HET KOMENDE LICHT
En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens, wanneer de zon opgaat, des morgens zonder wolken, wanneer van de glans na de regen de grasscheutjes uit de aarde voortkomen. 2 Samuel 23 vs. 4.
In heilige zielsverrukking ziet de stervende dichter de openbaring van de Heerser in Israël, die de mensheid beheersen en aan zich onderwerpen zal, als het licht der zon in de dageraad, stralend in onbewolkte hemel, met haar stralen de door de regen gedrenkte aarde koesterend tot rijke vruchtbaarheid, zodat de grasscheutjes daaruit voortkomen, om het hongerige vee te spijzigen en te verkwikken.
Zo ziet hij in gelovig vergezicht de komst van Israels 'Heerser, de Opgang uit de hoogte, de Zon der gerechtigheid, onder welks vleugelen genezing is, het Licht, dat bij de Heere is, en waarin wij het Licht zien, een licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van het volk Israël, het Licht der wereld.
Zo ziet hij in de geest de komst in het vlees van Israels Heerser, waardoor het land, dat beangstigd was, niet gans zal verduisterd worden, gelijk Hij het in de eerste tijd verachtelijk gemaakt heeft, naar het land van Zebulon aan, en naar het land Nafthali aan, alzo heeft Hij het in het laatste heerlijk gemaakt, naar de weg zeewaarts aan gelegen over de Jordaan, aan Galilea der heidenen. Daarvan getuigde Jesaja en daarvan zongen Zacharias en Simeon.
Met Zijn komst in het vlees breekt de dageraad der verlossing aan ; want zijn opgang is bereid als de dageraad, doch dan verschijnt de Zon der gerechtigheid nog niet aan een onbewolkte hemel, doch gehuld in de dikke, nevelen Zijner diepe vernedering. Zijn onder de wet geboren mensheid belemmert eerst nog de volle uitstraling van het volle licht Zijner eeuwige godheid. De dikke wolken van Gods toorn omhullen Hem gedurende Zijn Middelaars vernedering totdat in de dood Zijn licht voor goed schijnt uitgeblust, maar dan breekt Hij door Zijn plaatsbekledend sterven door al die donkerheden heen in Zijn opstanding uit de doden en Zijn troonsbestijging in heerlijkheid, om de duisternis van Zijn volk tot licht te maken. Dan verschijnt Hij uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, blinkende j dan roept Hij' de ganse aarde op om zich aan Hem te onderwerpen, en dat van de opgang der zon tot haar ondergang.
Door alle donkerheden van de Oud- Testamentische schaduwdienst ziet hij bij het licht des Heiligen Geestes, dat in zijn ziel is opgegaan, de Zon der gerechtigheid heenbreken, om te brengen het volle licht der openbaring van Gods heerlijkheid en de glorie Zijner genade tot verlossing van Zijn volk van de bediening der wet, de hediening des bloeds en der verdoemenis, die wel hun algehele verlorenheid vermocht aan te wijzen, maar geen middel ter verlossing kon bieden. Zo ziet hij het licht van de Zon der gerechtigheid ook uitstralen en doordringen alle eeuwen door in de zielen van door de zonde verduisterde en door de nevelen der wet verdonkerde zondaren, niet om hen te verschroeien doo'r zijn hitte, de hitte van Zijn toorn, maar om hen te verkwikken en te verblijden met het liefelijk morgenlicht Zijner zaligmakende genade.
Dan zal de morgenstond van Zijn openbaring zijn : zonder wolken. Hij breekt door alle nevelen van zonde en vijandschap heen, en doet alle schaduwen vlieden, totdat Hij de volle middag van Zijn Middelaarsheerlijkheid zal hebben bereikt en daarin al Zijn volk opneemt.
En wanneer deze Zon der gerechtigheid opgaat en Zijn licht doet uitstralen, dan brengt Hij ook leven en vruchtbaarheid. Want als die Zon opgaat in de morgen zonder wolken, dan zal Zijn licht blinken als van de glans na de regen, waardoor de grasscheutjes uit de aarde voortkomen.
Het licht, dat van de Heere Jezus Christus uitgaat, is het licht der waarheid, dat alle donkerheden van de vader der leugenen en van de leugen der zonde uit de schepping Gods en uit het verlangende zondaarshart verdrijft, en tot geestelijke vruchtbaarheid koestert.
De regen is het zinnebeeld van de openbaring en werking des Heiligen Geestes, die worden uitgestort uit de genadewolken, die rondom Gods troon zijn, om de velden te bevochtigen van de akker der goddelijke genade. De Heilige Geest gebruikt daartoe in de weg der middelen. Zijn dienaren van Zijn Woord, om, als waterdragende wolken. Zijn Woord uit te dragen tot de volken, en de stromen der waarheid uit te storten op de dorre akker der wereld en te regenen in de geestelijke lusthof der gemeente des Heeren.
Zonder water kan het zaad in de aarde niet tot vruchtibaarheid ontkiemen, maar moet het verdorren en sterven ; doch ook het water alléén zou de aarde slechts verkillen en het zaad verderven, indien niet de zon daarover haar koesterende stralen wierp om de bodem te verwarmen en het zaad te koesteren tot ontkieming en vruchtbaarheid.
Alzo is het ook met het verkondigde Woord Gods ; dat alleen brengt nog geen levensvruchtbaarheid. Daarom schijnt de Zon der gerechtigheid uit de onbewolkte genadehemel, op de door de regen van Zijn Woord bevochtigde aarde van het zondaarshart, om het daarin door de regen der waarheid gedrenkte zaad des levens, dat Hij daarin gezaaid heeft, te koesteren met Zijn hemelse warmte en het alzo te prikkelen en te doen ontluiken tot geestelijke vruchtbaarheid, tot de heiligmaking des Geestes. Daardoor wordt dan ook de regen des Woords vruchtbaarmakend, want op de door de regen der waarheid in de ziel achtergelaten druppelen parelt dan het licht uit de Zon der gerechtigheid om hen als parelen te doen blinken met de glanzen van Zijn Middelaarsheerlijkheid en algenoegzaamheid, waarmee Hij indaalt als profeet. Hogepriester en Koning om Zijn waarheid in te planten en te doen uitbotten in haar eigen leven. Zodat zij waarheid in haar binnenste wordt en uitbot tot een oprecht belijden van de heilige naam des Heeren, om de hemelse vertroosting van Zijn algenoegzame Middelaarsverdiensten te doen instromen in haar binnenste tot een kinderlijk geloof aan haar deelgenootschap aan Christus en al Zijn heilsschatten, en om zich in Hem te verliezen en te verlustigen, en van Hem te getuigen, tot heerlijkheid Gods ; en dan ook om Zijn koningsmajesteit zo in haar te doen schitteren, dat zij in aanbidding voor Hem nedervalt, om voor tijd en eeuwigheid voor Hem te buigen en Hem alleen en in alles te dienen.
Zo koestert de Heere Jezus Christus, de Zon der gerechtigheid, door Zijn genadelicht de met het woord Zijner waarheid besproeide en begenadigde zielen en in het algemeen Zijn ganse volk door alle eeuwen met de glans der zaligmakende ontdekking aan henzelf, met het hemelse schijnsel hunner volkomen schuldvergiffenis, met de blinkende parelen van het genadewerk des Heiligen Geestes, om hen te koesteren tot geestelijke vruchtbaarheid, tot een dankbaar Gode leven, uit oprechte liefde tot Hem, die hen eerst heeft liefgehad en Zichzelf voor hen heeft overgegeven.
Daartoe is Christus in het vlees gekomen, heeft Hij zich overgegeven in de dood, is Hij opgestaan uit de doden en opgevaren naar de hemel. Daartoe zal Hij straks wederkomen op de wolken des hemels om de levenden en de doden te oordelen en Zijn heerlijkheid aan allen te openbaren. En die heerlijke Messiaszegen mocht de stervende koning Israels in het geloof aanschouwen en bezingen. Hij zag door de koestering van het licht van de Zon der gerechtigheid, de aarde vrucht voortbrengen, eerst het kruid, dan de aar, en dan het volle koren in de aar.
Hij zag voor de doorn een denneboom opgaan, voor de distel een mirteboom, om de Heere te wezen tot een naam, en tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden. En dat zag hij, gelijk ieder kind des Heeren het leert zien en erkennen, als het werk Zijner handen, als een spruite Zijner planting, om voort te brengen vruchten der gerechtigheid, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus, tot heerlijkheid en prijs van God. Hij zag de Koning in Zijn schoonheid, omringd door de vruchten Zijner genadeheerschappij in de verzameling rondom de troon Zijner heerlijkheid van het door Hem gekochte en vrij gemaakte uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk, dat Hij uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, opdat het Zijn deugden zou verkondigen.
Lezer of lezeres, hebt ook gij reeds de koesterende en vruchtbaarmakende kracht van het licht van deze Zon der gerechtigheid in uw ziel ondervonden ? Of leeft gij nog altijd onder de ijzige verkilling van het leven der zonde, niettegenstaande gij bevochtigd wordt door de bediening van Gods Woord ?
Behoort gij nog tot degenen, die zich aan dat Woord Gods stoten ? Dan zult gij door Christus, als de Hoeksteen, die door God in Sion gelegd is, zo blijvende, verpletterd worden. Want onzijdig tegenover die Koning kunt gij niet blijven ; gij moet voor Hem leren, buigen, om Zijn zegeningen deelachtig te worden, of gij zult door Hem geoordeeld worden en door Hem voor eeuwig uitgeworpen.
Kust daarom die Zoon, opdat Hij niet over u toorne en gij op uw weg vergaat. Hij is gekomen om verlorenen te verlossen. Dat gij dan uzelf als verlorene leert kennen en bij Hem aanklagen. Want nu wacht Hij nog om genadig te zijn, maar morgen zou het voor u te laat kunnen zijn. Daarom heden, nu gij Zijn stem hoort, verhardt u niet, maar laat u door Hem leiden !
Doch wanneer onder de bediening der genade door de regendruppelen van Gods Woord uw harde zondaarshart is verbroken en vertederd en gij, door de nood gedreven, tot de in Sion geboren Koning u wendt ; wanneer uw ziel hunkert naar de ontferming van de Koning, wanneer Hij u ziet onder de worstelaars aan Zijn genadetroon, dan moogt gij vrijmoedig pleiten, tegen al uw ongerechtigheden in, op Zijn algenoegzame en eeuwiggeldende gerechtigheid, daar het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle ongerechtigheid. Dan moogt gij, als eenmaal de zondares. Zijn genadevoeten nat maken met de tranen van uw zondaarsberouw en met de zekere verwachting, dat veeleer een vader zijn kind, dat hem om brood bidt, een steen zou geven, dan dat de Heere de Heilige Geest zou onthouden aan degenen, die er Hem om vragen. Hij laat geen bedelaar staan en wijst nooit een smekeling af, maar ontfermt Zich op het gebed. Houdt daarom maar bij Hem aan, grijpt moed ! Hij zal op Zijn tijd Zijn liefelijk licht doen stralen ook in uw ziel, om u te verkwikken met Zijn heil en u te schenken de verlichting van de kennis der heerlijkheid Gods in Zijn dierbaar aangezicht.
Wat wondere genade heeft de Heere toch verheerlijkt aan Zijn volk, toen Hij, daar het woonde in het land van de schaduw van de dood. Zijn licht over haar heeft doen schijnen, de Morgenster heeft doen opgaan in het hart, om het, als de Zon der gerechtigheid, met Zijn heerlijk genadelicht te belichten.
Och, lezer of lezeres, dat gij het maar nimmermeer in de duisternis moogt kunnen uithouden, maar steeds weer hunkeren naar Zijn licht, dan zal Hij door dat licht uw duisternis u steeds meer ontdekken, doch door die duisterheden heen Zijn licht doen stralen in uw ziel, om u met Zijn hemelse warmte te verkwikken en te koesteren tot geestelijke vruchtbaarheid in de weg der heiligmaking.
In Zijn licht zien wij het licht en in Zijn glans zult gij blinken met Zijn heerlijkheid, die straks alle duisternis, die u nu nog menigmaal benauwt, volkomen en voor eeuwig zal verdrijven, en die ook uw weg zal maken, als het pad des rechtvaardigen, tot een schijnend licht, dat voortlicht tot de volle dag uwer verlossing in heerlijkheid.
Bij U, Heere, is de levensbron ; Uw licht doet klaarder dan de zon, Ons het heuglijk licht aanschouwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1954
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's