DE MODERNE MENS
Wat bedoelt men, als men over de moderne mens spreekt ?
De moderne mens is de mens van onze tijd.
Dat is nog niet zoveel duidelijker. Bepaalt onze tijd de mens, ons en onze tijdgenoten ? Of wordt de tijd door de tegenwoordige mens bepaald ?
Het antwoord op deze vraag is heus niet zo eenvoudig, maar het is niet zo ver van de werkelijkheid, als wij aannemen, dat hier een wisselwerking plaats vindt. De tijdsomstandigheden oefenen haar invloed uit op de mensen en de mensen bepalen in zekere zin ook het karakter van de tijd.
Zo is een van de voornaamste karaktertrekken van onze tijd de toenemende heerschappij van het technisch apparaat. Maar — dat apparaat werd door de mens vervaardigd en toegepast. De mens techniseert het leven, maar het getechniseerde leven laat niet na de mens aan zijn eigen apparaat te binden en zelfs daaraan te onderwerpen.
Dat is één van de kenmerken van het moderne leven en van de moderne mens.
Een kenmerk, dat niet alleen, betrekking heeft op de bewerktuiging, die van de wonderen der techniek doet spreken.
Want ook het oeconomische en sociale leven wordt bij de dag meer en meer naar een aan de techniek ontleende rationalisering onderworpen. Het leven wordt één grote samengestelde machine, waarin de mens zijn functie, vervult als wordende een deel daarvan. Daarmede worden het terrein zijner vrijheid en de waarde der persoonlijkheid steeds meer ingekrompen en het heeft er alle schijn van, dat men zo straks ook zijn vrije tijd gaat rationaliseren volgens een gewenst schema.
Het één hangt met het ander samen. De machine-mens komt immers te kort. De eentonige en eenzijdige arbeid, welke het machinewezen van hem vraagt, vraagt een grote mate van zelfbeheersing of afstomping, omdat hij zijn persoonlijkheid niet in het werk kan leggen. Hij maakt geen werkstuk meer. Vele werklieden zien geen voltooid werkstuk als een kunststuk van eigen hand meer, zoals dat weleer bij het zelfstandig handwerk het geval was,
Wij gebruikten daareven het woordje weleer.
Dat brengt ons op de tegenstelling modern-ouderwets.
In het algemeen kan men de term moderne mens als tegenstelling van de ouderwetse wel gebruiken, en dan zou die zoveel willen zeggen als nieuwerwetse mens. De mens van de „goede" oude tijd, en de mens van de nieuwe tijd.
Maar dan vragen wij, wanneer begint die nieuwe tijd en waar ligt de grens of overgang tussen de oude en de nieuwe tijd ?
De beantwoording van deze vraag is ook al niet eenvoudig, want aangezien allerlei slag van mensen moderne huizen bewoont, electrisch licht, automobielen, bromfietsen, radio, telefoon en zovele gaven van de moderne techniek gebruikt, spreken wij ook in onze dagen nog van ouderwetse mensen en gebruiken, die wij aantreffen en van vooruitstrevende moderne mensen.
Het ouderwetse geslacht is nog niet uitgestorven en daarom kan het antwoord slechts bij benadering worden gegeven. Wij kunnen spreken van de moderne mens en van de moderne tijd, zodra de moderne levensstijl de overhand neemt en de ouderwetse stijl uit de! frontpositie wordt teruggedrongen in de achterhoede.
De grote stad is voorgegaan, maar allengs volgt ook het platteland en wordt het gehele volksleven in een proces van rationalisering betrokken.
Vanuit dat overwicht beschouwd kan men zeggen, dat met de tweede wereldoorlog een periode van overgang, die zich reeds na de eerste wereldoorlog duidelijk aftekende, werd afgesloten.
De , , goede oude tijd" van onze negentiende-eeuwse grootouders gaat radicaal voorbij om nooit weer terug te keren.
Of wij ook dat ernstig menen ? Of die oude tijd waarlijk zo goed was ?
Heel ernstig genomen, de tijden zijn, zoals de mens is, en aangezien de mens niet goed is en niet aan zijn wezen en bestemming beantwoordt, kan van een goede tijd in eigenlijke zin niet worden gerept.
Nochtans zijn alle tijden niet gelijk, zodat de oude tijd betrekkelijk gesproken toch nog wel goede dingen had, die wij in zo algemene mate niet in onze moderne mensheid aantreffen.
Om een voorbeeld te noemen, de mensen van die oude, tijd waren niet zo van angst vervuld als de huidige mens, zij werden niet voortgedreven door een zo zenuwslopend tempo, zij waren rustiger, zij gevoelden zich veiliger in hun omgeving en vertrouwder met moeder aarde, dan de grote massa, die in de moderne grote steden leeft tussen muren en electrische leidingen.
De mens van de goede oude tijd heeft niet de gruwelen en verschrikkingen van twee verwoestende wereldoorlogen medegemaakt, hij heeft niet de ervaring van de loopgraven, van zovele jonge mensen in zich opgenomen, die beroofd van alle gevoel van huiselijkheid en veiligheid, gedurende jaren zich omringd zagen door een gruwzaam dreigende dood.
De mens van de goede oude tijd heeft geen bombardementen beleefd, die hele stadswijken binnen enkele minuten in trieste puinhopen veranderden.
En boven dit alles, de mens van de goede oude tijd deelde nog in de vruchten van een krachtig geestelijk en zedelijk leven van het voorgeslacht en ondervond daarvan de weerstand tegen een al te snel verval, terwijl de laatste generaties vervreemdden van de kerk der vaderen, om van godsvrucht maar te zwijgen en ten prooi vielen aan angst en vrees voor de geestelijke boosheden, die in de lucht zijn.
Er is derhalve toch wel iets in die goede oude tijd, dat gunstig afsteekt tegenover onze tijd, vol angst en onzekerheid, ondanks al de voortgang van de moderne cultuur en haar veelvuldig comfort.
Dit alles is de moderne mens allerminst tot een zegen geworden. Ook de ontzagwekkende vorderingen der wetenschap kunnen slechts weinig bijdragen tot zijn veiligheid en rust.
Veeleer is de moderne mens een beklagenswaardige dakloze in deze wereld. De ontdekking van geheimenissen in de verborgenheden van het stoffelijke leven, heeft de moderne mens in staat gesteld machten te ontketenen, welke de reeds tot slaaf van zijn eigen machinerie geworden mens niet vermag te beheersen.
De wijsgeer, die zich bezig houdt met de moderne mens, laat een mistroostig geluid horen en schildert hem als in een dal van rondwarende dood.
Wij delen niet het pessimisme van de moderne wijsbegeerte, maar koesteren toch ook niet het cultuuroptimisme, dat sommigen luid verkondigen. Het ontbreekt immers niet aan tekenen, die er op kunnen wijzen dat deze cultuur haar eigen ondergang tegemoetwerkt.
In ieder geval heeft zij hoogst schadelijke gevolgen voor het innerlijke leven van de mens. Het kan zijn nut hebben, daarbij nader stil te staan.
Tegen de gevaren van de moderne cultuur helpt echter geen nauwkeurige analyse, hoe nuttig dit ook moge zijn. Zij kunnen alleen bedwongen worden door een krachtig opbloeiend leven van het waarachtig Christelijk geloof. En juist in dit opzicht lijdt het moderne leven schipbreuk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's