijs van nederig horen naar de Schrift en ootmoedig wandelen voor Gods aangezicht. Laat ons echter bedenken, dat de diepste ootmoed versymboliseerd ligt in het al of niet historische Luther-getuigenis op de Rijsdag te Worms : Hier sta ik, ik kan niet anders. God helpe mij.

Gezien in het licht van het boven gezegde kan ik voor ons maar één weg zien zich aftekenen. N.l. dat wij ons hebben te houden aan, de schat van het reformatorisch erfgoed. En als we ons dan houden aan de oude formulieren, dan doen we dat niet omdat we buigen voor een papieren paus, ook niet uit traditionalisme, maar omdat we daarin ons leven vertolkt vinden en statischdynamisch staan in de stroom der belijdenis der Kerk Gods, zoals die in de reformatie weer is te voorschijn getreden. Wij zweren allerminst bij onveranderlijke en onfeilbare formulieren.

Zij moeten getoetst aan het Woord Gods. Maar wij belijden de God der vaderen. Die gisteren en heden Dezelfde is. Een formulier kan zeker voor verbetering en revisie vatbaar worden geacht. We denken b.v. aan het huwelijksformulier. Doch als wij ons voorlopig genoodzaakt zien ons te houden aan de oude formulieren, dan ligt hierin een protest tegen de weigering om er waarlijk ernst mee te maken, dat de refor­matorische belijdenis der Kerk waarachtig in ons kerkelijk leven zal gaan functionneren.

Wat betreft de moeilijkheden, die mogelijk in de practijk zouden kunnen rijzen tussen predikant en kerkeraad over de te gebruiken orde van dienst, zij er op gewezen, dat overgangsbepaling 188 zegt, dat, zolang door de kerk nog geen nadere besluiten zijn genomen, de orde van dienst en het gebruik der formulieren worden vastgesteld door de dienstdoende predikant in overleg met de kerkeraad der gemeente, terwijl bij de vervulling van de vacature-beurt door het breed-miiiisterie de beslissing berust bij de dienstdoende predikant na overleg met de kerkeraad.

In de overgangstijd, waarin we nu zitten, aangezien immers tlaans de gemeenten de gelegenheid hebben om het ontwerp dienstboek in het gebruik te toetsen (overgangsbepaling 186, 187), kan bij vervulling van een vacaturebeurt bezwaarlijk enige moeilijkheid rijzen. De dienstdoende predikant beslist immers na overleg met de kerkeraad. En wat de orde van dienst betreft in eigen gemeente, daar moeten predikant en kerkeraad het samen zien eens te worden. Zo staat het er trouwens óok mee, als de ordinantie voor de kerkdienst (ord. 6) op dit punt definitief gaat functionneren. Ord. 6, art. 1, lid 6 zegt immers, dat in een kerkdienst slechts gebruik wordt gemaakt van een — in overleg met de kerkeraad gekozen — orde uit het dienstboek der kerk.

Welke moeilijkheden in verband hiermee in de toekomst zullen rijzen, is moeilijk te overzien. Echter het reformatorisch principe moge hier leiding geven, zonder dat middelmatige dingen worden opgeschroefd tot principiële kwesties. Als algemene richtlijn zou ik dan ook predikanten en kerkeraden ten zeerste op het hart willen binden om zich te houden aan de oude liturgie, zonder nochtans in haarkloverijen te vervallen.

Ook van het kerklied moet in dit referaat nog iets worden gezegd. Het lust mij echter niet, om de hele gezangenkwestie nog weer eens op te halen. Ik mag me, aangezien er over deze materie al genoeg geschreven is, wel beperken tot het geven van enkele richtlijnen.

Zoals we allen wel weten is er, wat betreft de gezangen, verscheidenheid te over. Verschillende bundels werden de kerk aangeboden. Deze laten we nu maar voor wat ze zijn, om ons bezig te houden met de vraag, of het nog zin heeft om bij de psalmen alleen te volharden, dan wel of de situatie dusdanig gewijzigd is of gewijzigd zal worden, dat er ook voor het vrije lied een plaats mag worden ingeruimd ?

Buiten de Herv. Geref. groepering in onze kerk kan men het zich eenvoudig niet indenken, dat men zich om principiële redenen aan de psalmen houdt. Dat moet alleen maar traditie-binding en conservatisme zijn. 't Doet muf aan.

De Nieuw Testamentische gemeente kan toch niet zonder Nieuw Testamentisch lied.

Zo wordt buiten onze kringen geredeneerd. Maar ik heb zo intussen de gedachte, dat men ook onder ons er hier en daar mee verlegen staat. Was het niet, dat er daar nog bepaalde remmingen waren, zo zou men het vrije lied niet verwerpen, zij het, dat men een bescheiden gebruik er van zou voorstaan. De jeugd — zo wordt dan gezegd — heeft voor de argumenten, die voor alleen-de-psalmen pleiten, geen oor meer. En zelf kan men het dan ook maar moeilijk van ganser harte nog verdedigen.

Die verlegenheid zal bij deze mensen nog wel veel groter worden, als eens eenmaal op een enigszins kerkelijk verantwoorde wijze vrije liederenbundels door de kerk worden aanvaard. Dan vervalt immers het kerkrechtelijk bezwaar, dat in de vorige eeuw vooral, maar óok thans nog, tegen de gezangen kon en kan worden ingebracht. Men heeft de Geref. Kerken ten voorbeeld. Daar is men Immers, toen er geen kerkrechtelijk bezwaar meer kon gelden, ook overgegaan tot invoering van het vrije lied.

Ik meen echter de vraag, of de bezwaren tegen het vrije lied alleen van kerkrechtelijke aard zijn, ontkennend te moeten beantwoorden. Ook al vervalt het kerkrechtelijke bezwaar, zo blijft er toch nog evengoed bezwaar tegen het vrije lied. We wijzen op het volgende :

a. De kerkhistorie leert ons, dat telkens weer vooral door de ketters het vrije lied is gebruikt om hun dwalingen ingang te doen vinden. In de eerste eeuwen waren het de Arianen (loochenaars van de Drieëenheid Gods) en Gnostieken (mensen, die de leer van de heidense wijsgeer Plato, enigszins verchristelijkt, aanhingen), die voorstanders waren van vrije hymnen. — In later eeuwen ontmoeten we ten onzent hetzelfde. Op de Synode te Utrecht in 1612 waren het de remonstranten, die het invoeren van gezangen voorstonden. Het geschiedde ook. Doch de gemeente zweeg. Zo verdwenen ze weer met stille trom.

Dat intussen de heterodoxie zich zo op het vrije lied werpt, is toch wel tekenend en maant tot voorzichtigheid. Het lied heeft grote invloed en dat begreep en begrijpt zij zeer goed.

b. Het lied is wat betreft de wijze van uitdrukking moeilijk te controleren. Poëzie heeft een eigen uitdrukkingsvorm. Daarom zal men alleen dan de veilige weg gaan, wanneer het Woord der Schriften er terstond achter staat en zelf in doorklinkt. Psalm 1 vs. 4 (berijmd) is remonstrants getint, maar het wordt onschadelijk gemaakt door het Schriftwoord, waarvan het berijming heet te zijn.

c. De Kerk des Heeren heeft het Woord des Heeren in haar schoot. Zij leeft bij en uit het Woord en vertolkt dat in haar belijdenis en lied. Hoe zal zij Gode meer behagelijk zijn in haar lied, dan wanneer zij a. h. w. in Zijn Woord onderduikt en zo Gode tegemoet zingt met Zijn eigen Woord in smeking en lofzegging, in klacht en jubel ?

Men heeft, als dit motief wordt genoemd, gezegd : dan mag ook de predikatie niets anders meer zijn dan spreken van Schriftwoorden. Doch degene, die deze opmerking maakt, blijkt al geheel ontzonken te zijn aan alle besef aangaande het wezen van de preek. Hij leeft blijkbaar in de veronderstelling, dat de preek een mensenpraatje is, een toespraakje onder een motto.

Dat ze dat in de practijk ook vaak wel is, dat weten we wel. Maar daarom zijn er zoveel preken geen pieken meer. De preek is explicatio (uitleg) en applicatio (toeëigening) van 't Woord Gods voor en aan de gemeente : bediening des Woords, Schrift met Schrift vergelijkend. Het gaat derhalve juist om de heerschappij van Gods Woord en niet om menselijke en liturgische vromigheden.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE LITURGIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1954

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's